`Beter dan een boom kan niet'

Hans Op de Beeck maakt kale, sobere beelden, die vaak unheimisch zijn. ,,Veel van mijn werk gaat over het falen van de mens om de natuur te temmen.''

Een wegrestaurant ergens langs een Belgische snelweg. Rotan stoeltjes en plastic dienbladen. Aan een van de tafels zit een keurig gekleed echtpaar van middelbare leeftijd. De man en de vrouw drinken koffie maar praten niet. Hij zit onderuitgezakt in zijn stoel en staart naar de muur. Zij tuurt de andere kant op, richting raam, en frunnikt af en toe aan haar stijf gepermanente haren. Als de kopjes leeg zijn, staat de man zonder iets te zeggen op. Even kijkt de vrouw hem vragend aan. Het is het enige moment dat er sprake is van contact tussen de twee. Dan vervolgen ze zwijgzaam hun weg naar de uitgang.

Er gebeurt nagenoeg niets in de 3 minuten en 45 seconden durende video Coffee van de Belgische kunstenaar Hans Op de Beeck. Toch maakt het werk een verpletterende indruk. De tragiek van het schouwspel raakt je recht in het hart. Als dit de prijs is van veertig jaar huwelijk, zo schiet er door je hoofd, dan pas ik. Wat een treurnis om zo oud te moeten worden.

,,Die video van het oudere echtpaar is mijn enige werk waarin ik niets geënsceneerd heb'', vertelt Op de Beeck. ,,Ik had het geluk aan de overkant van het gangpad aan een tafeltje te zitten. Zij zaten al zo'n tien minuten in stilte koffie te drinken. Op zich heb ik ethische bezwaren tegen het ongevraagd filmen van mensen. Maar dit beeld was zo gaaf en zo perfect, dat zou ik nooit in scène kunnen zetten. Je weet niet of hun huwelijk werkelijk zo slecht is. In iedere relatie vallen wel eens pijnlijke stiltes. Die video is een abstractie van de realiteit, een uitsnede, en daardoor krijgt het zwijgen meer gewicht.''

We zitten in het restaurant van het GEM, het Haagse museum voor actuele kunst waar Hans Op de Beeck (Turnhout 1969) zijn eerste grote museale tentoonstelling aan het inrichten is. In een van de zalen laat de kunstenaar een selectie zien van de videowerken die hij maakte sinds hij in 1996 afstudeerde aan de Sint Lukas-academie in Brussel. Net als Coffee (1999) worden ook deze beelden gekenmerkt door een zware, trieste sfeer. We zien een meisje dat ronddraait op de vloer van een peepshow, maar niet echt haar best lijkt te doen om haar klanten te plezieren. We lopen langs de troosteloze rijen kassa's in een hypermarché, waar de caissières als robots in het gelid staan. En we kijken naar een nors jongetje dat achterstevoren op de achterbank van een auto zit en ons door de achterruit aanstaart alsof hij de wijsheid in pacht heeft.

,,Het is niet zo dat ik specifiek op zoek ga naar zwaarmoedige beelden'', zegt Op de Beeck. ,,Wat mij interesseert is de absurditeit van de menselijke conditie. Ik vind dat je als mens geen reden hebt om vrolijk te zijn maar ook niet om droevig te zijn. Je bent als mens niet bij machte, dat is tenminste mijn mening, om enige waarheid te kennen. We weten niet waarom we hier zijn en waar het allemaal toe dient. We zitten nu eenmaal in deze absurde leefconditie, en ik kan die niet ten goede of ten kwade duiden. Mijn blik is dan ook vooral een tragikomische: dit is onze realiteit. Als je dat probeert in kaart te brengen, krijgt het werk blijkbaar een melancholische ondertoon.''

De kunstenaar oogt vermoeid. De afgelopen twee maanden heeft hij in een loods in Scheveningen onafgebroken gewerkt aan een levensgrote maquette van een wegrestaurant, met afmetingen van 11 bij 21 meter de omvangrijkste installatie die hij ooit maakte. Het werk werd in modules ontmanteld en in drie vrachtwagens getransporteerd naar het GEM, waar een team van bevriende kunstenaars en studenten van de Haagse kunstacademie hem helpt het werk op tijd gereed te krijgen. Terwijl Op de Beeck de pers te woord staat en poseert voor fotografen, hijsen zijn assistenten ramen in sponningen en wordt de laatste hand gelegd aan een asfaltweg.

