`Vader' kernbom van Pakistan nu hoofdverdachte

De vooraanstaande Pakistaanse kerngeleerde Abdul Qadeer Khan dreigt zijn status van `nationale held' kwijt te raken. Hij is een van de overgebleven hoofdverdachten in de affaire rond de verkoop van nucleaire technologie en kennis aan Libië en Iran. Hem wacht een zware straf omdat hij Pakistan schade heeft berokkend.

Dat hebben functionarissen gezegd in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad, die op de hoogte zijn van het lopende onderzoek naar de uitvoer van nucleaire technologie.

De Pakistaanse minister van Informatie, Rashid Ahmed, zei gisteren dat momenteel nog vier kerngeleerden en drie veiligheidsfunctionarissen worden ondervraagd in verband met de mogelijke proliferatie, maar dat een of twee mannen binnenkort worden vrijgelaten. De minister wilde niet zeggen wie als hoofdverdachten in de affaire zijn overgebleven, maar andere functionarissen noemenden op voorwaarde van anonimiteit wel namen. Volgens hen gaat het om Qadeer Khan en om Mohammad Farooq, directeur van het gerenommeerde, door Khan opgerichte Khan Research Laboratories.

Khan, die in Pakistan faam verwierf als ,,vader van de islamitische atoombom'', is in Nederland bekend sinds zijn verblijf in de jaren zeventig bij Urenco in Almelo. Daar legde hij de hand op bouwtekeningen en technische bijzonderheden, op basis waarvan hij later het Pakistaanse kernwapenprogramma ontwikkelde. Vermoedelijk is Pakistaanse technologie niet alleen aan Libië en Iran verkocht, maar ook aan Noord-Korea, zo bevestigde de Nederlandse regering onlangs nog.

Het Pakistaanse onderzoek naar de export kwam op gang na onthullingen van Libië en Iran, vervat in een brief van het Internationale Atoomenergie-agentschap (IAEA). Volgens de Pakistaanse regering gebeurde de uitvoer zonder wetenschap van de overheid, en handelden de betrokken personen uit geldzucht. Ook de Pakistaanse president Musharraf wilde gisteren geen namen noemen, maar hij zei wel dat de betrokken geleerden zwaar worden gestraft als ze schuldig blijken te zijn. ,,We zullen zeer hard tegen hen optreden, want zij zijn de vijanden van de staat die hebben gehandeld uit persoonlijk en financieel gewin'', zei hij tegenover de BBC.

De Pakistaanse minister van Binnenlandse Zaken, Faisal Saleh Hayat, zei gisteren dat de schuldigen zich niet langer patriotten kunnen noemen. ,,Er was een tijd dat ze zichzelf helden van Pakistan noemden. Maar nu zien we het echte gezicht van enkele van deze helden. De natie heeft het recht hun echte gezicht te zien omdat ze Pakistaans eigendom hebben gebruikt voor persoonlijk gewin.''