Angst voor de luisteraar

Voldoet de publieke radio in Nederland aan de eisen die je in een beschaafd land aan de radio mag stellen? Die vraag probeert programmamaker en schrijver Rik Zaal te beantwoorden in een advies dat hij schreef voor het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties. Zaal luisterde intensief naar de vijf publieke radiozenders. Ook interviewde hij een groot aantal betrokkenen. Een verslag van zijn bevindingen.

De horizontale programmering van de publieke radio is funest voor de kwaliteit, vindt Rik Zaal.

Een voorstel tot een ideale zenderindeling.

Het is niet altijd eenvoudig de Hilversumse radio serieus te nemen. Zo voert de zender Radio 2 de slogan `Je hoort nog eens wat', een niet ironisch, maar juist zeer ernstig bedoelde slagzin waar de zenderredactie heel trots op is, heeft Radio 747AM een programmering die geen luisteraar kan begrijpen, begint het nieuwsprogramma Met het oog op morgen op Radio 1 elke dag met een plaatje, is er op Radio 3FM geregeld vier minuten reclame voor en vier minuten reclame na het nieuws, kent Radio 4 het programma Brood & spelen dat opgediept lijkt uit de jaren vijftig van de vorige eeuw en zijn er elke werkdag van zes tot acht 's avonds op Radio 747AM drie programma's in talen die de meeste Nederlanders niet kunnen verstaan.

Ook heb je nog Sjors Fröhlich en Jeanne Kooijmans, maar dat is misschien heel persoonlijk.

Serieus of niet, wat aan de Nederlandse radio vooral opvalt is de hang naar vastigheid. De zenders hebben een eigen kleur, een eigen specialiteit, en zijn geprogrammeerd volgens een formule die in het jargon horizontalisering wordt genoemd. Dat betekent dat er elke dag, in ieder geval elke werkdag, op hetzelfde uur hetzelfde of ongeveer hetzelfde programma te horen is. Radio 1, 2 en 3 functioneren vrijwel geheel volgens het horizontaliseringsideaal, bij Radio 4 en Radio 747AM wordt er hard aan gewerkt de formule te vervolmaken.

Behalve de zenderkleur en de horizontale programmering is er nog meer vastigheid te horen. Neem Radio 1. Op de actualiteitenzender staan niet alleen de tijden van het Radio 1-journaal vast, ook zijn de lange, in de zogenaamde daluren uitgezonden blokken De ochtenden en 1 op de middag op dezelfde tijden geprogrammeerd. Binnen deze formule staan ook weer allerlei onderdelen vast. Zo is er elke ochtend om negen uur een lang gesprek dat verband houdt met de actualiteit en zijn er elke middag na het nieuws van drie uur berichten uit de wereld van de economie. En dan heerst er binnen de vaste onderdelen alweer een strenge vorm. Zo zijn er op vaste tijden reportages en worden programma's als Kunststof en Met het oog op morgen elke dag via een vaste presentatielijn met vaste rubrieken gemaakt.

Je zou kunnen zeggen dat een en ander tot een zeer herkenbare programmering leidt. Dat zeggen bijvoorbeeld de mensen die door de publieke omroep zijn aangewezen als zender-coördinatoren. Zij zijn trots op die herkenbaarheid. Je zou ook kunnen zeggen dat deze vastigheid voor een wat saaie programmering zorgt. Dat het feest der herkenning heel wat suffer is dan het feest van de verrassing.

Die geluiden hoor je in Hilversum ook. Zo zegt Arend Jan Heerma van Voss, hoofdredacteur van de VPRO-radio: ,,Ik heb iemand in Hilversum over die horizontalisering eens horen zeggen: je rijdt toch ook op ongeveer dezelfde tijd naar je werk en dan neem je toch ook dezelfde route? Dat is toch juist verschrikkelijk, antwoordde ik toen, dat is toch juist iets waaraan je je probeert te onttrekken? Maar nee, dat vinden ze prettig. Bij de molen van Ankeveen, dan moet het tien over negen zijn. O nee, ik hoor Rob Trip, dan is het nog voor negen uur.'

