`Dit is verborgen erfgoed'

Op het Rotterdams Filmfestival presenteert Anna Abrahams iedere avond een programma met experimentele Nederlandse films uit de collectie van De Filmbank. ,,Deze kunstenaars zijn ongelooflijk eigengereid.''

In zaal De Unie aan de Mauritsweg speelt een man in het donker trombone. Hij kijkt naar het doek. Daar wordt zijn film Mariaheim op vertoond. Pruimen. In een vergiet, in een pan, in een pot. Hier wordt pruimenjam gemaakt. Kennelijk. Mensen krijgen we niet te zien. Na afloop wordt er gevraagd of er nog vragen zijn. Nee, er zijn geen vragen. De pruimen spreken kennelijk voor zich.

Nederlandse speelfilms zijn er nooit zoveel in Rotterdam. Er zijn wel altijd een hoop Nederlandse korte films, en dit jaar nog meer dan anders. In het programma `Cinema Regained' presenteert De Filmbank Dlight, een overzicht van de Nederlandse experimentele film sinds 1960. Tegelijkertijd verschijnt er een boek, mm2, en maakte Anna Abrahams de documentaire Cadavre Exquis, die op het festival in première gaat.

,,Kijken naar de films van Edward Luyken is een vorm van schedellichten'', zegt Abrahams. Luyken is de man met de trombone, die elk jaar een film maakt. ,,Je ziet zijn gedachtes ongefilterd, alsof je de droom van iemand anders meemaakt'', vindt Abrahams, die met haar kompanen tijdens het festival elke avond een programma met Nederlandse experimentele films in De Unie presenteert.

Abrahams is een van de oprichters van De Filmbank. ,,We vonden het jammer dat er in Nederland veel experimenteel werk is gemaakt, maar dat het nooit ergens te zien is. Wie heeft de valfilms van Bas Jan Ader gezien, toch een van de beste kunstenaars van Nederland? Het is verborgen erfgoed. Veel distributeurs vinden het te ingewikkeld en veel zalen te gek om ze te vertonen.''

De Filmbank reist nu met thematische programma's vol experimentele film door Nederland. De kracht van de programma's is dat, zoals Abrahams zegt, niets van selectie wordt uitgesloten. De prachtigste dingen worden er vertoond, zoals die valfilms van Ader, en de idiootste, zoals een letterlijk bij de vuilnisbak gevonden super 8-filmpje waarop twee Duitse echtparen met elkaar zoenen.

Ondanks de variatie in het aanbod, van meesterlijk tot onnozel, van gerenommeerde avantgardisten tot mensen die toevallig één keer een mooi filmpje maakten, is het gevoel dat er geen selectie is geweest schijn, al is het prettige schijn.

In het boek zijn iets meer dan honderd kunstenaars opgenomen, onder wie Frans Zwartjes, Ger van Elk en Marijke van Warmerdam. Abrahams: ,,We hebben lang geaarzeld over de keuze. Johan van der Keuken staat er nu bijvoorbeeld wel in, maar Ed van der Elsken niet. Van der Keuken is veel vernieuwender, Van der Elsken blijft binnen de kaders van de traditionele documentaire.''

Wat nu precies experimenteel is en wat niet, kan ook Abrahams moeilijk omschrijven. Misschien wijken de opgenomen kunstenaars zo ver af van de gebaande paden dat die paden niet meer te vinden zijn. Of dat door filmmakers of beeldend kunstenaars gebeurt, maakt niet meer uit. Abrahams bewondert vooral de volkomen onverwachte beelden die er in de films te oogsten zijn. Een zebra op een zwart-witte vloer die opzwelt en krimpt, zoals in een film van Jeroen Eisinga.

Wat opvalt in het boek en de films is dat veel kunstenaar hun apparatuur zelf maken. ,,Deze kunstenaars zijn ongelooflijk eigengereid'', zegt Abrahams. ,,Ze nemen nergens genoegen mee. Ze kunnen jaren aan één film werken als ze een bepaald idee in hun hoofd hebben.'' Vaak heeft de gekozen of gemaakte apparatuur met de inhoud van een werk te maken.

Lonnie van Brummelen maakte bijvoorbeeld een film waarin ze een gipsen beeld door Frankrijk trok, getiteld Route Sedentaire. Abrahams: ,,Onderweg slijt het beeld. Van Brummelen filmde de reis op omkeerfilm, een soort film die ook slijt, elke keer dat je hem vertoont.'' Er bestaat geen kopie van Route Sedentaire. De Filmbank moet er zuinig op zijn.