Ophef over ETA-overleg groeit

Heeft de regering zijn geheime dienst in gevaar gebracht omwille van een partijpolitieke belangen in de verkiezingsstrijd? Dat de is ongemakkelijke vraag waar de Spaanse premier José María Aznar zich voor gesteld ziet in het schandaal dat werd veroorzaakt door de ontmoeting die de Catalaanse regiobestuurder Josep Lluís Carod heeft gehad met de top van de terreurbeweging ETA.

De ontmoeting, begin deze maand in het Franse Perpignan, heeft de afgelopen dagen grote schade veroorzaakt aan het imago van de socialistische oppositiepartij PSOE. De radicale Catalaanse nationalist Carod speelt immers een belangrijke rol in de coalitie van de nieuwe Catalaanse regioregering onder leiding van de socialisten. Het dagblad Abc onthulde dat Carod in Frankrijk langdurig had gesproken met de huidige ETA-top, Mikel Antza en Josu Ternera. Daarbij zou Carod volgens Abc aan de ETA hebben gevraagd voorlopig geen aanslagen te plegen in Catalonië.

Carod, inmiddels aangeklaagd door terreurslachtoffers en onderzocht door het openbaar ministerie, trad af als tweede man van het Catalaanse regiobestuur. Naar eigen zeggen was hij op eigen initiatief afgereisd om de dialoog met de ETA open te houden. Van een overeenkomst zou geen sprake zijn. De socialistische partijleiding, die een harde lijn tegenover ETA voorstaat, werd echter zwaar in verlegenheid gebracht. Te meer omdat haar lokale leider, regiopresident Maragall, aanvankelijk weigerde Carodsontslag te accepteren.

De socialisten zetten gisteren onder leiding van lijsttrekker José Luis Zapatero echter de tegenaanval in. Want het nieuws van de ontmoeting blijkt afkomstig uit een rapport van de Spaanse geheime dienst CNI dat naar Abc werd gelekt. Waarom werd de ETA-leiding niet gearresteerd als de spionnen mogelijk van tevoren op de hoogte waren van de ontmoeting? Werd hier voorrang gegeven aan het zwart maken van de oppositie in plaats van de strijd tegen het terrorisme? Het oppositiegezinde dagblad El País meldt vandaag dat binnen de geheime dienst groot ongenoegen bestaat over het lek, dat rechtstreeks een aantal bronnen in gevaar brengt. Premier Aznar is opgeroepen om de kwestie in het parlement toe te lichten.