Aangepast tot op het bot

Eind 1947 ontvluchtte de Turkse ex-luchtmachtofficier Irfan Orga zijn vaderland. Niet om politieke redenen, maar uit liefde. Hij had al vijf jaar een openlijke verhouding met een gehuwde Britse vrouw, bij wie hij inmiddels een zoon had verwekt. Voor de Turkse wet was die liefde een misdaad, omdat het voor militairen verboden was met een buitenlandse samen te wonen. Toen Orga van vrienden op hoge posities te horen kreeg dat hij zou worden gearresteerd, nam hij de benen naar Engeland. Zijn minnares en zoon volgden hem. Twee jaar later werd hij door een Turkse rechtbank bij verstek veroordeeld tot een extreem hoge geldboete. Turkije zou hij nooit meer terugzien.

In Engeland, waar hij destijds zijn vrouw had leren kennen, werd hij tijdens de Tweede Wereldoorlog ingeschakeld bij het trainen van Turkse piloten bij de RAF. Het gezin Orga leefde er jarenlang in grote armoede. Ze woonden op benauwende pensionkamertjes in een Londense immigrantenwijk en konden nauwelijks rondkomen van het schamele loon van Irfans vrouw. Orga zelf werkte niet en hield zich voornamelijk bezig met het onderwijzen van zijn zoon en met mijmeren over vroeger.

Waarschijnlijk werd zijn heimwee op een gegeven moment zo groot dat hij besloot zijn levensrelaas tot 1941 op te schrijven. Het resultaat was een boek dat in 1950 in enigszins verkorte vorm werd uitgegeven als Portrait of a Turkish Family. Het boek werd, geheel onverwachts, een doorslaand succes, wat ongetwijfeld ook te maken had met een aloude belangstelling voor de Oriënt. Maar ook de hand van zijn geliefde speelde een grote rol. De schrijver en diplomaat Harold Nicolson merkte in een lovende recensie van het boek op, hoe opzienbarend genuanceerd Orga zich in het Engels kon uitdrukken, terwijl hij negen jaar eerder toch nog geen woord Engels sprak. Een halve eeuw later pas zou uitkomen dat niet de schrijver zelf, maar zijn vrouw voor dat mooie Engels had gezorgd. Orga maakte alleen maar een ruwe vertaling van wat hij eerst in het Turks had geschreven, waarna zijn vrouw de tekst polijstte en voor de interpretatie zorgde. Ze zou later carrière maken als redacteur bij een literaire uitgeverij.

De rest van zijn leven zou Orga het succes van zijn autobiografie niet meer evenaren. Hij schreef nog een paar andere boeken over Turkije, waaronder twee kookboeken, en stierf in 1970 op 62-jarige leeftijd. Echt gelukkig is hij in Engeland nooit geweest, en zijn leven heeft dan ook iets tragisch.

Na een halve eeuw is Portrait of a Turkish Family onlangs in het Nederlands verschenen onder de titel Aan de oevers van de Bosporus. Anders dan de editie uit 1950 is het voorzien van een recent geschreven nawoord van Orga's zoon, dat op zichzelf de basis van een vervolg zou kunnen zijn omdat het veel onthult over Orga's leven na 1941. Orga komt uit dat nawoord naar voren als een in Londen verdwaalde nostalgicus, die continu bedrogen wordt door de vrouw voor wie hij zijn eigen land heeft verlaten. Zijn ballingschap wordt er alleen maar wranger door, het contrast met zijn jeugd pijnlijk scherp.

Die jeugd wordt in Aan de oevers van de Bosporus mooi opgeroepen. Het boek is een van de weinige bekende egodocumenten uit de nadagen van het Ottomaanse rijk en de beginjaren van de Turkse republiek. Orga begint zijn relaas vanaf zijn vroege jeugd in het gezin van een welvarende koopmansfamilie in Istanbul. In een paar bladzijden zet hij het leven neer van een omvangrijke familie, bestaande uit grootouders, hun kinderen en kleinkinderen. In hun wereld wordt alles bepaald door tradities. De vrouwen regelen de huwelijken van hun zoons op de vrouwenafdeling van de hamam en gaan gesluierd over straat, als ze naar buiten mogen. Op den duur gaat de lezer dat alles ook zelf bijna vanzelfsprekend vinden, zoveel begrip weet Orga voor die tradities te wekken.

Het grote keerpunt in de geschiedenis van Orga's familie is het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het Ottomaanse bewind kiest de Duitse zijde en zal verliezen, waarna het rijk uit elkaar valt. Orga's vader en oom worden opgeroepen voor militaire dienst en trekken ten strijde voor een zaak waarin ze niet geloven. Ze dienen als kanonnenvoer en sneuvelen, hun gezinnen blijven berooid achter. Orga en zijn jongere broertje worden naar de armenschool gestuurd, waar zich Dickensiaanse taferelen voordoen. Als zich voor hen de mogelijkheid voordoet op de cadettenopleiding te komen, neemt hun lot een beslissende wending en lijkt alles toch nog goed te komen.

Een tweede omslag komt als in 1923 de liberale officier Kemal Atatürk de macht grijpt en de republiek uitroept. Atatürk rekent radicaal af met het Turkije van de sultans. Het dragen van een fez wordt verboden, religie en staat worden strikt gescheiden, sektes van de straat geweerd. Turkije wordt in een paar jaar tijd een modern land, een overgang die vrijwel zonder slag of stoot plaatsvindt. Orga weet dat op een fascinerende manier te beschrijven.

Voor de traditionele moeder en grootmoeder van Orga is het nieuwe, moderne Turkije echter onverteerbaar. Niet voor niets wordt Orga's moeder, die de dood van haar man nooit heeft kunnen verwerken, aan het eind van het boek krankzinnig. Haar heimwee naar de wereld waarin ze gelukkig was, bleek te groot om zich te kunnen aanpassen aan de nieuwe wereld. Misschien is het boek dat haar zoon over die wereld schreef dan ook een eerbetoon aan haar. Alsof hij, door over zijn moeder te schrijven, een persoonlijke schuld kon inlossen.

Irfan Orga: Aan de oevers van de Bosporus. Vertaald door Inge Kok. Atlas, 362 blz. €22,50