`Openbaar vervoer niet aanbesteden'

De verkeerswethouders van de vier grote steden zien niets in de plannen van minister Peijs (Verkeer) om het openbaar vervoer over twee, maar uiterlijk drie jaar aan te besteden. De bestuurders zullen dat schriftelijk aan de minister meedelen.

De brief van de wethouders uit Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag is een reactie op een schrijven van Peijs begin december vorig jaar. Daarin geeft ze aan dat tram- en busvervoer in de vier steden gebaat zouden zijn met meer marktwerking. Peijs wijst er op dat deze ontwikkeling bij de gemeentelijke vervoerbedrijven veel trager verloopt dan in het streekvervoer. ,,Dat baart mij zorgen'', aldus de minister. Openbare aanbesteding van het vervoer is volgens de minister noodzakelijk op grond van de Wet Personenvervoer uit 2000. Ze wijst er op dat ,,het op afstand zetten'' van het openbaar vervoer in plaatsen als Groningen en Maastricht goede resultaten heeft gehad. ,,Het heeft geleid tot een meer zakelijke relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, efficiëntere bedrijfsvoering en kwaliteitsverbeteringen''.

Wethouder Bruins van Den Haag zegt hierover: ,,Openbare aanbesteding kan wel interessant zijn, maar wij willen eerst meer passagiers in het openbaar vervoer. Laat ons daar nou een tijdje aan werken, dan zien we verder.'' Hij benadrukt dat de HTM in Den Haag al verzelfstandigd is, in tegenstelling tot Rotterdam en Amsterdam waar het openbaar vervoer nog wordt verzorgd door gemeentelijke bedrijven. ,,Geef die steden de tijd om hun vervoers-

bedrijven te verzelfstandigen'', aldus Bruins. Hij weet niet hoe de gemeenten marktwerking in het stadsvervoer moeten organiseren: ,,We zien geen onderneming die hierin geïnteresseerd kan zijn''.