Domweg gelukkig in Almere

Vandaag is het Landelijke Gedichtendag. In Almere ligt de enige Poëziestraat van Nederland. In de Literatuurwijk eromheen staan vooral veel huizen te koop.

De gloednieuwe Poëziestraat in Almere is zeshonderd meter lang, telt 396 huisnummers, vier verkeersdrempels en twee kruispunten voorzien van een glooiend obstakel van zwarte kasseien om het verkeer af te remmen. Een busbaan snijdt er dwars doorheen. De aanleg dateert uit het begin van 2000.

Het is een maandagmiddag in januari, er hangt mist in de straat. Doodstil, nauwelijks een sterveling die ik kan vragen of de bewoners aan de Poëziestraat en de omliggende straten, zoals de P.C. Boutensstraat, J. Slauerhoffstraat, J.H. Leopoldstraat, Jacques Perk- en Geerten Gossaertstraat, weet hebben van het bijzondere van hun Literatuurwijk. Of ze gedichten lezen, poëziebundels kopen en of ze juist vandaag, de Landelijke Gedichtendag, misschien extra tijd wijden aan poëzie. Overal lezen vandaag in den lande dichters voor, zelfs in treinen. Maar niet in de Poëziestraat.

Als ieder huishouden aan de Poëziestraat een bundel zou kopen, dan had deze straat de hoogste poëziedichtheid van Nederland. En wie in de Leopoldstraat of J.C. Bloemstraat woont is het natuurlijk aan zichzelf verplicht een bundel of liefst de `Verzamelde gedichten' thuis op de plank te hebben. In nog geen acht minuten loop ik de straat door. En weer terug, en weer eens. Ergens halverwege sieren de strakke, witte letters van het alfabet de stoeptegels. Ik probeer er een gedicht in te ontdekken, maar nee, zelfs geen onzin- of gorgelrijm wil `ILDRMCQZY' worden.

Aanbellen om een blik in de boekenkast te mogen werpen acht ik te brutaal. Naar binnen in de huiskamers kijken is onmogelijk. Alle vensters zijn voorzien van dichtgeweven vitrage, luxaflex of lamellen. Ongewenste inkijk wordt streng geweerd. Het valt op dat negen van de tien huisadressen een naambordje ontberen. Niemand wil kennelijk weten hier te wonen. Er is weinig dichterlijks aan de Poëziestraat, die verderop nog zijn pendant krijgt in de Prozastraat. Aan de Literatuurwijk grenst een buurt die De Uitgeverij heet, ha, hier ligt de bron van alle literatuur met de Manuscriptstraat, Redactiestraat, Oplagestraat. Vergeefs zoek ik de Beststelleravenue en eventueel de Ramsjsteeg. Hier staan uitsluitend kantoorachtige gebouwen op verder lege vlakten met modder.

Omtrekkende bewegingen door de Literatuurwijk leren dat in de Geerten Gossaertstraat vier huizen te koop staan, in de P.C. Hooft drie huizen en vijf in de Brederostraat. Aan het eind van de Perkstraat troont op een talud een hedendaags kunstwerk, gemaakt in 2001 door Peter Zegveld. Het stelt een kanon voor: twee molenstenen van wielen en een reusachtige schietbuis. `Het woord is machtiger dan het zwaard', staat er te lezen. Obscene graffiti versieren het geschut. Door de straat rijdt een gele auto met het opschrift `Leeskring' en even later passeert een blauw bestelbusje van `Welzorg'.

De basisschool aan de Slauerhoffstraat heet De Omnibus. Door de tuinen van de Boutensstaat zoekt een zwaan naar voedsel. Er groeien coniferen in keurige hardstenen vazen, verder is er nauwelijks groen en vooral geen wildgroei te bespeuren. De architectuur van de uit baksteen opgetrokken huizen is gematigd hedendaags. Scherpgepunte daken en ronde lijnen aan de oneven zijde, blokvormige woningen aan de even kant.

In Gezondheidscentrum De Archipel ontdek ik pas poëzie. Niet alleen staat de eerste druk uit 1945 van de gedichtenbundel Archipel door Slauerhoff in een vitrine, ook is hier een expositie gewijd aan kunstenares Ellen van Baren. In poëtische, verstilde kunstwerken roept zij intieme taferelen op van een amaryllis in een bierglas, een Chinees theepotje geplaatst in een entourage van bloemen. Stillevens en portretten vangt ze in sierlijke lijnen en fijnzinnige motieven. In restaurant De Ziel hangt een levensgroot portret van Slauerhoff. Het eerste gedicht uit Archipel heet toepasselijk `Boegbeeld: De Ziel' en begint zo: ,,Dit is mijn lot: gebeeldhouwd voor den boeg,/ Den scheepsromp achter mij te volgen''.

Zal iemand in de Literatuurwijk graag variëren op J.C. Bloem en tijdens een wandeling denken: ,,Domweg gelukkig in de Poëziestraat''? Ik wel: schilderkunst en poëzie zijn er uiteindelijk toch te vinden. Wat echter ontbreekt is een echt toepasselijk kunstwerk, bijvoorbeeld een in steen gebeiteld gedicht van een van de Nederlandse groten, naar wie deze heel stille en lege straten zijn vernoemd.