Een Houdini, maar met gebonden handen

De nipte overwinning van premier Blair over verhoging van het collegegeld in het Lagerhuis heeft zijn positie als hervormer van de openbare sector verzwakt. Labour bindt de handen van de `presidentiële' premier.

,,De Ayes aan de rechterkant: 316. De Noes aan de linkerkant: 311. The Ayes have it.'' Zo verloste de Speaker het bijna-voltallige Britse Lagerhuis gisteravond na de rituele, groepsgewijze stemming uit de nagelbijtende onzekerheid. Met een historisch-kleine marge wendde premier Blair de voorspelde nederlaag over hervorming van het onderwijs af. Dat gebeurde nadat enkele rebellen uit zijn eigen Labour-partij het verzet tegen de omstreden verhoging van het collegegeld te elfder ure opgaven, in ruil voor nieuwe concessies die moeten voorkomen dat de universiteit voor armere studenten moeilijker toegankelijk is.

Maar de Speaker had ook kunnen besluiten met: ,,The Browns have it''. Want Blairs Pyrrusoverwinning, waarbij zijn parlementaire meerderheid van ruim 160 zetels slonk tot dat letterlijke handjevol, was hoofdzakelijk aan de twee Browns in zijn partij te danken: Gordon Brown, de minister van Financiën, die tot het laatste moment rebellen lobbyde om niet met de oppositie mee te stemmen; en rebellenleider Nick Brown, de oud-minister die al langer hoopt dat de andere Brown premier wordt, en wiens late bekering gisterochtend de cruciale tien of twintig twijfelaars meetrok over de streep.

Blair lijkt zijn dubbele vuurproef te hebben doorstaan – volgens de eerste berichten pleit ook Lord Hutton de premier vandaag vrij in de Kelly-affaire – en daarmee heeft hij zijn imago van politieke Houdini bevestigd. Maar als debat en stemming gisteren íets duidelijk maakten, was het dat zijn handen als premier en partijleider sterker gebonden zijn dan ooit.

,,Zal Downing Street zeggen dat Blair zijn tegenstanders weer eens op de knieën heeft gedwongen, óf zal hij toegeven dat hij zijn les heeft geleerd en dat hij voortaan beter zal luisteren?'', vroeg de Tory-woordvoerder voor Onderwijs, Tim Yeo, zich gisteren af. Voor één keer is de Labour-partij het daarmee hardop eens. Vóór- en tegenstanders van de onderwijswet vinden dat Blair een kapitale vergissing heeft gemaakt met zijn poging zijn partij het voorstel door de strot te duwen. Het is een nieuwe aanwijzing dat de partij genoeg heeft van Blairs `presidentiële' bestuur, waarbij de ongekozen adviseurs waarmee hij zich omringt plannen schrijven, die zonder overleg aan het parlement worden voorgelegd.

Die stijl van besturen – waarbij de premier in Lagerhuisogen het octrooi op het landsbelang opeist – bracht hem ook in problemen over zijn steun aan de oorlog in Irak. Gisteren stuitte Blair dus op de grens van die houding. ,,We zullen onze lessen hieruit trekken'', beloofde vice-premier Prescott. ,,Blair kan nooit meer proberen zijn autoriteit op deze dwingende manier op te leggen aan de partij'', zei een van de twijfelende Labour-parlementariërs, die op het laatste ogenblik Blairs zijde kozen, of zich – zoals de uit protest over Irak afgetreden Robin Cook – onthielden van stemming. Hun motief: het is nóg erger om de Tories te laten winnen met Blairs aftreden als mogelijk gevolg. Ze hopen de wet, die nog verschillende stadia van het parlementaire proces moet doorlopen, later alsnog verder te kunnen afzwakken.

Het betekent dat Blair zwaar is beschadigd en de facto is gegijzeld door zijn rivaal Gordon Brown. Al ventten medestanders van Blair gisteravond de opinie uit dat Brown zijn reddingscampagne begon omdat hij het óók niet aandurfde Blair te laten verliezen, waarna hij medeschuldig zou lijken. En als Gordon Brown écht zo invloedrijk zou zijn, had hij wel meer rebellen kunnen ompraten, aldus die redenering. Downing Street hield bovendien vol dat er, anders dan Nick Brown beweerde, geen extra geld op tafel komt. Browns positie lijkt echter hoe dan ook versterkt. ,,Blair regeert, maar Brown maakt de dienst uit'', vatte Tory-MP Liam Fox het nieuwe krachtenveld tussen de buren van 10 en 11 Downing Street samen.

Het betekent ook dat Blair de grens heeft bereikt van het `grote project' van zijn twee ambstermijnen als premier: de hervorming van de openbare sector. Het plan om een grotere marktwerking in te voeren in de openbare gezondheidszorg haalde het eind vorig jaar nog, zij het ook met de hakken over de sloot. Zijn plan om het collegegeld te verhogen van 1.125 pond naar maximaal 3.000 pond (4.200 euro) per student per jaar kreeg sinds gisteren formeel groen licht, maar het ,,mandaat'' waarover Charles Clarke, minister van Onderwijs, sprak is niet meer dan een schim van een schaduw.

De wet heette een ,,essentiële'' voorwaarde om het geldtekort bij de universiteiten te verhelpen, die nu op elke beginnende student 8.000 pond per jaar toeleggen. De nieuwe wet zou de universiteiten ongeveer een miljard pond extra per jaar opleveren, al blijft er dan nóg een gat van negen miljard over. Studenten, massaal tegen, reageerden woedend op het aannemen van de wet, die volgens hun een `markt' van het onderwijs maakt, die arme studenten dwingt te kiezen voor een universiteit die ze kunnen betalen in plaats van een die het beste bij hun hersens past.

Universitaire bestuurders waren positief, zij het met een slag om de arm. Sir Richard Sykes, rector van Imperial College, een Londense top-universiteit, is bang dat de concessies die de regering heeft gedaan om rebellen gunstig te stemmen de voordelen van de wet teniet doen. Het vangnet van extra beurzen en andere financiële compensaties voor de armste studenten – dat niemand nog echt heeft doorgerekend – kan zelfs zo duur uitpakken dat extra overheidssteun aan de universiteiten onmogelijk wordt. ,,De concessies kosten meer dan het extra collegegeld opbrengt'', klonk het gisteren herhaaldelijk in het debat.

De standvastige rebellen, onder wie oud-minister Clare Short, die ook aftrad wegens `Irak', geloven dat de verleiding bovendien groot is om de huidige bovengrens van 3.000 pond los te laten. En door de wet aan te nemen, in weerwil van de eerdere verkiezingsbelofte de zogeheten top-up fees niet in te voeren, wordt het bestaande ,,cynisme over de politiek'' alleen maar ,,aangewakkerd'', aldus Short. Ze kreeg daarin steun van William Hague, oud-Tory-leider, die eraan herinnerde dat álle partijen tijdens de vorige verkiezingen hadden beloofd geen top-up fees in te voeren.

Eén Tory, Robert Jackson, stemde met Blair mee. Hij verweet zijn partij ,,opportunistisch'' uit te zijn op het beschadigen van Blair, zonder zelf een geloofwaardig alternatief te hebben voor de financiering van het hoger onderwijs.