Genvoedsel in EU dichterbij

De Europese Commissie heeft nieuwe en beslissende stappen gezet om het feitelijke moratorium op toelating van nieuwe gmo's (genetisch gemodificeerde organismen) in de Europese Unie binnen enkele maanden op te heffen. Zij verzocht gisteren de EU-lidstaten de toelating van een zoete maïssoort (BT11) goed te keuren.

,,We moeten de rest van de wereld laten zien dat onze besluitvorming over gmo's werkt'', zei Eurocommissaris Wallström (Milieu). In augustus vorig jaar dienden de VS, Canada en Argentinië een klacht in bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) tegen het moratorium in de EU. De Commissie wijst erop dat EU-regelgeving voor striktere etikettering en traceerbaarheid van gmo's op 1 april 2004 in werking treedt, zodat consumenten zelf de keuze kunnen maken.

EU-ministers kunnen de toelating van BT11, dat resistent is tegen bepaalde pesticiden, alleen nog tegenhouden met tweederde meerderheid. Maar zo'n meerderheid zal er naar verwachting niet zijn. De Commissie kan dan na drie maanden zelf de knoop doorhakken. Deze procedure is het gevolg van het feit dat in december de stemmen staakten in het bevoegde beheercomité, waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd. Nederland behoorde tot de voorstemmers.

De Commissie verzocht gisteren dit comité de toelating van nog een nieuw gmo goed te keuren. Het gaat om de maïssoort NK603 van het Amerikaanse Monsanto. Bij de toelating van beide nieuwe gmo's gaat het importproducten en niet om zaaigoed voor gmo-maïs.

De Europese Commissie heeft verder de zeven lidstaten die in 1998 een moratorium afkondigden met een beroep op voorzorgclausules in hun milieuwetgeving officieel gevraagd hun maatregelen in te trekken. Het betreft Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Groot-Brittannië, Luxemburg, Oostenrijk, die ook door de EU reeds goedgekeurde gmo's nog tegenhouden. Tot 1998 waren in de EU al achttien gmo's toegelaten.