Meer internetdissidenten in China

In China neemt met het aantal internetgebruikers ook de internetcensuur toe. De autoriteiten hebben in totaal al zeker 54 dissidenten opgepakt, waarvan 60 procent in het afgelopen jaar werd gearresteerd. Dat meldt de mensenrechtenorganisatie Amnesty International in een vandaag verschenen rapport.

De internetdissidenten worden beschuldigd van zaken als het ondertekenen van petities op internet, het oproepen tot hervormingen, het bekritiseren van corrupte praktijken en van pogingen om een onafhankelijke politieke partij op te zetten. Zij kregen daarvoor straffen variërend van twee tot twaalf jaar opgelegd, aldus Amnesty.

Het aantal internetgebruikers in China stijgt snel. Het gaat momenteel om zo'n tachtig miljoen mensen, tegen ruim 59 miljoen in december 2002. Veel Chinezen bezoeken internetcafés, maar volgens recente wetgeving moeten alle 110.000 internetcafés nu software installeren die de toegang belemmert tot websites die de Chinese overheid als schadelijk of subversief beschouwt. Daaronder vallen onder meer de sites van de BBC en van Amnesty International.

Volgens Amnesty legt de overheid steeds meer verantwoordelijkheid bij internetproviders en -cafés om te controleren wat hun klanten precies op het net uitvoeren en welke sites ze bezoeken. Daarnaast beschikt China over een speciale internetpolitiemacht, die zich onder meer bezig houdt met het controleren van de inhoud van e-mails.

Toch is internet uitgegroeid tot een van de belangrijkste fora voor mensen die hun grieven over de huidige stand van zaken in China met anderen willen delen. De kranten en andere media lenen zich daar veel minder voor, omdat de censuur op de inhoud daar veel makkelijker is te handhaven. Daarbij gaat het overigens zeker niet alleen om politieke activisten die hun hart luchten: over alles bestaan discussiegroepen op internet, en het is vaak een goede bron om inzicht te krijgen in hoe er in China wordt gedacht over recente maatschappelijke ontwikkelingen. De discussies op internet zijn over het algemeen veel heviger en er worden veel extremer standpunten ingenomen dan in de kranten mogelijk zou zijn.

Vorig jaar leek het er even op dat China zich milder ging opstellen ten opzichte van internetdissidenten. Zo was er de zaak van Liu Di, die in november onverwacht werd vrijgelaten. Liu Di raakte op het net bekend onder de schuilnaam `Roestvrijstalen Muis'. Ze was een jaar eerder opgepakt omdat ze had geprotesteerd tegen de arrestatie van andere dissidenten. Tegen Liu Di is nooit een officiële strafklacht ingediend, maar nadat zij was opgepakt kwam er een golf van protest los op het internet. Volgens Amnesty zouden zeker drieduizend mensen een petitie hebben ondertekend waarin werd opgeroepen tot haar vrijlating. Van die ondertekenaars zitten er nu nog minstens vier gevangen.

Amnesty maakt zich eveneens zorgen over een wet die vorige week in Cuba van kracht werd en het privé-gebruik van internet verbiedt. Slechts een zeer klein aantal leden van de communistische partij wordt ontheven van het verbod te surfen. Overtreders kunnen zware straffen tegemoet zien.