Voetje voor voetje naar de steen

Zo'n 2,5 miljoen moslims zijn in Mekka op bedevaart. Ook Nederlandse pelgrims zijn daarbij. Cali uit Den Haag dankt Allah voor zijn verblijfsvergunning.

,,Dit is een enerverende ervaring'', zegt de Amsterdamse imam Fuat Yavas. Het is de vijftiende keer dat hij in Mekka is voor de jaarlijkse grote bedevaart, de hadj. En weer is Yavas onder de indruk bij het zien van de duizenden moslims, afkomstig uit alle continenten, die hun tawaf doen, een ommegang rondom de Ka'aba, de zwarte steen op de binnenplaats van de Grote Moskee.

,,Wij worden allen verenigd door één ding, en dat is de liefde voor Allah. Dit is een verbintenis die alle andere banden overstijgt'', vertelt Yavas kort nadat hij zeven keer rond de Ka'aba heeft gelopen en daarna zijn hoofd heeft afgekoeld met het heilige zemzem-water. Nu het begin van de hadj nadert, stroomt Mekka in hoog tempo vol. Volgens de officiële cijfers zijn er nu 2,5 miljoen pelgrims in de Saoedische stad. Op de haram, de binnenplaats van de Grote Moskee waar de Ka'aba ligt, ontstaan soms levensbedreigende situaties als massa's mensen in tegenovergestelde richting lopen en elkaar tegenkomen bij een van de vele in- en uitgangen van de Grote Moskee. Minutenlang kan niemand een kant op. Ouderen en vrouwen gaan bidden, zoals mensen dat doen in levensgevaar. Er is een god en Mohammed is zijn boodschapper.

Tot nu toe loopt het elke keer goed af.

Dat is in het verleden weleens anders geweest. Vorig jaar werden veertien pelgrims doodgedrukt in een overvolle winkelstraat bij de Grote Moskee. Ook in 2001 (35 doden), 1998 (180 doden), 1994 (270 doden) was verdrukking de voornaamste doodsoorzaak tijdens de pelgrimage. In 1997 kwamen 350 moslims om bij een brand in een tentenkamp, en in 1990 vonden 1.400 pelgrims de dood in een ingestorte tunnel. Zelfs de Grote Moskee, die op drie verdiepingen in totaal 1,2 miljoen gelovigen kan herbergen, kan de toestroom niet aan. Mannen en vrouwen bidden uit noodzaak naast elkaar, in de gangen, trappenhuizen, de gangpaden in het winkelcentrum naast de moskee, op de binnenplaats en zelfs op ruime afstand van de moskee in de straten. Sommige pelgrims overnachten hier om een goede plek te bemachtigen, liefst zo dicht mogelijk bij de Ka'aba.

De Ka'aba is het hart van de islam, alle moslims in de hele wereld richten zich tot deze steen als ze zich vijf keer per dag tot hun god wenden. Velen raken in trance bij het aanschouwen van het bouwsel waar de steen is ingemetseld. Het bouwsel is bedekt met een zwarte doek. Daarop zijn koranverzen geborduurd met gouden draden. De waarde van de doek wordt geschat op vijf miljoen euro. Degenen die erin slagen om dicht bij de Ka'aba te komen, lopen er – tegen de wijzers van de klok in – omheen.

De menigte loopt dicht opeengeperst, stapvoets. Millimeter voor millimeter bewegen ze zich richting de zwarte steen, waarvan ze geloven dat die uit de hemel komt. Iedereen wil de steen aanraken en kussen, zoals hun profeet Mohammed dat ook heeft gedaan. Voor de meeste moslims is dat een onbereikbare droom. Zij moeten genoegen nemen met lofprijzingen op afstand. Ter hoogte van de zwarte steen staan ze even stil. Ze roepen dat Allah groot is, kussen de palmen van hun rechterhand en groeten de zwarte steen.

