Integratiebeleid

Maxime Verhagen noemt eenieder die durft te beweren dat het integratiebeleid niet mislukt is, onwetend of naïef, of beide (NRC Handelsblad, 14 januari). Toch laat zijn eigen redenering mij geen andere keuze dan precies dat te doen. Althans, te weerspreken dat daaruit volgt dat het integratiebeleid mislukt is.

Volgens Verhagen was er in de jaren '50 en '60 in het geheel geen integratiebeleid. Dat is mogelijk, maar zeker is dan dat het niet mislukt is wat niet gedaan wordt kan immers niet mislukken. In de jaren '70 stond, aldus Verhagen, het behoud van de oorspronkelijke cultuur centraal.

Dat lijkt dan, als we zijn bewering dat allochtonen onvoldoende geïntegreerd zijn voor waar houden, volstrekt gelukt te zijn. Wat hij nalaat te vermelden is dat er ook heel wat allochtonen rondlopen die ondanks dat op behoud van de eigen cultuur gerichte beleid goed geïntegreerd zijn, dus die conclusie is te optimistisch het is hooguit ten dele gelukt, en dus ook ten dele mislukt.

In de jaren '80 hadden we, alweer volgens Verhagen, het minderhedenbeleid en dus weer geen integratiebeleid, begrijp ik. En dus ook weer niet iets wat mislukt kan zijn. Blijft het beleid van het laatste decennium van de vorige eeuw, gericht op sociaal-economische aanpassing. Het is verleidelijk om juist het disproportioneel hoge beroep op sociale voorzieningen aan te voeren als argument om dit beleid geslaagd te noemen, maar dat is te demagogisch. Nee, het integratiebeleid van de jaren '90 lijkt op dit punt niet geslaagd.

Blijft natuurlijk de voor de toekomst niet onbelangrijke vraag of dat komt doordat het beleid op verkeerde premissen was gebaseerd of niet is uitgevoerd, of dat andere factoren het doorkruist hebben, en zeker ook op welke termijn integratiebeleid succesvol kan zijn, maar laten we het op basis van wat Verhagen aanvoert mislukt noemen.

Dan nog echter is zijn onderbouwing van de bewering dat het integratiebeleid mislukt is, op zijn minst zwak. Het is zeer wel mogelijk dat Verhagen met zijn voorstellen voor een herziening van doelen en inzet van het integratiebeleid de juiste weg wijst in het verleden behaalde resultaten (of het achterwege blijven daarvan) zeggen immers op zichzelf, zonder verdere kennis, niets over de toekomst. Maar het is zeker dat hij met het verketteren van wie zijn uitspraak over het verleden zou willen weerleggen, een volstrekt verkeerd signaal afgeeft.

Effectief beleid en zelfs de politieke vaststelling van de doelen daarvan is gebaat bij een machstvrije discussie waarin intellectuele integriteit tot onwelkome conclusies kan leiden.