Voorzitter BBC treedt af na excuus

De voorzitter van de BBC, Gavyn Davies, is gisteravond afgetreden na de scherpe kritiek van Lord Hutton op de rol van de Britse staatsomroep in de affaire rond de dood van wapenexpert David Kelly.

In zijn rapport zuiverde Hutton premier Blair en andere functionarissen van de beschuldiging ,,oneervol of clandestien'' te hebben gehandeld bij het naar buiten brengen van Kelly als bron van een BBC-bericht dat de regering een wapenrapport over Irak had laten `opseksen'. Volgens verslaggever Andrew Gilligan wist de regering dat de bewering dat Saddam binnen 45 minuten massavernietigingswapens kon inzetten, fout was toen ze die opnam in het dossier.

Hutton oordeelde gisteren dat de BBC zijn taak had verwaarloosd door die ,,ongefundeerde'' en ,,zware aanval op de integriteit van de regering en de inlichtingendiensten'' uit te zenden en te blijven verdedigen. Daarvoor was volgens hem een ,,openbaar excuus'' nodig geweest. Dat excuus maakte Greg Dyke, de BBC-directeur die mogelijk ook aftreedt, gisteren opnieuw. Volgens Dyke waren ,,bepaalde wezenlijke beschuldigingen'' in het bericht van Gilligan onjuist. Hij voegde er echter aan toe dat de BBC ,,op geen enkel moment in de afgelopen acht maanden [...] de premier van leugens heeft beschuldigd''. Premier Blair eiste gisteren excuus van zijn critici. ,,De beschuldiging dat ik of iemand anders in dit Huis heeft gelogen of met opzet het land heeft misleid door informatie over massavernietigingswapens te vervalsen, is de echte leugen [gebleken]'', aldus Blair. Omdat de BBC tot nu toe had geweigerd het bericht in te trekken konden anderen volgens hem de beschuldigingen straffeloos herhalen. De Tory-oppositie weigerde echter die beschuldiging terug te nemen, hoewel partijleider Michael Howard wel zei de conclusies van Hutton te onderschrijven. Volgens een reeks Britse media en politici was Huttons kritiek op de BBC terecht, maar is de regering gisteren ,,te gemakkelijk'' ontsnapt aan kritiek, onder meer voor de manier waarop Kelly's naam openbaar kon worden. De regering kreeg op cruciale punten van Hutton het voordeel van de twijfel. Bovendien ging Hutton niet in op de vraag naar de kwaliteit van het inlichtingenmateriaal zelf. Hutton pleitte ook Alastair Campbell, Blairs voormalige pr-chef die volgens Gilligan verantwoordelijk was voor het `opseksen' van het wapendossier, vrij.

In een reactie zei Campbell dat ,,een smet op de integriteit van de premier en de regering is verwijderd.'' Hij suggereerde dat er bij de BBC extra koppen moeten rollen. Huttons conclusies zullen volgens de regering worden betrokken bij onderhandelingen over de toekomstige bestuursvorm van de BBC.

In het Lagerhuis erkende Blair gisteren dat Huttons conclusies niet gaan over de legitimiteit van de oorlog in Irak en andere open vragen. ,,Het is absoluut waar dat mensen zich kunnen afvragen of de informatie van de inlichtingendiensten juist was en waarom we nog steeds geen massavernietigingswapens hebben gevonden'', aldus Blair. ,,Maar dat is van een compleet andere orde dat een beschuldiging van misleiding, onbetrouwbaarheid en bedrog.''

Volgens Charles Kennedy, leider van de Liberal Democrats, de tweede oppositiepartij, had Hutton slechts de opdracht om de omstandigheden van het overlijden van wapenexpert Kelly te onderzoeken. ,,Het rapport laat grote vragen onbeantwoord, om de doodeenvoudige reden dat ze niet aan de orde waren. We zijn nog geen stap verder bij de bepaling of dit land op valse gronden een oorlog is begonnen. We hebben een onafhankelijk onderzoek nodig om te weten waarom.''

Kelly's weduwe bedankte gisteren via haar advocaat Lord Hutton, maar voegde eraan toe het niet eens te zijn met diens oordeel dat de druk waaronder haar man zelfmoord pleegde voor een deel te maken had met zijn ,,moeilijke'' karakter.

Tory-leider Howard viel met name minister Hoon (Defensie) en Alastair Campell aan voor hun rol bij het naar buiten brengen van Kelly's naam. ,,Niemand binnen de regering kan met trots terugzien op deze periode; de natie zal op het goede moment zijn oordeel vellen'', aldus Howard met een verwijzing naar de verkiezingen van volgend jaar.

Hutton had kritiek op Hoon en de nalatige zorg die zijn ministerie als werkgever aan Kelly verplicht was, maar hij voerde als ,,verzachtende omstandigheden'' aan dat Kelly ,,moeilijk benaderbaar voor hulp of advies'' toen zijn naam bekend dreigde te worden.

hoofdartikel pagina 7