Burger moet voor zichzelf leren zorgen

De Tweede Kamer debatteerde gisteren over de toekomst van de nationale rechtsstaat. Hoe veel moet de overheid regelen? En is de burger nu gebaat bij meer of juist bij minder regels?

De rechtsstaat, best belangrijk! De slogan kwam gisteren van GroenLinks-leider Halsema, die er ironisch mee varieerde op het `Europa, best belangrijk' waarmee het kabinet dit jaar de Europese Unie onder de aandacht wil brengen. Gisteren debatteerde de Tweede Kamer over een ander `groot' thema dat naar de smaak van sommige Kamerleden onderbelicht is: de toekomst van de nationale rechtstaat. Halsema reageerde op minister Donner (Justitie), die het begrip rechtsstaat relativeerde als voornamelijk van belang voor kamergeleerden.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid bracht ruim een jaar geleden een genuanceerd rapport uit over de nationale rechtsstaat, over onder meer voor- en nadelen van gedoogbeleid, de rechtsstatelijke gevolgen van de overbelasting van het justitiële apparaat en het toenemende belang van de Europese en internationale rechtsorde waarin de rechtsstaat functioneert. Het kabinet van premier Balkenende reageerde daarop met een pleidooi voor een overheid die onder meer ,,terughoudender is in wat ze regelt'' en meer overlaat aan ,,de maatschappelijke krachten''.

Niet alle partijen debatteerden gisteren in de Kamer van harte over dergelijke abstracte thema's; de LPF en de SP bleven zelfs weg. De VVD vond het debat over de toekomst van de nationale rechtsstaat maar een ,,Haagse discussie'', zei Kamerlid Luchtenveld. En dat bedoelde hij niet als aanbeveling. Volgens de VVD staat de rechtsstaat onder druk door gebrekkige handhaving en een reeks incidenten – tot aan de recente schiet- en steekpartijen op scholen, zei Luchtenveld: ,,Bij veel burgers leeft het gevoel dat de rechtsstaat alleen op papier bestaat, maar dat de overheid de veiligheid niet kan garanderen.'' Volgens Luchtenveld was het daarom urgenter voor de Tweede Kamer om te spreken over betere handhaving, dan over de rechtstaat zelf.

Luchtenveld stond daarmee gisteren echter vrijwel alleen. De oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en ChristenUnie bijvoorbeeld maakten zich zorgen over de visie van het kabinet op de rechtsstaat. ChristenUnie-voorman Rouvoet sprak, bijgevallen door Halsema, van een ,,gemaskeerde efficiency-operatie'': het kabinet zou met zijn pleidooi voor `terughoudendheid' vooral willen rechtvaardigen dat het minder gaat doen.

PvdA-woordvoerder en oud-minister van Binnenlandse Zaken De Vries keerde zich vooral tegen het beeld van de overheid als uitdijende ,,,albedil'' dat het kabinet volgens hem ten onrechte schetst. De PvdA rekent juist ook zaken als de tekortschietende zorg in verpleeghuizen tot de problemen van de sociale rechtsstaat.

Daarmee vond de PvdA het CDA tegenover zich. Volgens CDA-woordvoerder Van de Camp is het probleem juist de ,,overdaad aan regels en bureaucratie die een bedreiging vormen voor de rechtsstaat.'' De verzorgingsstaat is volgens Van de Camp ,,te vet'' geworden, waardoor ,,mensen die het echt nodig hebben'' uiteindelijk niet meer geholpen kunnen worden. Het CDA wil binnen de rechtsstaat meer nadruk op de plichten van de burger. Zo kan Van de Camp zich voorstellen dat de overheid sancties gaat opleggen aan mensen die ongezond leven. Premieverhoging van zieketeverzekeringen zijn voor Van de Camp bespreekbaar bij risicovol gedrag.

Aan de kant van de regering boden de ministers Donner (Justitie) en De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing) een interessante aanblik. Zij spraken wel graag over de rechtsstaat – maar als de een sprak, fronste de ander de wenkbrauwen.

Donner vatte de rechtsstaat samen een ,,historische reactie op de willekeur die is ontstaan met een vestiging van de democratie.'' Daarmee is het voor hem vooral een abstractie die van minder belang is bij het streven naar een ,,bruikbare rechtsorde'': de praktische toepassing van het recht in de samenleving. ,,Het recht dient de mensen, niet andersom'', vindt Donner. Bij PvdA, GroenLinks en de ChristenUnie leeft de vrees dat door deze opvatting de rechtsbescherming van burgers tegen de overheid gevaar loopt. Volgens Halsema van GroenLinks ,,de essentie van de rechtsstaat''.

Donner vermeed verwijzingen naar de sociale rechtsstaat, waarvoor met name Rouvoet (ChristenUnie) aandacht vroeg. De Graaf daarentegen omarmde de term, onder verwijzing naar de sociale grondrechten die in de grondwet zijn opgenomen. Maar voor hem hoeft dat niet tot steeds meer regels, ambtenaren en overheidsbemoeienis te leiden. Hij wil ,,van de overheid af'' organiseren.