Meer dan lachen om Marokko

Een blauwe sterrennacht en daarin de maan, bleek als een edelsteen. Er zijn vaak meisjes in Nederland, vertelt een stem erbij, die denken dat het zo mooi is in Marokko. ,,Met die maan en zo. Zo romantisch. Rot op man!'' En dan gaat ineens de zon aan en zien we een vervallen pestdorpje in een stofvallei. De vertelstem blijft op dezelfde toon de treurnis van Marokko en zijn bewoners afkammen. De tv die nog met een sprietantenne werkt, en vooral niet werkt als er een belangrijke voetbalwedstrijd is. ,,Ik weet nou nóg niet hoe die wedstrijd is afgelopen man.'' De moeder die haar bril moet afzetten om iets te kunnen lezen, omdat op de dag dat ze een afspraak met de opticien had, al haar kinderen weg waren en zij maar twee woorden Nederlands spreekt. ,,Isj goed.''

Op deze toon, met snelle scènes uit het leven van Marokkaanse Ap en zijn familie daar en hier, op de roffelende klanken van Egyptian Reggae, begint Shouf shouf habibi! en dat is dus heel erg goed. Regisseur Albert ter Heerdt, bekend als scenarioschrijver van tv-series Russen en Tijd van leven, zet Shouf shouf habibi! in de eerste scènes neer als een vlotte komedie, met clichés als herkenningspunt maar dan net een kwartslag gedraaid. Ap – ook wel Abus genoemd omdat hij alle sloten open krijgt – is een luie Marokkaanse boef, maar hij steelt dan wel net een gemotoriseerde vierwieler van een snotjochie, waardoor het allemaal meer geinig dan grimmig is, meer Snatch dan Boyz 'n the Hood.

We leren Ap zijn slechte vriendjes kennen, zoals Mussi die kleren koopt alsof hij bang is dat ,,Armani ooit uitverkocht zal raken''. We leren ook zijn mooie zuster Leila kennen, die een oogje op een Nederlandse jongen heeft en daarom alle Marokkaanse vrijers afwijst, tot wanhoop van haar vader. ,,Iemand weigeren die bij Megapool werkt! Wat wil je dan, een prins?''

Allemaal swingend gefilmd en gespeeld. Shouf shouf habibi! wordt in de publiciteit nadrukkelijk gepresenteerd als multiculti-komedie. De distributeur wilde hem liever niet op het filmfestival van Rotterdam laten zien – te arty, dat zou het grote publiek maar afschrikken. Er is een Pietje Bell-achtige poster gemaakt die lachen lachen lachen belooft. Er valt zeker genoeg te lachen. Mimoun Oaïssa beschikt als scenarioschrijver over een goed gevoel voor dialogen en in de rol van Ap over een goed gevoel voor timing. (En dat kun je niet van iedereen in deze film zeggen.)

Maar je zou de film tekort doen door het alleen over de humor ervan te hebben. Want nadat ze met die humor eenmaal onze belangstelling hebben veroverd, sturen Ter Heerdt en Oaïssa de film vastberaden een volgende richting in. Dan wordt het hard, wrang. Je kunt echt niet meer lachen om Ap als die zijn zus in elkaar slaat omdat ze een nachtje bij haar Hollandse vriend heeft gelogeerd. Of om de moeder die zo gek wordt van haar man dat ze hem liefst ziet sterven.

Dan is Shouf shouf habibi! ineens een echt migrantendrama. En misschien is de vergelijking iets te veel eer, maar er is een moment dat Shouf shouf habibi! werkelijk aan Rocco e i suoi fratelli doet denken, het meesterwerk van Luchino Visconti, in de manier waarop ook deze familie zichzelf begint te vernietigen omdat ze niet kan aarden op een nieuwe plek. Even lijkt het erop dat ze juist naar elkaar toe trekken als het moeilijk wordt, maar ze zoeken allemaal hun eigen uitweg en vinden elkaar ten slotte terug op een bankje in Marokko, bespot door de Marokkaanse tak van de familie. Het is knap dat Ter Heerdt en Oaïssa die draai kunnen maken zonder het opgebouwde krediet uit het begin van de film te verspelen. Integendeel eigenlijk.

Shouf shouf habibi! Regie: Albert ter Heerdt. Met: Mimoun Oaïssa, Najib Amhali. In: 31 bioscopen.