Kijken naar een bioscoop

Het leven imiteert de kunst. Terwijl op het doek een bioscoop wordt vertoond waar voortdurend mensen van stoel verwisselen of de zaal uitlopen, lopen in de bioscoop waar die film wordt vertoond allemaal mensen de zaal uit waarna anderen weer op hun plaats gaan zitten. Goodbye, Dragon Inn van de Taiwanees Tsai Ming-liang is op het International Film Festival Rotterdam mischien wel recordhouder weglopers. Een kwart van de bezoekers verliet voortijdig de zaal. Het was wel een goedgevulde zaal, zoals bijna elke film hier veel publiek trekt, of het nu ondoordringbare, uiterst persoonlijke documentaires zijn als Bologna Centrale, uitbundige Japanse pretfilms als Zebraman of ingetogen drama's als de Roemeense Pharaoh.

Distributeurs die deze films later in Nederland uitbrengen, zien de volle zalen in Rotterdam altijd met gemengde gevoelens aan. Er zijn films die op het festival helemaal 'op' draaien en het in de gewone bioscoop dan helemaal niet meer doen, zegt bijvoorbeeld Ilona van Genderen Stort van het Filmmuseum, dat hier een van de publieksfavorieten heeft, La meglio gioventú. Het verschil tussen Goodbye, Dragon Inn en Zebraman geeft mooi de breedte en de hoge kwaliteit van de Aziatische film aan, traditiegetrouw goed vertegenwoordigd in Rotterdam. Goodbye, Dragon Inn is een stille film, over een laatste voorstelling in een afgetrapte bioscoop waar de schaarse bezoekers meer geïnteresseerd zijn in het leggen van (homo-)seksuele contacten dan in de vertoonde film, Dragon Inn, een Taiwanese klassieker uit 1966. Dragon Inn is ook in Rotterdam te zien en daar bleef iedereen wel bij zitten. Met plezier, want dit is een over the top vechtfilm, waarin werpmessen worden opgevangen met chopsticks en pijlen teruggekaatst via de bodem van een sake-kruikje.

Een van de hoogtepunten in de competitie om de Tiger-awards is gemaakt door een leerling van Tsai Ming-liang, Lee Kang-sheng, die ook weer in Goodbye, Dragon Inn speelt. Lee's regiedebuut The Missing is een hallucinerende en wanhopige film over een oma die haar kleinzoon kwijtraakt en een kleinzoon die zijn opa niet kan vinden. Je herkent wel de kalme aanpak van zijn leermeester, de spaarzame dialogen, de lange opnamen, die soms ver doorgaan nadat de laatste persoon al uit beeld is verdwenen, maar er zit duidelijk genoeg eigen verbeeldingskracht in om van een belofte te spreken.

Dat geldt niet voor Miike Takeshi, dat wil zeggen, de Japanse veelfilmer (Audition en Ichi the Killer) heeft zijn belofte al lang en breed ingelost. Hij bewijst het opnieuw met twee films in Rotterdam, Gozu en Zebraman. Vooral die laatste is erg geestig. Het is een in de beeldtaal van comics en goedkope kinderseries gecomponeerde film over een sullige leraar die droomt van een leven als superheld. 's Avonds naait hij ijverig aan zijn zebrapak, naar zijn lievelings-tv-serie van vroeger: Zebraman. En aldus vervult hij zijn lot: Japan redden van een invasie van aliens. Laatste citaat: ,,Vertel president Bush maar dat wij in Japan geen kernwapens nodig hebben.'' Onweerstaanbaar voor liefhebbers van Mars Attacks!