Veel bombarie in oogstrelende Romeo & Julia

,,De geschiedenis heeft een verhaal...'', begint een Jambers-achtige hijgstem buiten beeld. Wat hij verder zegt, is onverstaanbaar wegens de exorbitante geluidsversterking. Maar dat verhaal kennen we, want het is Romeo & Julia – met als enige verschil dat er een musical van is gemaakt. Terug naar de oerbron dus: de Amerikaanse Jets en de Sharks uit West Side Story zijn weer terugveranderd in de families Montecchi en Capuletti uit het Italiaanse Verona. En ook komt er af en toe een heuse flard uit de Shakespeare-tekst voorbij. Al klinkt dat nu lang niet zo elegant meer als in het origineel.

Romeo & Julia is een musicalsucces uit het musical-arme Frankrijk, dat in 2001 zelfs tot in de Franse hitparade doordrong. Daarna werd er een Vlaamse versie geproduceerd, die nu in een Vlaams/Nederlandse bezetting op tournee door Nederland is. Maar alleen in Rotterdam, Amsterdam en Breda; voor verder reizen is de voorstelling veel te groot. Er is immers een waar spektakel van gemaakt, met meer dan dertig acteurs, dansers en zangers op een huizenhoog toneel. En de aankleding is bepaald oogstrelend: de Montecchi's in alle tinten blauw en de Capuletti's in uiteenlopend rood – flatteuze kledij die knipoogt naar een Venetiaans carnaval, maar tegelijk in een hedendaagse danshal niet zou misstaan.

En alles zingt en beweegt op de muziek van Gérard Presgurvic, die vooral opvalt door de overdaad. Romeo & Julia omvat maar liefst 32 nummers. Daar zitten weliswaar een paar stevige deunen tussen, naar het voorbeeld van zijn landgenoot Claude-Michel Schonberg. Toch is het allemaal te veel. De songs slaan elkaar dood; het ene crescendo is nog niet voorbij of het volgende barst alweer los. Bovendien worden ze gespeeld door een amorfe massa synthesizers met bonzende bassen, waaruit slechts bij vlagen een jankende gitaar of een lyrische viool loskomt.

Veel storender is echter nog de vertaling van de Vlaamse chansonnier Johan Verminnen, die er zelden in slaagt zijn tekstregels enig onderling verband te geven. Er is vaak geen touw aan vast te knopen. ,,Zij is een schoonheid / in haar blik lees ik nu alleen maar grootheid'', zingt Romeo. Elders verliest de vertaler zich in machteloze wartaal als: ,,De haat heeft mijn jeugd vermoord.'' Of in de banale versimpeling, die Romeo aan Julia's sterfbed in de mond gelegd krijgt: ,,Wat hebben we gedaan / dat het nu zo moest gaan?''

Node mis ik hier wat West Side Story zo bijzonder maakte: de geniale muziek, de emotionele zangteksten en de adembenemende choreografie. In de wervelingen die regisseur Redha zijn dansers heeft opgedragen, ontbreekt iedere spanning. Wel laat hij het hele ensemble steeds heftig gillen en brullen als er weer iets noodlottigs gebeurt.

De frêle Davy Gilles en Jennifer van Brenk staan, hoe geloofwaardig ze ook ogen, voor de onmogelijke taak enige gevoelens op te wekken voor het gedoemde liefdespaar. Evenals de rest van het gezelschap – met Ben Cramer als een geëxalteerde broeder Lorenzo – kunnen ze niet op tegen zo veel bloedeloze bombarie. Dit is niet meer dan de buitenkant van Romeo & Julia, en trouwens ook niet meer dan de buitenkant van een musical.

Voorstelling: Romeo & Julia, van Gérard Presgurvic, door Music Hall. Regie: Redha. Gezien: 27/1 in Luxor, Rotterdam. Nederlandse tournee t/m 4 april. Inl. en res. (0900) 3005000 of www.romeoenjulia.nl