Oneida

De New Yorkse elektronische artpunkband Oneida heeft zowaar een toegankelijk album gemaakt. Was de vorige nog een programmatisch ding vol eindeloos repeterende waanzin en slechts enkele proeven van kordaat en meeslepend anarchisme, vorig jaar bleek al op de vaderlandse podia dat Oneida zijn publiek na jaren van psychedelische bevreemding anders wenst op te zwepen.

Gek genoeg is hun nieuwe album Secret Wars bijna een moderne punkplaat geworden. Bands als The Spits en de Lost Sounds doen in andere hoeken van de muziek vergelijkbare dingen met orgeltjes en piepende keyboards. Bij Oneida ligt het accent nadrukkelijk op synthesizers uit alle tijdperken. En dat moeten ze vooral zo houden, want zodra de gitaar in alle ernst wordt omgehangen valt de band pardoes door de mand, zoals een wel heel vreemd, zeurderig singersongwritersliedje op deze nieuwe plaat aantoont.

Opwinden en opzwepen, met diepe eerbied voor de eenvoudige riff: daarin zit de kracht van deze band. Het feit dat Oneida's muzikale poëtica zwaar stoelt op oude Europese krautrock en artpunk zorgt op Secret Wars gelukkig dan ook nog slechts sporadisch voor verweesde klanken uit de ivoren toren.

En zelfs als de band aan het slot van dit nieuwe album toch nog aan het freaken slaat, is het voor de eenvoudige sterveling nog te volgen. Zonder zijn muzikale afkomst te verloochenen heeft Oneida met Secret Wars een dwarse, meedogenloze plaat gemaakt die zich met geniepige eenvoud en een bijna boosaardig aandoende schoonheid in het middenrif boort.

Oneida, Secret Wars; Rough Trade/ Konkurrent