Hotelkat

Volgens de Kattenagenda van tekenares Francien van Westering heeft een hoteleigenaar in de Verenigde Staten als extra service voor zijn gasten zeven katten in dienst genomen. ,,Je kunt een kat meenemen naar je kamer als je prettig gezelschap wilt. De hoteleigenaar meldt dat zijn katten 99 procent van de tijd `in gebruik' zijn.''

Het is een goed, origineel idee, al riekt het wel een beetje naar kattenprostitutie. Ik hoor een mannelijke hotelgast al met een dubbelzinnig lachje aan de receptie vragen: ,,Wil je een leuke poes naar mijn kamer sturen?'' Daar zou ik tegen zijn, zoals ik ook vind dat katten recht hebben op hun eigen tippelzones – daar hebben wij niets te zoeken.

Ervan uitgaande dat die Amerikaanse hotelbaas goede bedoelingen heeft, blijft de vraag of het een erg praktisch idee is. Ik zou hem in ieder geval willen aanraden bij het selecteren van die zeven schatjes bijzonder streng te werk te gaan.

Goede vragen tijdens het sollicitatiegesprek na de psychologische test lijken me: ,,Hoe is het met je verharing gesteld?'' ,,Zet je graag je nagels in wollen kleren en panty's?'' ,,Moet je vaak midden in de nacht braken?'' ,,Heb je de gewoonte om omstreeks vier uur in de morgen de bult op het bed te bespringen, en blijf je daarmee doorgaan, vooral als die bult roept: Donder op, rotkat?'' ,,Kun je het bezoek aan de kattenbak voor een grote boodschap tot na het ontbijt uitstellen, en zo niet, ben je dan bereid je drollen volledig onder te spitten?''

Ook de sociale vaardigheid van de kat zal tevoren aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen moeten worden. Hij of zij moet in de eerste plaats een onverzadigbare schootganger zijn, een kat die zich onmiddellijk na binnenkomst met een verzaligde zucht aan de warmte van bovenbeen en buik overgeeft. Hij dient daar knus opgerold te blijven liggen, stevig, maar toch licht aanvoelend, terwijl de hotelgast op de tv naar een slechte film zit te kijken. En nooit mag hij vragen: ,,Is er vanavond geen leuke Woody Allen?''

Nu ik het lijstje van voorwaarden doorneem, besef ik dat mijn eigen poes nooit geschikt zal zijn voor dit werk. De kans dat ik op deze manier nog eens wat aan haar terugverdien is minder dan niks. Het is zinloos haar bij hoteldirecties aan te bevelen om de eenvoudige reden dat ze te kieskeurig is in haar omgang met de medemens.

Vanaf het moment dat er bezoek op de bel drukt, is ze in staat van alarm. Ze schiet in haar mandje onder het bed op de slaapkamer, veilig uit het zicht van iedereen. Na een paar uur steekt ze wel eens haar kopje om de hoek van de deur, maar meestal trekt ze zich weer snel terug, alsof ze alleen maar heeft willen vragen: ,,Zijn ze er nou nóg?''

Mijn kat heeft het liefst één goede bekende in de buurt, dat vindt ze meer dan genoeg. Twee goede bekenden mag ook, maar dan moeten ze niet te veel drukte maken. Die hotelgast zou maanden met haar moeten optrekken voordat ze zich een beetje met hem op haar gemak voelt.

Alleen het vooruitzicht van permanente room service zou haar aantrekken, maar tegelijk is ze reëel genoeg om te beseffen: eigenlijk heb ik dat al.