Maak het vak van huisarts snel aantrekkelijker

Als er nu niets gebeurt, zitten over vier jaar één miljoen Nederlanders zonder huisarts. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) strijdt al jaren om dat te voorkomen. Dat vergt investeringen, terwijl minister Hoogervorst bezuinigt, meent Bas Vos.

De huisartsenzorg staat al jarenlang onder grote druk. Met minder mensen en middelen moeten huisartsen steeds meer werk verrichten. Dat kan zo niet langer. In 2002 presenteerde de LHV samen met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) maatregelen tegen het dreigende tekort aan huisartsen en andere capaciteitsproblemen in de zorg. De minister kwam vorig jaar november met zijn eigen plannen over de huisartsenzorg en andere beroepsgroepen in de `eerstelijnszorg'.

In zijn nota gaat Hoogervorst in op de reorganisatie van huisartsenzorg, fysiotherapie, thuiszorg, verloskunde, maatschappelijk werk en tandartsenzorg. Vandaag behandelt de Tweede Kamer deze plannen, waarin de minister pleit voor een vraaggestuurd stelsel. De introductie van gereguleerde marktwerking en het invoeren van een verplichte standaardverzekering zijn daarvoor belangrijke middelen; de commerciële zorgverzekeraars krijgen de regierol toegewezen en mogen zelfs huisartsen in dienst nemen.

Ons belangrijkste verschil van mening met de minister is dat hij weigert noodzakelijke investeringen te doen om de kwaliteit van de bestaande huisartsenzorg te behouden. Zonder investeringen is de goedbedoelde reorganisatie van de eerstelijnszorg onmogelijk. De minister heeft dat in maart 2003 nota bene zelf voorgerekend in zijn nota `Zorg in de Buurt'. Daarin staan zeer bruikbare oplossingen, maar wel gekoppeld aan een investering van 300 miljoen euro. Het kan natuurlijk niet zo zijn, dat dit geld nu ineens uit de beperkte budgetten van de huisartsenzorg moet komen.

Ons tweede bezwaar tegen de `visie' van de minister is, dat hij op veel punten onduidelijk is, uitgaat van gebrekkig onderbouwde veronderstellingen en te weinig perspectief biedt op een krachtige gezamenlijke aanpak op korte termijn.

Enkele voorbeelden. Allereerst stelt de minister dat ,,gereguleerde marktwerking'' zal leiden tot de door hem beoogde resultaten, maar dit concept is nergens helder omschreven. Daarnaast geeft hij de verzekeraars een belangrijke regierol, maar nergens maakt de minister duidelijk wat die rol precies inhoudt. Ook wil minister Hoogervorst zorgverzekeraars de mogelijkheid geven `callcentra' in het leven te roepen, die het eerste aanspreekpunt voor patiënten moeten vormen. Daarmee creëert hij een extra – zeer onpersoonlijke – drempel voor patiënten. De LHV pleit juist voor drempelloze toegankelijkheid, zodat iedereen de zorg kan krijgen die nodig is.

Een ander pijnpunt is de invoering van `eigen bijdragen' om de vraag naar zorg te beteugelen. Nederlands onderzoek én de buitenlandse praktijk tonen aan dat eigen bijdragen niet leiden tot een verminderde vraag naar zorg. Het leidt wél tot `uitstelgedrag' bij de patiënt; die gaat veel later en met verergerde klachten naar de huisarts, waardoor doorverwijzing naar bijvoorbeeld het ziekenhuis sneller noodzakelijk is. Dat leidt tot hogere zorgkosten, waar deze minister toch geen voorstander van kan zijn.

Wat moet dan wel gebeuren om te voorkomen dat over vier jaar één miljoen mensen zonder huisarts zitten? Drie concrete maatregelen zijn noodzakelijk om het dreigende huisartsentekort in Nederland te voorkomen. Allereerst moet het vak van huisarts aantrekkelijker worden. Al jaren stromen te weinig geneeskundestudenten door naar het huisartsenvak. Huisartsgeneeskunde kan bijvoorbeeld prominenter in de eerste jaren van de opleiding ingebracht worden. Om de aantrekkelijkheid van het vak te vergroten, moeten startende huisartsen geholpen worden een eigen praktijk te beginnen. Hiervoor zijn mogelijkheden tot werken in deeltijd, betere financieringsvormen en meer samenwerking tussen huisartsen nodig. Concrete voorstellen van de LHV zijn er al; nu de politieke steun nog.

Ten tweede moet de minister meer investeren in de bestaande praktijkondersteuning van de huisarts. Samen met zorgverzekeraars en huisartsen is het ministerie enkele jaren geleden gestart met een project waarbij praktijkondersteuners bepaalde taken van huisartsen overnemen, zodat de artsen zich meer kunnen richten op zorgtaken.

Minister en verzekeraars onderschrijven het succes van dit project, maar minister Hoogervorst bevriest de investeringen voor uitbreiding van de praktijkondersteuning.

Hij steekt daarentegen wel extra geld in nieuwe zorgberoepen als nurse practitioners en physician assistants, waarvan in het geheel niet duidelijk is welke taken zij krijgen en hoe succesvol ze zijn.

Ten slotte willen we voorkomen dat 30 procent van de huisartsen die ouder zijn dan 55 jaar, in de komende vier jaar noodgedwongen moet stoppen. Door oudere huisartsen minder onregelmatige avond-, nacht- en weekenddiensten te laten draaien, kunnen we dat realiseren. Maar alleen als de politiek ons helpt.

De huisartsen willen voor iedereen blijven klaarstaan. Zij moeten het eerste aanspreekpunt voor patiënten blijven. Ook in de toekomst heeft iedereen recht op zijn vertrouwde huisarts in de buurt.

De Landelijke Huisartsen Vereniging wil zeker modernisering van de eerstelijnszorg, meer innovatie in de huisartsenzorg en garanties voor de kwaliteit, waardoor patiënten tevreden blijven. Ook voor ons zijn samenwerking, taakdelegatie en integratie van eerstelijnszorg kernbegrippen om goede en betaalbare zorg te behouden voor alle Nederlanders.

Maar dat dreigt nu verloren te gaan. Dat mag niet gebeuren en dat hoeft ook niet te gebeuren, als de Tweede Kamer bereid is de verantwoordelijkheid te nemen om andere keuzes te maken dan de minister.

Bas Vos is voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging.