Bekentenis Babic over Krajina

De Kroatisch-Servische leider Milan Babic heeft voor het Joegoslavië-tribunaal bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan vervolging van Kroaten in de Krajina.

De bekentenis is onderdeel van een overeenkomst tussen de VN-aanklagers en Babic' advocaten, zo bleek gisteren tijdens een hoorzitting. Aan het eind van de zitting zei Babic dat hij voor het tribunaal staat ,,met een diep gevoel van schaamte en spijt''. Babic: ,,Zelfs nadat ik had gehoord wat er was gebeurd, bleef ik zwijgen. Erger nog, ik bleef in functie.''

Babic (47) is voormalig president, premier en minister van Buitenlandse Zaken van de `Servische republiek Krajina', de zelfuitgeroepen rebellenrepubliek van de Kroatische Serviërs. Babic was indertijd de radicale leider van de Serviërs in het woongebied van de Servische minderheid in Kroatië. De tandarts Babic riep na het uitroepen van de Kroatische onafhankelijkheid in 1991 de onafhankelijkheid van zijn `republiek' uit om te voorkomen dat de streek zou vallen onder het nationalistische bewind van de Kroatische president Franjo Tudjman.

Babic bekende gisteren dat hij zich tussen augustus 1991 en februari 1992 in Krajina schuldig had gemaakt aan vervolging. Volgens het VN-hof is dit een misdaad tegen de menselijkheid. De aanklagers hebben in ruil voor deze bekentenis de overige vier punten van de aanklacht, waaronder oorlogsmisdaden, laten vallen.

De rechters hebben nog geen oordeel geveld of de overeenkomst rechtsgeldig is. In de overeenkomst hebben de aanklagers een niet-bindend advies aan de rechters opgenomen om Babic een gevangenisstraf op te leggen van maximaal elf jaar. De maximale straf voor een dergelijke misdaad is levenslang.

Sinds Babic eerste voorgeleiding, eind november, hebben zijn advocaten en de VN-aanklagers onderhandeld over de overeenkomst die gisteren bekend werd.