Studeren onderneem je

Ongeïnspireerde studenten, een afwachtende overheid en behoudende universiteiten ondermijnen de Nederlandse onderwijseconomie.

Het hoger onderwijs in Europa is zich in rap tempo aan het liberaliseren en internationaliseren. In heel Europa? Nee. Want in Nederland, dat zo graag de meest dynamische kenniseconomie van de Unie wil zijn, is weinig te merken. Ook al moet de bachelor-master-structuur de mobiliteit van kennis binnen de EU vergroten, in de praktijk streven de Nederlandse universiteiten naar zo weinig mogelijk beweging in hun studentenpopulatie. En dat onder toeziend oog van de rijksoverheid.

De studenten zelf lijken ondertussen ook liever berustend dan zich bewust van hun nieuwe keuzemogelijkheden. In plaats van deze te omarmen, verzetten ze zich fel tegen belangrijke verbeteringen in het hoger-onderwijssysteem, zoals selectie aan de poort en liberalisering van collegegelden. Lethargie heeft zich meester gemaakt van onze onderwijspolder. Als we ons niet gauw vermannen, verdwijnt heel wat geld, kennis en voorsprong in deze Bermuda-driehoek aan de Noordzee.

Terwijl hoogleraren aan de ene kant klagen dat Nederland steeds dommer wordt en de Nederlandse kenniseconomie steeds verder wegzakt in de middenmoot, zijn de kosten per gemiddelde universitaire student de laatste jaren enorm gestegen, zo blijkt uit een onderzoeksrapport dat staatssecretaris Nijs recent aan de Tweede Kamer aanbood. Dat de overheid zich grotendeels terugtrekt uit het financieren van masters-opleidingen, lijkt op grond van dit rapport een kwestie van tijd. Niet alleen wordt het systeem onbetaalbaar voor de overheid; ook is er geen plausibele reden te bedenken waarom studenten niet zelf hun master-opleiding betalen en zeker in die disciplines waarin het studentenaanbod meer dan voldoende is en waarin de markt keurig zijn werk kan doen. Het is immers een investering die zichzelf eenvoudig terugbetaalt. Tegelijkertijd zorgt het ook voor een gezonder studieklimaat. Studenten leggen alleen een fiks bedrag neer als ze echt gemotiveerd zijn, opleidingen zullen de student-klant optimaal moeten bedienen. En opleidingen zullen door de marktwerking hun meerwaarde moeten aantonen. Die ervaring hebben we op Nyenrode, maar het is zeker ook in het buitenland zichtbaar.

De staatssecretaris lijkt een voorschot te nemen op die privatisering van masters-opleidingen met haar recente plannen voor selectie aan de poort en flexibilisering van het collegegeld. Universiteiten en studenten tuimelden over elkaar heen met sceptische reacties, in plaats van het serieus bekijken van deze mogelijkheden. Het aloude argument van toegankelijkheid is allang achterhaald, aangezien een sociaal leningenstelsel, eventueel gecombineerd met private studieleningen onmiddellijk inzetbaar is. De angst voor selectie lijkt typerend voor onze calvinistische cultuur en ons nivellerende onderwijssysteem, waarin boven het maaiveld uitsteken taboe is. De enige reden om tegen verandering te zijn, is de angst om te veranderen. Hiermee raken we de eerste punt van de Bermuda-driehoek. Onderwijs wordt een internationale business, maar door onze naar binnen gekeerde houding lijken we na de boot van de kenniseconomie ook die van de onderwijseconomie te missen.

Ondanks haar dappere plannen laat Nijs het initiatief om deze plannen en de BaMa-structuur tot een succes te maken, over aan het veld. Maar welke publieke universiteit is er, gezien het huidige bekostigingsstelsel, nu bij gebaat om mobiliteit onder studenten te vergroten? Veel universiteiten verzuimen studenten te wijzen op het scala aan master-opleidingen dat, ja, ook elders, mogelijk is na het behalen van dit bachelor-diploma. Ze verzuimen zelfs studenten actief te voorzien van een bewijsdocument van het behalen van hun bachelors. Niettemin ziet de staatssecretaris geen rol voor zichzelf weggelegd in de communicatie over de BaMa-structuur; dat moeten de universiteiten zelf maar doen. Het is de boze fee vragen om Doornroosje wakker te kussen. Daarmee raken we de tweede punt van de Bermuda-driehoek; we hebben wel nieuwe mogelijkheden geschapen, maar vertellen het niet.

Ondertussen kampt Nederland met een exorbitante uitval van studenten: ruim 30 procent. En voor de overblijvers nemen bijbaantjes vaak een belangrijker plaats in dan studeren. Daarmee raken we de derde punt van de driehoek; een ongezonde studentencultuur. Studenten zien studeren meer als noodzakelijk kwaad. Veel studenten kiezen een studie ,,omdat je nou eenmaal iets moet''. Maar die keuze wreekt zich enkele jaren later, wanneer velen in een mid-study-crisis belanden. Die levert door het enorme rendementsverlies van studies een forse en onnodige kostenpost op voor de samenleving, nog afgezien van het maatschappelijke `efficiencyverlies' door het feit dat naar mijn inschatting veel talent niet in de juiste discipline en op het geëigende niveau terechtkomt. Universiteiten en overheid moeten deze mid-study-crisis actief bestrijden en van universiteiten een plek maken waar je werkelijk kunt studeren wat je wilt (zoals na je bachelor een andere master), waar je dat wilt (ruime mogelijkheden om naar andere universiteiten te gaan) en met wie je dat wilt en kunt (differentiatie in kwaliteit).

Ongeïnspireerde studenten, een afwachtende overheid en behoudende universiteiten ondermijnen de Nederlandse onderwijseconomie. De waarde van ons onderwijssysteem kan snel afnemen als de internationale concurrentie werkelijk losbarst, als buitenlandse studenten gevarieerder opgeleid blijken te zijn dan Nederlandse en als buitenlandse onderwijsinstellingen beter zijn toegerust op het opereren in een geliberaliseerde markt.

Dit jaar is Nederland EU-voorzitter. Laat ik daarom een dringend appèl doen op degenen die wel boven het maaiveld durven uitsteken; wees je bewust van je studiemogelijkheden! Kijk verder dan je eigen studentenstad, kijk over je grenzen. Studeren doe je niet, je onderneemt het. Alleen zo kunnen we de Bermuda-driehoek aan de Noordzee werkelijk doorbreken.

Mr. Herman Bruggink is president van Universiteit Nyenrode.