Appeltaart met abrikozenmoes

Met gedroogde abrikozen en zure appels kan 's winters een heerlijke gemengde vruchtentaart worden gebakken. Bereiding: week de abrikozen 24 uur in water. Kook ze 20 minuten in het weekwater op laag vuur samen met de kristalsuiker. Neem ze uit het kookvocht, laat ze uitlekken en pureer ze in en roerzeef (fijne schijf). Laat de abrikozenmoes in een bolzeef van kunststof 2 uur uitlekken. Maak een soepel deeg door 150 gram bloem, 75 gram suiker, boter en zout in een foodprocessor tot een kruimig mengsel te malen. Voeg met draaiende machine lepelsgewijs witte wijn toe tot het deeg begint samen te klonteren. Neem het uit de kom, leg het op een met bloem bestrooid werkvlak en duw kleine porties deeg onder de muis van de hand naar voren uit over het werkvlak; voeg het weer bijeen en herhaal de handeling tot een soepel deeg is verkregen dat niet meer plakt. Wikkel het in plasticfolie en laat enkele uren rusten op een koele plaats.

Vet de taartvorm dun in met olijfolie en stuif er een waasje bloem over. Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een dunne lap en bekleed er de taartvorm mee. Prik met een vork de deegbodem over het gehele oppervlak in en zet de vorm even in de ijskast om het deeg te laten opstijven. Halveer de appels overlangs en snijd de helften overdwars in plakjes van 1/2 cm dik. Strijk de dikke abrikozenmoes gelijkmatig uit over de taartbodem en leg daarop de plakjes appel dakpansgewijs in concentrische cirkels. Bestrooi de appels met 2 eetlepels fijne tafelsuiker.

Bak de taart 30 minuten in een voorverwarmde oven (215 graden Celsius). Neem hem uit de oven en zet de grill op de hoogste stand. Strooi de resterende suiker over de appels en zet de taart onder de grill om de plakjes appel licht te kleuren. Bestrijk de plakjes appel tot slot heel dun met appelgelei. Koud serveren.

Morgen: Chow mein