Spijtwraak

Toch gek. In de verdedigingen die je op straat, in de tram of in het café wel hoort voor de gevallen Amsterdamse bestuurder Rob Oudkerk, wordt het begrip `privédomein' opgerekt zo ver als maar kan. Ja hoor, hij mocht heus wel naar de hoeren, heet het dan, maar niet naar die aan de Theemsweg want die waren politiek gevoelig. Of: het mag van mij allemaal, hij had er alleen niet in een bronstige bui over moeten opscheppen aan een Haagse toog. Kortom, de man heeft het voor zichzelf verpest. Maar de principiële vraag of Oudkerks gedrag moreel eigenlijk wel aanvaardbaar is, als gekozen openbaar bestuurder, komt intussen nauwelijks aan de orde: kom zeg, niet zo bekrompen!

Met Turkse en Marokkaanse medeburgers gaat het intussen, in het hopeloos voortstruikelende debat over hun integratie, precies andersom. Voor hen worden juist steeds minder zaken als strikt privé erkend (het hoofddoekje, hun normen en waarden, hun huwelijksleven) en wordt het publieke domein zo langzamerhand tot middenin de huiskamer uitgerold door de moderniteitspolitie. Gaan die moslims wel goed met hun dochters om? Zijn ze wel seculier genoeg? Kijken ze niet naar foute zenders? De vraag of hun gedrag moreel acceptabel is, ligt intussen het halve land in de mond bestorven.

Oudkerk moest niet zozeer het veld ruimen om een morele veroordeling van zijn hoerenlopen, maar wegens zijn riskante, risicozoekende omgang met een persoonlijke zwakheid. De Herman Brood-lifestyle is nu eenmaal minder gepast voor een wethouder. Pim Fortuyn kwam ermee weg, maar dat was een ander geval: die hief de scheiding tussen publiek en privé vrijwillig op. `Pimmetje' was geen openbaar bestuurder, maar openbaar bezit, een thuisgestookte premier van het hele volk. Maar Oudkerk, die privé en publiek uit elkaar wilde houden, belandde in de tornado van de moderne media, en als die is uitgeraasd, staat er nu eenmaal niet veel meer overeind. Nu resten leedwezen en leedvermaak.

Die empathische reflexen staan haaks op de paniek over de multiculturele samenleving. Telkens opnieuw klimmen woordvoerders over elkaars rug naar de camera om de beker met rechtsdraaiende cultuurfilosofie tot op de bodem leeg te drinken. De commissie-Blok had maar net gerapporteerd dat allochtonen het vaak goed doen in Nederland, dankzij hun eigen inspanning, of Kamerbreed werd de diepste bureaula opengetrokken om dit onwelkome nieuws in te begraven. We weten toch al hoe het zit? Een week eerder had Nova de vriendjes van Murat D. voor de camera gebracht om ze te laten kielhalen door een cultuurfilosoof die in de pubers politieke extremisten zag die onze normen en waarden fundamenteel afwijzen. Gelukkig was er nazorg, suste de hoofdredacteur van Nova later in een ander programma. Ja, we zorgen goed voor ons kanonnenvlees.

Natuurlijk moeten immigranten van het Turkse of Marokkaanse platteland in Nederland moderniseren. Ze hebben ook weinig keus, want de moderne samenleving draait door en wie mee wil, moet zijn kansen grijpen. Maar de beste manier om dat te bereiken is door hun een aandeel te gunnen in deze samenleving, door sociale mobiliteit te bevorderen en de reële kans iets beters van je leven te maken niet door er voortdurend op te hameren hoe anders en achterlijk hun culturele codes zijn. En natuurlijk moet een wethouder zich fatsoenlijk gedragen. Maar de slechtste manier om daar een gesprek over op gang te brengen, is het aanzwengelen van de windmachine die politici, tv-presentatoren en sporthelden als confetti door de straten van Schandaalstad blaast.

Wie die haperende publieke moraal in Nederland overziet de verwarring over Oudkerk, de demagogie van het integratiedebat gaat op den duur vermoeden dat hier een culturele factor in het spel is. Zou er een Hollandse culturele reflex zijn die remmend werkt op vooruitgang? Die moet dan verder gaan dan de neiging mee te huilen met de wolven in het bos, want dat is een algemeen menselijk trekje ook al wordt er in Nederland wel nadrukkkelijk in het openbaar en op hoge toon voorgehuild.

Zou het niet kunnen dat Nederland spijt heeft van het eigen verleden (de verzuiling, het bijzonder onderwijs, de libertijnse tolerantie van de jaren zestig) en bezig is wraak te nemen? Dat zou dan een vorm van culturele zelfbevestiging zijn die je, in antropologische termen, zou kunnen aanduiden als `spijtwraak'. Afstand nemen van eerdere opvattingen (spijt), maar de rekening daarvan niet zelf betalen maar presenteren aan groepen die misschien nog van die opvattingen zouden kunnen profiteren (wraak). Klassiek voorbeeld: de generatie van de jaren zestig gooide de teugels los, maar schreeuwt om orde en tucht nu de kinderen uit hun dak gaan. Linkse revolutionairen hekelden de pretenties van de westerse cultuur, maar roepen het hardst om westerse normen en waarden nu er moslims om de hoek zijn komen wonen. Pim voorop.

Connie Palmen had over zijn nalatenschap een mooie opmerking in Buitenhof, afgelopen zondag: Pim Fortuyn, zei ze, krijgt de pluim dat we nu tenminste zeggen wat we vinden. Maar met zijn ,,ongeremde gebral'' heeft hij ook iets moois om zeep geholpen, namelijk de mythe van het tolerante Nederland. Dat was een mythe, maar zolang we er nog in geloofden, gedroegen we ons er ook naar: dat is immers de functie van een nationale mythe. Nu is de mythe stuk, zeggen we waar het op staat, en is het hek van de dam: minderheden wordt ongeduldig, streng en intolerant de maat genomen. Pim gaf de stoot tot spijtwraak.

De kwestie-Oudkerk heeft daar trekjes van (de media hebben spijt van hun verstrengeling met de Haagse politiek), het gekrakeel over de multiculturele samenleving zeker (spijt dat we ze niet hebben teruggestuurd). Ik geef toe, het is een pril begrip, nadere studie is nodig – ook naar de samenhang met de geografie, het christendom en generationele overdracht. Maar haast is geboden: nog even en we zijn helemaal in de greep van de spijtwraak.