Het in formules stoppen van de radio zou dus terug te voeren zijn op een behoefte aan vastigheid, maar het heeft ook te maken met een existentiële angst: de angst voor het verlies van de luisteraar en het daaruit voortkomende verlies van monopolies, privileges, baantjes, macht, glamour en geld. En hoe hoger in de Hilversumse hiërarchie, hoe groter die angst. Bij Vera Keur, voorzitter van de VARA en een van de machtigste mensen van Hilversum, sloeg die angst onlangs om in pure paranoia, in een waanidee. In haar eigen VARA-TV-Magazine reageerde ze op de serie kritische stukken over de publieke omroep in NRC Handelsblad. Al die stukken kwamen voort `uit de opvatting dat ze denken dat het de positie van de dagbladen ten goede komt als het huidige bestel verdwijnt.' Paniek, zo kun je het ook zeggen.

Op de radio zelf hoor je die angst goed. Aan de keuze van de muziek bijvoorbeeld. Daarvan mag de luisteraar niet schrikken. Op Radio 1 is de muziek van het soort dat noch het hoofd, noch de ziel, noch de onderbuik raakt en daardoor wordt beschouwd als niet storend. Op Radio 2 wordt muziek gedraaid die in de Verenigde Staten adult orientated rock heet, of ook wel classic rock, door Jan Donkers in een essay in NRC Handelsblad vorig jaar omschreven als `een motto waarin de muziekgeschiedenis van jaar tot jaar vernauwd wordt tot ze uiteindelijk uit zo'n stuk of honderd liedjes zal bestaan.' Op Radio 3FM draaien de dj's hitparademuziek, trendy, niet te hard, niet te zacht. Veel zwarte muziek van het R&B-genre op het moment, van die softe, gemakkelijk naar binnen glijdende soulmuziek. Pas na tien uur 's avonds is op 3FM muziek te horen die afwijkt van het gemiddelde, van de mainstream. Ook op Radio 4 is de avond gereserveerd voor de wat moeilijker klassieke muziek en voor de jazz. Overdag is er veel Bach, Beethoven en Elgar. Op Radio 747AM is de muziekkeuze niet duidelijk. Net als in de rest van de programmering lijkt op die zender alles te kunnen.

Op Radio 2 en Radio 3 wordt de luisteraar zo gevreesd dat de zendercoördinatoren er het recht van veto hebben op bepaalde liedjes waarvan de luisteraars zouden kunnen schrikken. Liedjes met te harde gitaarsolo's bijvoorbeeld of met te veel Arabische of Zuid-Amerikaanse invloeden en nog altijd alle liedjes van Jimi Hendrix. Echt waar. Ook de zendercoördinator van Radio 1, die dat recht niet heeft verworven, belt geregeld naar een programmaredactie met de mededeling dat de muziek die ze op dat moment laten horen te moeilijk is en dat ze daardoor luisteraars gaan verliezen. Een soort gemiddelde luisteraars zijn dat waarschijnlijk, want aan mij en mijn vrienden, die juist een beetje misselijk worden van die muziek, wordt niet gedacht.

De angst voor de luisteraar hoor je buiten de muziekkeuze aan de keurige, ordelijke manier waarop de programmamakers de formules invullen. Op Radio 1 lijken het bijna toneelstukjes waarnaar je luistert. De presentator van dienst voert een compleet uitgeschreven gesprek met een correspondent in een buitenland, daarna voert hij een nog net niet uitgeschreven draaiboek uit in een dialoog met een verslaggever op locatie, waarna hij op altijd dezelfde bitse, pinnige, vliegenafvangerige toon een politicus interviewt.

De toon van presenteren is neutraal en vaak moedeloos. Zelden hoor je plezier, energie, enthousiasme. Alsof de zendercoördinatoren ook daarover hun veto hebben uitgesproken.