Fictief landschap

Straks kan de bezoeker plaatsnemen op een van de bankjes in het monochroom zwarte interieur van een duister wegrestaurant dat over een snelweg heen werd gebouwd en door grote vensters zicht biedt op een fictief nachtelijk landschap. De verlaten tweebaans snelweg meandert door een heuvelachtige omgeving en lijkt in de verte te verdwijnen in een gebergte. Doordat een rij lantarenpalen in de middenberm de draak steekt met perspectivische wetten, lijkt het landschap zich in het oneindige voort te zetten.

Wat bezielt een kunstenaar om de werkelijkheid op schaal 1:1 na te bootsen?

,,Ik vind het fijn wanneer een beeld een fysieke dimensie heeft'', antwoordt Op de Beeck glimlachend. ,,Wanneer ik imaginaire ruimtes construeer, moeten ze wel een zodanige schaal hebben dat ze een zekere impact hebben op de zintuigen. Je zou dit werk kunnen opvatten als een ruimtelijke vertaling van een klassiek schilderij. Net als de vroege landschapsschilders werk ik met verschillende niveaus. Daarachter zie je de wereld vervagen. Als toeschouwer zit je als het ware op het `eerste niveau' van het schilderij, het wegrestaurant. De rest van de voorstelling speelt zich achter de vensters af. Doordat de vensters gekanteld zijn, wordt je blik gestuurd naar de diepte. Er wordt een hoogte gesimuleerd, maar het werk heeft ook een reële hoogte. Je moet een paar trappen op om het restaurant te bereiken. Wanneer je van de ene tafel naar de andere loopt, zie je het landschap bovendien verglijden. Dat is een dimensie die je in een plat vlak nooit zou kunnen bieden.''

Op de Beeck geeft toe dat het eenvoudiger had gekund. ,,Ik had ook een tekening of een schilderij kunnen maken.'' Maar, zegt hij, ,,het is allerminst de bedoeling dat de toeschouwer zich bewust wordt van de inspanning die is geleverd. Zoals een schilder de beslissing neemt om bepaalde elementen uit het landschap weg te laten om de compositie sterker te maken, zo maak ik ook mijn ruimtelijke werken minder complex dan de realiteit. De wereld wordt strakker gemaakt. Je ziet hetzelfde in de films van Hitchcock, met hun overduidelijk kunstmatige decors. Dat geeft de beelden een haast claustrofobische intensiteit. In principe ensceneer ik alles. Ik geloof in de waarachtigheid van het artificiële. Een installatie als deze is een mise-en-scène. Als toeschouwer betreed je een soort filmdecor waarin de actie nog moet plaatsvinden of reeds plaats heeft gevonden. Maar je kunt de verhalen wel vermoeden.''

Het is de laatste paar jaar snel gegaan met de carrière van Hans Op de Beeck. Hij volgde de tweejarige vervolgopleiding aan de Rijksakademie in Amsterdam, verbleef een jaar in een atelier van het New Yorkse P.S.1 en werd vervolgens voor diverse internationale tentoonstellingen uitgenodigd. Inmiddels doet hij zo'n zestien projecten per jaar, verspreid over heel de wereld. In de periodes dat hij zelf op reis is, bestiert een assistent de zaken in zijn Brusselse atelier.

Tiener

De behoefte om beelden te creëren, in wat voor discipline dan ook, heeft hij altijd gehad, vertelt de kunstenaar. Als tiener maakte hij stripverhalen, later begon hij met het schrijven van verhalen en het maken van radioprogramma's. ,,Met name de belangstelling voor het figuratieve beeld heeft er altijd ingezeten'', zegt hij. ,,Ik wil beelden maken die herkenbaar en toegankelijk zijn, ook voor mensen zonder voorkennis van hedendaagse kunst. Daarom kan ik bijvoorbeeld een auteur als Milan Kundera erg appreciëren. Hij schrijft in een hele eenvoudige en begrijpelijke taal, waardoor hij een breed publiek bereikt. Toch is zijn werk filosofisch en gelaagd. Dat interesseert me als beeldenmaker, dat je een instap-laag hebt, maar vandaaruit ook kunt verfijnen. De gespecialiseerde toeschouwer kan zich dan verdiepen in hetgeen er tussen de regels staat.''

