Beschuldigingen ontkend van oliegiften Saddam

Russische nationalisten, Turkse ondernemers, Arabische zakenlieden en ook een Franse oud-minister hebben gisteren woedend ontkend van de Iraakse ex-leider Saddam Hussein olie te hebben geaccepteerd in ruil voor hun steun. Het zou gaan om miljoenen vaten olie per persoon, in geld omgerekend miljoenen dollars.

De Iraakse krant Al-Mada, een van de talloze nieuwe bladen die sinds de val van Saddam Hussein in Irak zijn opgericht, heeft deze week een lijst gepubliceerd van zo'n 270 (ex-)regeringsfunctionarissen, parlementsleden, journalisten, bedrijven en organisaties uit 50 landen die de olie-steekpenningen zouden hebben ontvangen. Onder andere zouden zij actie hebben gevoerd voor opheffing van de VN-sancties tegen Irak. De lijst is volgens de krant gebaseerd op stukken van het Iraakse ministerie van Oliezaken, een van de weinige ministeries in Bagdad die na de ineenstorting van Saddams regime door het Amerikaanse leger voor plundering zijn behoed.

Veel van de nieuwe kranten in Irak zijn uiterst onbetrouwbaar, en eerdere beschuldigingen tegen een van de mensen op de lijst, het Britse Lagerhuislid George Galloway, bleken te zijn gebaseerd op vervalste documenten. De Jordaanse schrijver, columnist en ex-parlementariër Fakhri Kawar, een van de 14 Jordaniërs op de lijst van Al-Mada, wees gisteren dan ook beschuldigend naar de Amerikanen in Irak die ,,een campagne van geruchten'' zouden zijn begonnen om ,,de tegenstanders van de bezetting'' in Irak in diskrediet te brengen. Zijn relatie met Irak, zei hij in de Jordaanse krant Al-Rai, was gebaseerd op solidariteit.

De Franse ex-minister van Binnenlandse Zaken Charles Pasqua ontkende in olie te zijn geïnteresseerd of een aanhanger van Saddam te zijn geweest (hoewel hij wel goede relaties met het Iraakse regime onderhield). Het Russische ultranationalistische parlementslid Vladimir Zjirinovski, wél een openlijke vriend van Saddam, liet via een woordvoerder weten op elk bezoek aan Bagdad ,,een heel kostbaar horloge'' te hebben gekregen, maar nooit geld of olie te hebben geaccepteerd.

Maar uit Jordanië en Egypte kwamen ook gedeeltelijke bevestigingen van de beschuldigingen. Het ex-parlementslid Toujan Faisal, eveneens op de lijst, zei zelf nooit steekpeningen te hebben aangenomen. Maar zij had wel gediend als tussenpersoon tussen de Iraakse regering en een bevriende, in Jordanië gevestigde oliehandelaar. De hoofdredacteur van de Egyptische krant Sawt al-Arab, Abdel Adhim Manaf, zei dat hem inderdaad olie was aangeboden, maar afwijzend te hebben gereageerd. ,,En ik heb documenten om dat te bewijzen.''

Onder andere in Jordanië en Bulgarije zijn onderzoeken naar de beschuldigingen ingesteld. Verscheidene genoemden hebben met rechtszaken gedreigd.