Verloop van de Deventer moordzaak

De weduwe J. Wittenberg werd op 25 september 1999 dood gevonden in haar woning in Deventer. Ze was door messteken om het leven gebracht, volgens de politie op 23 september rond half negen. Het laatste telefoongesprek dat ze voerde was met haar boekhouder Ernst Louwes. Hij zou voor haar een stichting opzetten die hulp moest bieden aan psychiatrische patiënten. Het telefoontje is volgens KPN in de buurt van Deventer gepleegd. Een hond koppelt een gevonden mes, dat als moordwapen wordt beschouwd, via een geursorteerproef aan Louwes. Het hof in Arnhem veroordeelde Louwes in december 2000 tot twaalf jaar voor de moord op Wittenberg. Hij zou het als voorzitter van de stichting en als executeur testamentair op haar vermogen van bijna vier miljoen gulden hebben voorzien. Het mes en het telefoontje bezegelen zijn lot. In juli vorig jaar verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar het hof. Uit nieuw DNA-onderzoek blijkt dat er op het mes geen sporen van het slachtoffer of Louwes zitten. Bij de eerste dag van de herziening verdwijnt het mes van tafel als bewijsmateriaal.