Al deze voorzichtigheid met de luisteraar dient twee doelen: een hoge luisterdichtheid en een groot marktaandeel. Want het marktdenken is bij de publieke radio volledig ingeburgerd. Zendercoördinator van Radio 2 Kees Toering: ,,Voor een groot deel moet je van de markt uitgaan. Nu zelfs meer dan ooit. Het is niet zo dat Hilversum weet wat goed voor de mensen is.' Jeroen Soer, mediadirecteur van de VARA: ,,De tijd dat programmamakers bepalen wat de volgorde is van het aanbod, is voorbij.' De hoogste baas van de publieke omroep, Harm Bruins Slot, zei het in oktober tegen Het Parool zo: ,,We moeten van een aanbodcultuur naar een vraagcultuur.' En Florent Luyckx, zendercoördinator van Radio 3FM, die een panel van zo'n 1.500 mensen laat meebeslissen wat er op 3FM aan muziek wordt gedraaid, zegt: ,,Je komt steeds weer uit op wat de luisteraar, wat de gebruiker verwacht van de radio.'

Het marktdenken heeft volgens Willem van Beusekom, mediadirecteur van de NPS, onder meer geleid tot `te veel mainstream op Radio 4 en Radio 747AM.'

En er zijn meer mensen in Hilversum die het gevaar van het marktdenken zien. ,,Het is tragisch dat de publieke omroep niet over kwaliteit gaat maar over cijfertjes', zegt Henk Burger van de BVRadio, een actiegroep van programmamakers. En Vincent van Merwijk, radiodirecteur van de RVU, houdt niet van `de neiging op het moment hetzelfde te doen als de commerciëlen doen. Bereiken we alle groepen die we willen bereiken? Dat zou de vraag moeten zijn. Niet: hoe groot is het marktaandeel?' Arend Jan Heerma van Voss: ,,Je hoort vaak dat de radio `van iedereen' is. Iedereen betekent dan het grootste aantal mensen. Het betekent nooit allerlei soorten mensen.'

Deze critici vinden staatssecretaris Medy van der Laan aan hun zijde. In haar mediabrief van november 2003 schreef ze `dat er door de zendercoördinatoren thans nog te veel wordt gekeken naar marktaandelen en kijkcijfers, en dat deze voor de publieke omroep eigenlijk bijzaak dienen te zijn.' Ook meldt ze in haar mediabegroting 2004-2008 dat er voortaan moet worden gekeken naar het bereik van een programma onder de groep waarvoor het programma is bedoeld: `Als het publiek voor kunstprogramma's uit zo'n 80.000 mensen bestaat, en een programma trekt 60.000 kijkers, dan is dat een goede score.'

Wat de staatssecretaris hier over de televisie schrijft, ligt ook voor de publieke radio zo voor de hand dat je je afvraagt waarom de meerderheid van de Hilversumse bestuurders en radiomanagers zo gefixeerd is op luistercijfers en marktaandelen. Het antwoord zou wel eens heel eenvoudig kunnen zijn. Managers en bestuurders vinden niet, zoals de programmamakers, een directe bevrediging in de programma's zelf. Dus proberen ze die bevrediging uit iets anders te halen. En op cijfers kun je ook kicken. Vandaar.

In deze simpele verklaring ligt ook de oplossing voor een verbetering van de publieke radio besloten: geef meer macht aan de programmamakers en geef vooral zendtijd aan omroepen die met plezier radio maken en hun programmamakers koesteren. Dat laatste is mogelijk door de Mediawet te veranderen. Nu zijn omroepverenigingen verplicht op minimaal drie radiozenders programma's te maken. En er zijn omroepen, zoals de VARA en de NCRV, die niet zoveel zin hebben in radio maken, of het niet zo goed kunnen. Maak het deze omroepen mogelijk de radio vaarwel te zeggen. Het is wel een bewijs van het deficit van het publieke bestel (want waarom zou een omroepvereniging zich niet op elke zender kunnen profileren?) maar in de huidige situatie zou het een zegen voor de Hilversumse radio zijn. Ook zouden omroepen die erg goed zijn in radio, zoals de Humanistische Omroep, meer zendtijd kunnen krijgen dan waar ze op grond van de huidige regels recht op hebben.

