Miljardenboete na ramp tanker Exxon

Olieconcern ExxonMobil moet 6,75 miljard dollar (5,4 miljard euro) schadevergoeding betalen voor de ramp met de tanker Exxon Valdez in 1989. Een federale Amerikaanse rechtbank veroordeelde de maatschappij tot een vergoeding van 4,5 miljard dollar voor een groep inwoners van Alaska, waar het incident plaatsvond. Bovendien hebben ze recht op 2,25 miljard dollar aan rente, zo maakte een van de advocaten van de eisers gisteren bekend.

Het is niet de eerste keer dat een miljardenboete is opgelegd. Eerder veroordeelde een rechter Exxon tot een straf van 5 miljard dollar, die later werd teruggeschroefd naar 4 miljard. De uitspraak van gisteren volgt op een beroep van Exxon. Het olieconcern liet weten ook deze nieuwe uitspraak weer aan te vechten.

Volgens Exxon is het hooguit voor 40 miljoen dollar aansprakelijk. De onderneming heeft eerder vrijwillig 300 miljoen dollar overgemaakt en zegt bovendien 2,2 miljard dollar te hebben bijgedragen aan de schoonmaakoperatie. Met diverse overheden schikte Exxon eerder voor 1 miljard.

Volgens een recente uitspraak van het Amerikaanse hooggerechtshof zou een boete maximaal negen keer de economische schade mogen bedragen. Advocaten van de klagers hadden de schade van deze ramp op ruim 500 miljoen dollar geraamd. Exxon stelde tijdens de behandeling van de zaak dat de schade alleen economisch was, en dat de boete daarom lager uit moest vallen. Maar de rechter nam in zijn oordeel mee dat Exxon kapitein Joseph Hazelwood de tanker liet varen, terwijl het concern wist dat hij een drankprobleem had.

In totaal 32.000 vissers, landeigenaren, gemeenten en kleine bedrijven sleepten Exxon voor de rechter na de ramp. De Exxon Valdez sloeg in maart 1989 lek bij Alaska, vervuilde 1.600 kilometer kustlijn en veroorzaakte daarmee de grootste milieuramp uit de Amerikaanse geschiedenis. Volgens schattingen zijn als gevolg van het ongeluk 250.000 vogels gestorven en duizenden zoogdieren.