Verborgen bedrading van Britse macht

Morgen, een dag na de cruciale stemming in het Lagerhuis over collegegelden, volgt een tweede vuurproef voor premier Blair. Komt hij ongeschonden uit het onderzoek van Lord Hutton, naar de dood van wapenexpert David Kelly?

Brian Hutton (72), die twee weken geleden officieel met pensioen ging als rechter, had ruime ervaring met dictators, terreur en de Britse spionagediensten. Als een van de Law Lords, de ultieme Britse beroepskamer, hielp hij in 1999 een einde te maken aan de onschendbaarheid van het Chileense oud-staatshoofd Augusto Pinochet, die in Londen was gearresteerd op verdenking van oorlogsmisdaden. Als hoogste rechter in Noord-Ierland vonniste hij in een reeks grote zaken met zowel katholieken als protestanten in de beklaagdenbank. En hij oordeelde in 2002 dat David Shayler, een oud MI5-spion, niet in het algemeen belang had gehandeld door dienstgeheimen openbaar te maken.

Toch zou Lord Hutton vrijwel anoniem in de geschiedenis zijn verdwenen als zijn naam niet was verbonden aan het onderzoek dat het premierschap van Tony Blair nu tot het uiterste beproeft. Vorige zomer onderzocht Hutton een maand lang of de regering-Blair het bewijsmateriaal tegen de Iraakse dictator Saddam Hussein en diens massavernietigingswapens (mvw's) met medewerking van de inlichtingendiensten had overdreven. En welke rol ze had gespeeld in de aanloop naar de vermoedelijke zelfmoord van David Kelly, de wapenexpert die de bron bleek van het omstreden BBC-bericht dat Downing Street de motieven voor de oorlog had vervalst.

Een half jaar en ruim 75 getuigenverhoren verder, velt Hutton morgen zijn vonnis, minder dan een etmaal na een stemming in het Lagerhuis over een ander voor Blair uiterst gevoelig onderwerp, de verhoging van de collegegelden. Hutton oordeelt niet over de echte kwestie die veel Britten nog steeds bezighoudt: was de oorlog tegen Irak gerechtvaardigd? Wel over de gebeurtenissen die een anonieme Defensie-ambtenaar, tevens de Britse top-expert op het gebied van biologische wapens, ertoe brachten tijdens een boswandeling op 17 juli vorig jaar een overdosis pijnstillers te nemen en zijn pols door te snijden met zijn padvindersmes.

Zelfs in dat beperkte onderzoek heeft Hutton veel aan het licht gebracht. Door meedogenloos zijn schijnwerper te zetten op het functioneren en communiceren van de kring van hoge ambtenaren, spin doctors, spionnen en de gekozen en ongekozen functionarissen rond de premier, heeft hij in de woorden van de Londense historicus Peter Hennessy, de ,,verborgen bedrading'' van de Britse macht laten zien. En ook als Huttons vonnis niet rechtstreeks tot ontslagen leidt, kan zijn oordeel op termijn fataal zijn, zei Vernon Bogdanor, hoogleraar bestuurskunde in Oxford, gisteren tegen de Financial Times. ,,Het gevaar is dat [Hutton] de bestaande indruk van het publiek bevestigt dat de regering-Blair niet is te vertrouwen.''

De belangrijkste vraag waarop alle Britten Huttons antwoord afwachten is: Was de premier – die drie dagen na Kelly's dood zelf opdracht gaf tot het onderzoek – persoonlijk verantwoordelijk voor een officiële strategie om Kelly's naam naar buiten te brengen om het gevecht tussen Downing Street en de BBC te winnen?

Als het antwoord ja luidt, en Tory-leider Michael Howard die Blair van liegen heeft beschuldigd gelijk krijgt, komt Blair in de grootst mogelijke problemen. Dat wordt onwaarschijnlijk geacht. Belangrijkste reden: Hutton heeft Blair die vraag nooit rechtstreeks voorgelegd en de premier heeft bij andere gelegenheden zelf steeds ontkend.

Maar op vier andere hoofdpunten zal Hutton morgen zo goed als zeker een geheel of gedeeltelijk `schuldig' uitspreken. Ten eerste is er de kwestie waarmee de rel op 29 mei vorig jaar begon: het radioverslag waarin BBC-journalist Andrew Gilligan Downing Street ervan beschuldigde dat ze in een dossier over Iraakse mvw's uit september 2002 de bewijzen had ,,opgesekst'', terwijl ze wist dat daar geen grond voor was. Ook als Hutton de regering daarvan vrijpleit, omdat Gilligan zijn bewering achteraf niet voldoende kon hardmaken, is nu al duidelijk dat de geheime diensten hun objectiviteit bij de samenstelling van dat rapport op het spel hebben gezet. Vervolgens moet Hutton de rol van de media beoordelen: allereerst Gilligan zelf, maar ook diens werkgever, de BBC, die hem tot op het hoogste niveau bleef verdedigen terwijl bekend was, of bekend kon zijn, dat Gilligans verslaggeving rammelde.

