Vrij werknemersverkeer

Het is opmerkelijk dat de liberalen geen mogelijkheid onbenut laten marktwerking aan banden te leggen. Nu door de recessie de arbeidsmarkt ruimer wordt, heeft het kabinet mede op hun aandringen besloten tot een beperking van de instroom van werknemers uit de kandidaat-lidstaten van de EU. De Europese gedachte van een vrij verkeer van werknemers is met voeten getreden Er bestaat kennelijk de behoefte een politiek statement te maken. Angst regeert.

De geschiedenis van de EU-uitbreiding wijst op een geringe arbeidsmigratie. Na de toetreding van Griekenland (1981) en Spanje en Portugal (1986) zijn slechts weinig mediterrane arbeiders naar noordwest-Europa getrokken. De mobiliteit tussen arbeidsmarkten is gering. Op dit moment werkt ongeveer 2 procent van de beroepsbevolking van de EU buiten het land van geboorte.

Daarnaast zijn arbeidsmarkten in de kandidaat-lidstaten heterogeen. Arbeidsmigratie van regio's met een hoge naar regio's met een lage werkloosheid heeft zich echter niet voorgedaan. Waarom zouden werknemers na de uitbreiding de landsgrenzen dan massaal passeren?

Grensarbeid kan wel ontstaan. Duitsland en Polen zijn daarom tot een akkoord gekomen. De belemmering van het werknemersverkeer brengt evenwel ongewenste neveneffecten met zich mee. Het creëert een prikkel tot investeren in de nieuwe lidstaten, hetgeen hier indirect tot een verlies aan werkgelegenheid leidt.

Het argument dat een beperking van een vrij werknemersverkeer niet strookt met de Europese gedachte, lijkt in Den Haag niemand te kunnen overtuigen. Wat rest is erop te wijzen dat een beperking van de instroom onnodig is. De arbeidsmarkt wordt door de uitbreiding niet verstoord en voorzover er wel een bedreiging is van werkgelegenheid, lijkt een beperking ongewenst. Die is namelijk contraproductief.