Nucleaire supermarkt

Er is zo'n intensieve illegale handel in onderdelen van en technologie voor kernwapens, dat directeur ElBaradei van het internationale agentschap voor atoomenergie (IAEA) deze week waarschuwde voor een mogelijke atoomoorlog. Die zou dreigen als er geen nieuw inspectieregime komt. Het huidige verdrag tegen verspreiding van kernwapens, het non-proliferatieverdrag, voldoet niet meer.

Het kernwapen is sinds het is uitgevonden slechts twee keer vlak na elkaar en door Amerika gebruikt – voor het bombarderen van de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki, bijna zestig jaar geleden. Sindsdien zit de schrik er goed in. Maar volgens ElBaradei zijn de herinneringen aan Hiroshima en Nagasaki aan het wegebben. Niet alleen dictatoren, maar ook terroristen hebben nucleaire ambities. Volgens ElBaradei is er een wereldwijde supermarkt aan onderdelen en kennis voor kernwapens. Europese onderwereldfiguren en werkzoekende of bijklussende kerngeleerden spelen daarin een rol. Pakistan blijkt afgelopen jaren een spilfunctie te hebben vervuld. Er zijn aanwijzingen dat Iran, Noord-Korea en Libië geprofiteerd hebben van kennis uit Pakistan. Er zijn verdenkingen tegen Abdel Qadeer Khan, de vader van de Pakistaanse atoombom, die tijdens zijn opleiding in Nederland ontwerpen voor een kerncentrifuge heeft gestolen.

Volgens het non-proliferatieverdrag hebben slechts vijf ondertekenaars, tevens vaste leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, het recht om kernwapens te bezitten. Deze ongelijkheid wringt. Veel niet-westerse landen accepteren het onderscheid niet. Sommige regeringen hebben stiekem aan een kernwapen gewerkt. Grote regionale machten als India zijn geen partij van het verdrag. India heeft nu kernwapens, evenals aartsrivaal Pakistan. Vorig jaar dreigden deze twee landen door het conflict over Kashmir dicht bij een onderlinge kernoorlog te komen. Uiteindelijk bleken beide regeringen verstandig. In de toekomst kan dat anders aflopen.

ElBaradei wil internationaal toezicht op alle voorraden plutonium en verrijkt uranium en strengere sancties tegen overtreders. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Landen die het internationale verbod op kernwapens niet hebben ondertekend, kunnen formeel niet worden verplicht mee te doen. Ze kunnen wel onder druk worden gezet. Dat geldt ook voor de landen die stiekem kernwapens ontwikkelen.

Uit ervaring blijkt dat alleen economische sancties niet genoeg zijn. Zowel militair machtsvertoon als diplomatie in samenwerking met de VN helpt. Waarschijnlijk mede dankzij strenge VN-inspecties en het militaire machtsvertoon bij de eerste Golfoorlog zag de Iraakse regering reeds lang voor de Amerikaanse invasie af van zijn nucleaire programma. De Amerikaanse wapeninspecteur David Kay is met lege handen teruggekeerd. Sinds de Amerikaanse militaire overwinning in Irak zijn ook Iran, Libië en Noord-Korea meer bereid tot medewerking aan overleg en inspecties. Maar in het geval van Iran was Europese diplomatie doorslaggevend voor een akkoord. Een good cop, bad cop-strategie die als voorbeeld kan dienen voor een beter non-proliferatieregime, mits onder toezicht van de VN.