Als Blair Kelly's naam niet naar buiten heeft gebracht, wie was het dan wel en gebeurde het doelbewust? Ook op die vraag zal Hutton een antwoord moeten geven. Geoff Hoon, de minister van Defensie, en Alastair Campbell, Blairs intussen afgetreden pr-chef, lijken hier kritiek moeilijk te kunnen ontlopen.

En dan is er ten slotte de kwestie van David Kelly zelf, die zich niet langer kan verdedigen. Waarom heeft de geleerde, een gesloten man en een workaholic die leefde voor zijn werk, niet steeds de hele waarheid gesproken en vertelde hij verschillend gekleurde versies tegen zijn werkgever (het ministerie van Defensie), zijn collega-experts bij MI6, onder ede in het parlement en tegen de talloze journalisten met wie hij sprak? Was de wapenexpert een kat in het nauw, die verdere vernedering vreesde, en geen andere uitweg zag dan zijn leven te nemen? Of was zijn levenswerk cynisch vernietigd, zoals ook is gesuggereerd? Ook Hutton weet het niet, maar uit zijn antwoord op de andere sleutelvragen zal morgen daarover vermoedelijk toch veel duidelijk worden.

Campbell, inlichtingendiensten

Campbell schreef het voorwoord van het dossier (september 2002) waarin Irak een ,,bestaande en serieuze bedreiging'' van het Verenigd Koninkrijk wordt genoemd. Hij vroeg de inlichtingendiensten het ontwerp op ten minste elf plekken te wijzigen, omdat de tekst te ,,zwak'' zou zijn. Zes keer kreeg hij zijn zin. John Scarlett, de voorzitter van het Joint Intelligence Committee (JIC), dat de inlichtingendiensten coördineert, zei tegen Hutton daarmee niet aan politieke druk te hebben toegegeven. Maar op verzoek van Downing Street veranderde hij in de eindversie van het dossier zonder ruggespraak met zijn JIC-collega's alsnog een cruciale passage. Daar stond eerst dat Saddam waarschijnlijk ,,bereid [is] chemische en biologische wapens [te] gebruiken als hij gelooft dat zijn regime wordt bedreigd''. Op verzoek van Jonathan Powell, Blairs stafchef, haalde hij het laatste deel van de zin weg, omdat dat volgens Powell kon worden uitgelegd als argument om niet aan te vallen. En op verzoek van Campbell veranderde hij ,,bereid'' in ,,zal''.

Campbell zat tevens een aantal vergaderingen voor waarin de tekst van het dossier ,,strakker'' werd gemaakt. Binnen de diensten bestond bredere twijfel aan een reeks beweringen in het dossier, waaronder met name de stellige claim dat Saddam binnen 45 minuten mvw's kon inzetten. Die bewering was afkomstig van één bron en kon niet worden geverifieerd. Scarlett (en MI6-chef Sir Richard Dearlove) gaven achteraf toe dat ze de suggestie dat het om ballistische raketten ging niet onweersproken hadden mogen laten, omdat het in werkelijkheid hooguit ging om enkele granaten met gering bereik.

Gunstig oordeel: Downing Street bemoeide zich niet met de inlichtingen zelf, maar alleen met terechte presentatie-kwesties.

Ongunstig oordeel: Campbell heeft het dossier inderdaad `opgesekst', zoals de BBC beweerde. Powell en Campbell gingen hun boekje te buiten, en de diensten hebben Blair geholpen bij het formuleren van hun motieven voor de oorlog in Irak. Door ongewettigde beweringen te steunen verloren ze hun onafhankelijkheid.

Blair, Campbell, Hoon

David Kelly kwam op 30 juni naar voren als mogelijke bron van het BBC-bericht over het aandikken van bewijzen tegen Irak. Tien dagen later bevestigde het ministerie van Defensie zijn naam tegen journalisten die werden uitgenodigd naar de naam van de bron te raden. Maar Kelly zelf was eerder verteld dat zijn identiteit geheim zou blijven. Een hoge ambtenaar van Defensie vertelde Hutton dat het besluit voor de media-tactiek werd genomen tijdens een vergadering onder voorzitterschap van Blair, op 8 juli. Blair en Geoff Hoon (Defensie) hebben ontkend Kelly zo `voor de wolven' te hebben gegooid. Wel verdedigden ze de gehanteerde procedure; anders zouden ze beschuldigd kunnen worden van een cover-up. Ten tweede was het legitiem om iets over de mogelijke bron te onthullen om zich tegenover de BBC te verdedigen die had gezegd dat de anonieme bron een inlichtingenfunctionaris was, terwijl Kelly voor Defensie werkte en niet rechtstreeks bij het dossier was betrokken. Campbell en Hoon lijken hier kwetsbaar voor kritiek. Campbells dagboek onthulde dat beiden wilden dat Kelly's naam zo snel mogelijk uitkwam. Vraag is of Hoon zich als werkgever verantwoordelijk heeft gedragen.