Daarbij wil hij zich niet beperken tot één specifiek medium. Videowerken en schaalmodellen vormen de kern van zijn oeuvre, maar ook foto's en tekeningen maken er deel van uit. ,,Het is absoluut geen zorg voor me om werk te maken dat mooi samenvalt'', zegt hij. ,,Ik houd van kunstenaars die de boel regelmatig op losse schroeven zetten, zoals Gerhard Richter, Bruce Nauman of Kurt Schwitters. Ik vind het echt een verworvenheid van deze postmoderne tijd dat je als beeldend kunstenaar om het even welke richting uit kan gaan. Er moet natuurlijk wel talent zijn, maar het is vooral de daadkracht die telt. Ik geloof er heilig in dat als je gedreven bent en productief, je vroeg of laat vanzelf een keer komt bovendrijven.''

Schoorvoetend geeft Op de Beeck toe dat hij een workaholic is. ,,Tegen wil en dank. Voordat ik voor deze tentoonstelling gevraagd werd, had ik net besloten om me een tijdje toe te leggen op kleinere werken, omdat ik helemaal uitgeput was. Maar toen zag ik die gigantische ruimte hier en was ik verkocht. Dit is een baan die altijd doorgaat, ook 's nachts. Soms kan ik niet slapen omdat er nog zoveel beelden zijn die gemaakt moeten worden. Ik hoef nooit te wachten op inspiratie, er zijn altijd meer ideeën dan ik kan realiseren.''

Veel van zijn werken zijn vrijwel letterlijke reconstructies van beelden die hij gezien heeft, op straat, op luchthavens of in winkelcentra. Zoals de video van het jongetje in een auto. Op de Beeck: ,,Hij zat in een sjieke Mercedes die voor mij reed, en viel me op omdat hij zo'n volwassen hoofdje had. Normaal gesproken zwaaien of lachen kinderen op zo'n moment, maar hij bleef ernstig. Ook merkte ik dat hij helemaal geen contact had met zijn ouders voorin de auto. Ik voelde een droefheid in dat kind, en dat riep bij mij allerlei verhalen op. Misschien was hij een verwend jongetje dat heel beschermd was opgevoed en droomde hij van een wereld buiten die veilige muren.''

Waarom het ene beeld bruikbaar is en het andere niet, is moeilijk uit te leggen. ,,Het staat of valt met details.'' Zijn blik glijdt naar buiten, naar de rimpelloze vijver in de tuin van het Gemeentemuseum. ,,Vandaag is het weer heel diffuus'', zegt hij na een tijdje. ,,Er zijn geen schaduwen buiten, het licht is zeepachtig. Stel dat hier nu een meisje voorbij komt lopen dat gaat stampvoeten. Dan is dat een bruikbaar beeld. En helemaal als ze een knalroze jurk draagt. Ik vergelijk het opnieuw met de schilderkunst: dat likje roze verf maakt dat de compositie klopt.''

Dat hij zijn oog daarbij vooral laat vallen op de morsige, lelijkere kanten van de samenleving vindt hij alleen maar logisch: ,,Stel je voor dat je een roman leest waarin alles goed gaat. Dat boek krijg je niet uit. Er moet altijd iets fout gaan. Feelgood movies zullen nooit klassiekers worden.''

Je zou Op de Beecks blik op de werkelijkheid, en zijn voorliefde voor kale, sobere beelden typisch Belgisch kunnen noemen. De surrealistische traditie van Magritte is in zijn werk te herkennen, maar ook de ontvolkte, lege ruimtes op de schilderijen van Léon Spilliaert worden in herinnering gebracht. Storende details zijn er niet – alle ruis is eruit gefilterd. Wat overblijft zijn heldere, directe kunstwerken die vaak een tikkeltje unheimisch zijn. Een roltrap die eindeloos doordraait, ook al is er in de verste verte geen mens te bekennen. Een draaimolen met paarden die ook zonder berijders eeuwig voorthobbelen. Of een typische jaren-zeventigwoonwijk met identieke voortuintjes, maar zonder auto's of spelende kinderen.