Vier jonge Turkse moslims uit Nederland weten een gebedsplek te bemachtigen op de binnenplaats van de Grote Moskee. Ze zitten op gebedskleedjes te wachten tot het ochtendgebed begint. Links van hen staat het koninklijk paleis. Het verblijf voor de gasten van de koning is hoger dan de minaretten van de Grote Moskee – een doorn in het oog van veel moslims. Het kan de Nederlandse Turken niets schelen. Ze zijn hier niet om zich druk te maken over aardse kleinigheden. Sinds ze zo'n twee weken geleden zijn aangekomen in Mekka bidden ze zo vaak mogelijk in deze moskee. Moslims geloven dat een gebed in de Grote Moskee gelijk staat aan honderdduizend gebeden in een andere moskee.

De pelgrimstocht naar Mekka, de hadj, is het hoogtepunt in zijn leven, zegt Cevdet Elci (26) uit Beverwijk. ,,De eerste keer dat ik hier aankwam en de Ka'aba zag, klopte mijn hart zo snel, alsof het uit mijn lichaam zou springen.'' Voor Capan Yalvac (43) uit Barneveld is het de tweede keer dat hij de hadj maakt. ,,Het diepe verlangen'' naar de Ka'aba heeft hem weer naar Mekka gelokt.De Ka'aba bezorgt hem rust. Yalvac is hier voor gods gratie en vergeving, niet omdat hij onvergeeflijke zonden heeft, zegt hij. Hij wil wel graag naar channa, de hemel. ,,Een eeuwig bestaan zonder problemen, dat zie ik wel zitten.''

Mahmut Cali (28), eigenaar van een uitzendbureau in Den Haag, verhaalt gedreven over zijn passie voor de islam. Uit respect voor zijn profeet draagt hij een hoofdbandje. Mohammed droeg die ook tijdens het bidden, zegt hij. Cali is eigenlijk hier om zijn dankbaarheid te uiten. Jarenlang heeft hij illegaal geleefd in Nederland. De eerste reis die hij zou maken nadat hij zijn permanente verblijfsvergunning kreeg, zou naar Mekka zijn, had hij in zijn gebeden tot Allah beloofd. Nu heeft hij een vrouw en een kind, een huis, een goedlopend bedrijf. Cali gelooft dat alle wensen worden vervuld die moslims koesteren op het moment dat ze de Ka'aba voor het eerst zien. Hij heeft gesmeekt, zegt Cali, voor een betere positie en eenheid van de moslims in de hele wereld.

De Nederlandse pelgrims staan temidden van de menigte te wachten op het begin van het ochtendgebed. Sommige omstanders lezen in de koran, anderen zoeken nog een plek. Moslims die in of rond de moskee hebben overnacht, worden langzaam wakker. Plotseling staat een man van middelbare leeftijd op. Hij draagt ihram, witte ongenaaide doeken. Hij huilt. Zijn verhaal is niet te volgen, wel zijn gebaren. Zo te zien hebben dieven zijn geldzakje opengesneden. De man vraagt de mensen om hem heen om sadaka, een aalmoes. Velen stoppen hem geld toe als hij langs loopt.

Hij is niet de enige die om geld komt vragen. Even later komen twee gesluierde vrouwen bedelen en na hen weer een jongeman, ook gekleed in witte doeken. ,,Makkelijk geld verdienen voor die gasten'', zegt de Nederlandse pelgrim Elci. Zijn landgenoot Cumali Canlier stopt de man een riyal (minder dan 50 eurocent) toe. Voor Canlier, die de pelgrimstocht naar Mekka doet namens zijn vorig jaar overleden vrouw, is het niet belangrijk of het verhaal van de bedelaar op waarheid berust. ,,Het is voor zijn eigen rekening als hij liegt. Ik heb geld gegeven met de intentie iemand in nood te helpen. Dat is de plicht van elke gelovige.''

Inmiddels is het tijd voor het gebed. De imam roept de moslims op om zich tot Allah te wenden. De eindeloze rijen mensen staan op, brengen de handen naar de oren en sluiten die vervolgens op hun buik. De rechterhand houdt de linkerpols vast. Iedereen bidt nu. Op de meest overbevolkte plaats van de wereld is het even muisstil.