Grote diversiteit bij eerste zestien in Tiger Competitie

Huub Bals, oprichter van het Filmfestival Rotterdam, hield van films die niet helemaal gelukt waren. Dat vertelde Raúl Ruiz, een van de oudste vaste bezoekers van het festival en dit jaar Filmmaker in Focus. Ruiz: ,,Huub Bals hield van films waarin de mislukte dingen interessanter waren dan wat er wél geslaagd aan was.'' Kort na de dood van Bals in 1988 begon Ruiz aan een film die zowel een grafschrift als een hommage moest worden. In Rotterdam werd Responso als work in progress vertoond. Het is een film vol vertellers van fantastische verhalen. De doden, de goden, ze komen er allemaal in voor.

Ook zonder die wetenschap is het niet moeilijk om uit de zestien eerste en tweede films in de Tiger Competitie de hoogtepunten te kiezen. Morgen maakt de jury, waarin onder anderen de Franse regisseur Claire Denis, schrijver Hafid Bouazza en ex-Boijmans-directeur Chris Dercon zitting hebben, de drie Tiger Awards bekend. Dan neemt ook de huidige artsitiek directeur Simon Field afscheid. Voor het eerst maakte hij dit jaar voor de catalogus een aantal filmbeschrijvingen, waarin iets van zijn affiniteiten met films als Uniform, Asshak, Tales from the Sahara en Somnambuul doorklinkt.

Het eerste wat aan de selectie voor de Tigers opvalt, is haar diversiteit. De jaren waarin debuterende filmmakers verslag doen van hun existentiële verveling lijken voorbij. Er zijn films bij over disfunctionele familieverbanden, zoals de Zweedse cabareteske film Four Shades of Brown, of het lamlendige Duitse Unterwegs. Er zijn geëngageerde films uit de Balkan, waarin politieke twijfel en onzekerheid van jongeren tot uitdrukking komen, zoals How I Killed a Saint en Summer in the Golden Valley. Straatrumoer is er ook in de Peruviaanse film Dias de Santiago.

Sterke voor- en tegenstanders in de wandelgangen zijn er voor het regiedebuut van acteur Lee Kang-sheng. In The Missing vertelt hij een rijke, maar minimalistische fabel waarin een grootmoeder en een kleinzoon zoeken naar hun respectievelijke kleinkind en grootvader. Zijn ze dood of verdwenen, of bestaan de werelden van verleden, heden en toekomst hier naast elkaar?

Ook de Belgische absurdistische film Aaltra is zo'n geliefde of verguisde film. Het is een uitgebeende komedie in de stijl van Fin Aki Kaurismäki over twee mannen die in rolstoel een reis door Europa maken om de fabrikant van de landbouwmachine die hen invalide maakte ter verantwoording te roepen. En ook Somnambuul uit Estland is een zo'n bijna hysterische film die Huub Bals zou hebben gewaardeerd. Een vader en zijn zowel nymfomane als frigide dochter wonen in een vuurtoren en verwerken seksuele trauma's uit het verleden en hun heden van de Tweede Wereldoorlog.

Meer interessant dan gelukt zijn ook het Finse Young Gods en uit Sri Lanka Scent of the Lotus Pond, tamelijk harde onderzoekingen naar seksualiteit en binding. In de lijst van favorieten voor de publieksprijs komen al deze films nauwelijks voor, al werden Aaltra, Asshak, de Italiaanse film Ballo a tre passi, het Zuid-Afriaanse The Wooden Camera en Young Gods voor latere distributie aangekocht.