Rood licht

Een van de eerste maquettes die hij maakte, in 1998, bestond uit een donker kruispunt in een naargeestig niemandsland, waar een viertal stoplichten op gezette tijden van kleur veranderden. Op de Beeck: ,,Dat werk gaat over het moment dat je 's nachts voor een rood licht staat te wachten terwijl er helemaal geen verkeer is. Pas dan besef je hoe de mens de ruimte naar zijn hand zet en indeelt. Het treurige karakter van zo'n gestructureerde omgeving komt vooral naar voren op het moment dat de dingen niet in gebruik zijn en de ruimte ontvolkt is. Een verlaten speeltuin in een nachtelijk park bijvoorbeeld, kan heel bevreemdend en mysterieus zijn.

,,Enkele jaren geleden was ik voor een tentoonstelling in Sofia. Die stad is bezaaid met kleine parkjes waar architecten hun best hadden gedaan toch een wandeling van een half uur uit te zetten. Met slingerende paadjes, neprotsen en kronkelende stroompjes werd de indruk gewekt dat je door een natuurlijk landschap liep. Veel van mijn werken gaan over het falen van de mens om de natuur te temmen. Ook kunstenaars zullen daar nooit in slagen. Een schilderij van een landschap zal altijd een verkitschte versie zijn van de realiteit. Ik sprak eens een beeldhouwer die uitgenodigd was om een beeld te plaatsen in een park. Hij heeft dat geweigerd, en zei: hoe kan ik nu in competitie gaan met een boom? En hij heeft gelijk. Beter dan een boom kan niet. Dat is al een perfecte sculptuur.''

Het is, zegt hij, niet zijn bedoeling om commentaar te leveren of te moraliseren. Op de Beeck: ,,Ik wil zeker geen belerend vingertje opsteken. Kunst die al te direct op de actualiteit inspeelt is meestal een tamelijk kort leven beschoren, omdat die actualiteit na twintig jaar niet meer aan de orde is. Ik ben juist op zoek naar beelden die universeel en tijdloos zijn. Mijn werken spreken weliswaar over de moderne tijd – snelwegen zijn iets hedendaags – maar de thematiek van het onderweg zijn is al eeuwenoud. Denk maar aan de ruïnes waar wandelaars in de tijd van de Romantiek even stopten om te verpozen of even te reflecteren. Zo zou je een wegrestaurant ook kunnen zien, als een ongedefinieerde plek in een inwisselbaar niemandsland, een non-plaats waar de reiziger tot rust kan komen.''

Met zijn tentoonstelling in het GEM hoopt Hans Op de Beeck de toeschouwer eenzelfde moment van verstilling te kunnen bieden. ,,Ik geloof dat met de teruggang van religie vandaag de dag veel mensen rust kunnen vinden in een museum. Zelf ervaar ik een bezoek aan een museum tenminste als een haast meditatief moment. Waarom zijn er mensen die op een viaduct naar de voorbijrazende auto's kijken? Omdat het een soort roes biedt. Zoals je naar de zee staart, of naar een landschap, zo kan je ook rust vinden in een goed kunstwerk. Ik denk bijvoorbeeld aan een aantal schilderijen van Gerhard Richter of Luc Tuymans. Ook zij tonen in hun werk een bepaalde leegte of kaalheid – een ruimte waar het stil is en waar je uren op een bankje voor kan gaan zitten.''

Hans Op de Beeck, `Ondertussen'. GEM, museum voor actuele kunst, Stadhouderslaan 43, Den Haag. T/m 11 april, di t/m zo 12-20u. Inl: 070-3381133 of www.gem-online.nl.

Hans op de Beeck, tekeningen, sculpturen en videowerk. Galerie Ron Mandos, Rodenrijselaan 24, Rotterdam. 8 febr t/m 6 maart, do t/m za 13-17u30. Inl: 010-4677590.

`Het is niet zo dat ik specifiek op zoek ga naar zwaarmoedige beelden'

`Er moet altijd iets fout gaan'