`Wij zijn autonoom'

Lagos is uitgegroeid tot dé filmstad van Afrika. Acteurs en figuranten vinden is er niet moeilijk. ,,Nigerianen zijn heel theatraal'', zegt regisseur Tunde Kelani.

De Nigeriaanse filmmaker Tunde Kelani moet erg lachen om het grijze Rotterdamse winterlicht. ,,In Nigeria is het licht altijd goed'', zegt hij. ,,Er zitten ons dingen tegen, maar soms valt er iets mee.''

Kelani, dit jaar een van de drie filmmakers `in focus' in Rotterdam, is een belangrijk man in de Nigeriaanse filmindustrie. De Nigeriaanse hoofdstad Lagos is sinds de digitale revolutie, begin jaren negentig, uitgegroeid tot dé filmstad van Afrika. De val van het militaire regime in 1999 en de wankele overgangsfase waarin het land nu verkeert onder president Obasanje, hebben de vlucht naar voren nog versterkt. In 2003 kwamen er in Nigeria meer dan zeshonderd videofilms uit, een omzet van rond de vijftig miljoen euro.

,,Men noemt onze industrie vaak Nollywood, naar analogie van Hollywood en Bollywood'', zegt Kelani. ,,Maar wij lijken op geen enkel ander `-wood.' Wij zijn autonoom. De Nigeriaanse filmindistrie hoeft zich aan geen enkele standaard te conformeren, ook geen westerse. Toen ik eind jaren tachtig studeerde aan de London Film School, hadden we één keer per week een uur les in wereldcinema. Er was nooit iets uit Nigeria. En kijk nou eens.''

Nigeriaanse filmmakers werken razendsnel. Er worden soms 54 titels per week uitgebracht, gemaakt voor luttele bedragen als tienduizend euro. ,,Het schrijven van het scenario kost een half jaar'', zegt Kelani. ,,Draaien duurt twintig dagen. Acteurs en figuranten vinden is nooit moeilijk. Nigerianen zijn doorgaans heel theatraal.''

De aantrekkingskracht van Nigeriaanse video's is inmiddels doorgedrongen tot de rest van het Afrikaanse continent, tot de Afrikaanse diaspora, tot westerse festivalprogrammeurs en natuurlijk tot piraten. Maar al te vaak worden Kelani's films illegaal gekopieerd en loopt hij zijn inkomsten mis. ,,Daar kan ik niets tegen doen'', zegt hij berustend. ,,Ik probeer de keerzijde te zien, en dat is die van goede distributie. Dankzij de piraten zijn Nigeriaanse films overal ter wereld bekend.''

Zelf is Kelani allang geen cameraman voor de BBC World Service meer, maar een prominent regisseur met een eigen productiemaatschappij en een paar nationale klassiekers op zijn naam. Hij doet niet in de exotischere genres van de Nigeriaanse cinema, in romantiek of hekserij of horror. Hij is de maker van Saworoide en Agogo Eewo, twee films waarin hij de recente geschiedenis van Nigeria heeft vervat. Denk hierbij niet aan episch drama, maar aan de breed uitgesponnen, zeer kleurrijke en hoogst allegorische lotgevallen van de inwoners van het fictieve stadje Jogbo. In dit Nigeriaanse Coronation Street gaat het zo: na de val van de dictator heeft Jogbo een koning nodig, maar het is nog corrupter dan Lagos. Rijke zakenlieden zetten de tegenstribbelende Bosipo op de troon. De nieuwe koning is vast van plan corruptie uit te roeien, maar raakt verstrikt in allerlei schilderachtige intriges. Dan neemt Bosipo zijn toevlucht tot de oude Yoruba-gong van Jogbo. Wie corrupt is en daarover liegt, sterft bij de zevende slag op de gong.

Het is geen toeval dat ook in Sawaroide de hoop komt van een element uit de oude Yoruba-stamcultuur. Nigeria, zegt Kelani, loopt momenteel gevaar te bezwijken. ,,Nigeria is in de greep van de globalisering en de zucht naar geld. We dreigen onze cultuur kwijt te raken, en dat leidt tot moreel verval. Het is bijvoorbeeld vreemd dat er in Nigeria twee officiële godsdiensten bestaan, christendom en islam, iets wat nu problemen geeft. De oude spirituele godsdiensten zijn niet officieel erkend, terwijl die nu juist een belangrijke bron van eenheid kunnen vormen. Er worden 250 talen gesproken in Nigeria, er leven veel verschillende stammen en volkeren. Het is belangrijk dat we nu naar eenheid zoeken. Ik laat zien dat de mensheid uiteenvalt in maar twee stammen. Eén van goede mensen en één van slechte.''