Meer macht geven aan de programmamakers is moeilijker. Zij zijn in de huidige, strakke hiërarchie van het publieke bestel ondergeschikt aan de managers en de bestuurders. Die lijken niet bereid iets van hun macht af te staan. Vandaar waarschijnlijk de vele destructieve geluiden die in Hilversum te horen zijn. ,,Er moet heel veel kapotgemaakt worden voor er iets kan worden opgebouwd', zegt Henk Burger. ,,Het rare is dat de bezuinigingen wellicht perspectief bieden. We hebben misschien eerst nog wel meer ellende nodig om tot veranderingen te komen', zegt Vincent van Merwijk. Arend Jan Heerma van Voss gaat nog verder: ,,Er is iets voor te zeggen dat de hele omroep in elkaar stort en dat je daarvandaan hervormingen zou kunnen beginnen. Eigenlijk zou de politiek zich nog één keer heel erg met de omroep moeten bemoeien en zich dan op grote afstand daarvan plaatsen.'

Zolang dat niet gebeurt zou ik de publieke radio de volgende ideale zenderindeling willen voorstellen:

RADIO 1 AM. Een snelle nieuwszender via de middengolffrequentie 747kHz. Veel actualiteiten, heel veel sport, af en toe achtergronden, veel weer en verkeer, af en toe een debat. Geen muziek. Er is een hoofdredacteur die met zijn redactie beslissingen kan nemen zonder ruggespraak met de omroepverenigingen. De uitzendkwaliteit via de middengolf is goed genoeg voor eenvoudig vormgegeven radio. De frequentie heeft als voordeel dat-ie in het hele land op dezelfde plek te vinden is.

RADIO 1 FM. Naast het bijhouden van het nieuws (in samenwerking met Radio 1 AM) is hier ruimte voor journalistieke verdieping. Reportages, documentaires en lange gesprekken. Radio 1 FM zou ook plaats moeten bieden aan culturele magazines, documentaires met een artistieke betekenis en radiodrama. De hoofdredacteur heeft met zijn redactie een ruim mandaat van de omroepverenigingen. Onder de deelredacties bevindt zich een documentaire-redactie en een sectie radiodrama. Er is alleen muziek als onderwerp: live-muziek, muziek uit de omroeparchieven en muziek gelieerd aan de actualiteit. De FM is zeer geschikt voor zorgvuldig vormgegeven radio.

Een klassieke muziekzender. Een zender met een ruime keuze uit de klassieke muziekgeschiedenis en de hedendaagse muziek. Een intendant heeft met een redactie de vrije hand van de omroepverenigingen. Het gesproken woord staat in dienst van de muziek. Geen spelletjes. Geen presentatoren met een toon en een dictie waarmee in de jaren vijftig hoorspelen werden aangekondigd.

Een brede popmuziekzender. Behalve de mainstreampop die nu wordt uitgezonden, zou hier muziek behoren te klinken waaruit deze popmuziek is voortgekomen, en er zou muziek moeten klinken die behoort bij een multiculturele samenleving als die in Nederland. Met de bijbehorende programmamakers. Er is geen leeftijddoelgroep. De zender is dus ook geschikt voor muziekliefhebbers die in de jaren zestig en zeventig zijn opgegroeid met popmuziek.

De publieke radio heeft nog een aantal wettelijke taken die zijn gedelegeerd aan specialistische, vaak religieus getinte verenigingen. Voor de uitzendingen van deze omroepen zou een kabelkanaal kunnen worden gezocht. Uitzending via internet is wellicht een andere mogelijkheid.

Met deze vier zenders en het kabelkanaal voldoet de publieke radio aan de Mediawet en aan de eisen die je in een beschaafd land aan de publieke radio mag stellen.

Volgende week reageert Jan Westerhof, zendercoördinator van Radio 1 en van 747AM

Gerectificeerd

Foto

De foto van de radio- en televisietoren in Lopik (30 januari, pagina 17) is niet gemaakt door Maurice Boyer maar door Rien Zilvold.