Gunstig: Er was geen strategie om Kelly's naam openbaar te maken en Blair was niet rechtstreeks bij de oorlog tussen Downing Street en de BBC betrokken. Het was onvermijdelijk dat Kelly's naam uitkwam.

Ongunstig: Blair was rechtstreeks betrokken bij een door Hoon en Campbell zorgvuldig uitgevoerde strategie. Campbell is al opgestapt; vertrek Hoon lijkt onvermijdelijk; schade Blair mogelijk fataal.

Gilligan en de BBC

Radioverslaggever Andrew Gilligan gaf tegen Hutton toe dat hij niet had mogen zeggen dat Downing Street wist dat de `45 minutenclaim' fout was. Hij maakte die beschuldiging nog zwaarder door in een krantencolumn te schrijven dat Alastair Campbell persoonlijk verantwoordelijk was voor de claim. BBC-bestuurders, met name chef-nieuwsdienst Richard Sambrook en voorzitter Gavyn Davies weigerden echter excuus te maken, zoals Campbell eiste. Hoewel Gilligan een goed verhaal op het spoor was, hadden ze ook kunnen weten dat Gilligans berichtgeving een reeks gaten vertoonde. Tevens waren normale procedures zoals hoor en wederhoor, en de voorzichtige omgang met berichten op grond van één bron, in de wind geslagen.

Gilligan bracht zichzelf, de BBC en Kelly verder in ernstige problemen door een van de parlementariërs die een eigen enquête hielden te vertellen dat Kelly de bron was geweest van een verslag door een andere BBC-journalist, Susan Watts van Newsnight. Daarmee werd Kelly voor de camera geconfronteerd, terwijl hij zijn (op band opgenomen) gesprek met Watts aan zijn werkgevers had verzwegen. Hij ontkende zijn uitspraken in Watts nieuwsitem te herkennen en moet daarna hebben beseft dat hij had gelogen, onder ede in het parlement en tegen zijn werkgevers. Hutton kan concluderen dat er verband is tussen Gilligan's acties en Kelly's zelfmoord. De BBC heeft al zelfkritiek geoefend, onder meer in het eigen programma Panorama, maar een uitbrander van Hutton lijkt waarschijnlijk.

Gunstig: Gilligans verhaal was in grote lijnen juist, maar de BBC schond eigen richtlijnen en had beter snel excuus kunnen maken.

Ongunstig: als Gilligan zijn werk beter had gedaan (of nagelaten) was Kelly nooit gestorven; radicale hervormingen bij de BBC zijn nodig. Aftreden van topfiguren, onder wie directeur Greg Dyke, is mogelijk.

David Kelly

Kelly vertelde zijn chefs dat hij niet geloofde de enige bron van Gilligans bericht te zijn, omdat hij een deel van zijn uitspraken niet herkende. Ook als Gilligan zijn gesprek met Kelly op 22 mei vorig jaar verkeerd heeft weergegeven (en zijn aantekeningen houden die mogelijkheid open), staat Kelly postuum mogelijk bloot aan kritiek. Het is mogelijk dat hij officiële toestemming had moeten vragen voor zijn gesprek en hij sprak over het dossier waarbij hij niet rechtstreeks was betrokken. Tegenover zijn chefs verzweeg hij gesprekken met andere journalisten over hetzelfde onderwerp en tegenover sommige collega's was hij kritisch over het dossier, tegenover anderen steunde hij de conclusies. Zijn verklaring tegenover de parlementaire onderzoekscommissie bevatte ten minste één onwaarheid (over zijn gesprek met Watts) die hem intense gewetensnood moet hebben bezorgd. Bovendien voelde hij zich verraden door zijn werkgever die zijn naam in weerwil van eerdere beloften naar buiten had gebracht. Een paar dagen later was hij dood.

Gunstig: Kelly was op grond van zijn expertise en langjarige ervaring gewettigd contacten met journalisten te onderhouden. Hij werd door anderen in een onmogelijke positie gebracht, die zijn onwaarheden begrijpelijk maken. Hij is cynisch opgeofferd. Zijn nabestaanden kunnen een schadeclaim indienen bij Defensie.

Ongunstig: Kelly's gewetensnood was deels van eigen makelij.