`Saddam niet zo wreed dat oorlog was gewettigd'

Het regime van de Iraakse leider Saddam Hussein was wreed, een van de wreedste ter wereld, maar niet zo wreed dat een militaire invasie om het om die reden omver te werpen gerechtvaardigd was. Dat schrijft de directeur van de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, Kenneth Roth, in het keynote essay in het gisteren uitgekomen jaarverslag van de organisatie.

De Amerikaanse en Britse regeringen verwezen voor het begin van hun militaire interventie in Irak naar de jarenlange Iraakse schendingen van resoluties van de Verenigde Naties en naar het gevaar dat volgens hen Iraks massavernietigingswapens voor de wereldveiligheid vormde. Het humanitaire aspect – een einde maken aan een tiranniek bewind – speelde in de argumentatie voor de oorlog een relatief ondergeschikte rol. Maar de afgelopen maanden is juist dit aspect geleidelijk meer naar voren gebracht toen in Irak geen massavernietigingswapens werden gevonden. Zodanig, aldus Roth, dat dit nu als een van de belangrijkste rechtvaardigingen van de oorlog wordt genoemd.

Dit is onjuist volgens Roth. Het gaat er in zijn optiek niet om of het bewind van Saddam Hussein al dan niet repressief was, dat was het. De vraag was of de heersende omstandigheden in Irak een humanitaire interventie rechtvaardigden. Naar de mening van Human Rights Watch is zo'n interventie – omdat deze zeer bloedig en vernietigend kan zijn – alleen gerechtvaardigd als er sprake is van massale slachtpartijen door een regime. ,,Andere vormen van tirannie zijn betreurenswaardig'', aldus Roth, ,,en verdienen intensieve inspanningen om er een eind aan te maken, maar [..] niet het buitengewone antwoord van militaire macht.''

In Irak was echter vorig jaar geen genocide of massaslachting aan de gang. Er zijn volgens Roth tijden geweest dat een humanitaire interventie in Irak gerechtvaardigd zou zijn geweest. Daarbij noemt hij de genocide tegen de Koerden in 1988, die naar schatting 100.000 mensen het leven heeft gekost of de onderdrukking van de shi'itische en Koerdische opstanden in respectievelijk Zuid- en Noord-Irak nadat het Iraakse leger in 1991 door een internationale coalitie het buurland Koeweit was uitgeslagen. Saddams regime heeft in totaal zeker een kwart miljoen mensen het leven gekost, maar ,,tegen de tijd van de invasie van maart 2003 was het moorden weggeëbt'', aldus Roth, en daarmee was de rechtvaardiging voor oorlog verdwenen.

Op een persconferentie in Londen zei Roth gisteren dat Irak er ,,op dit moment'' beter aan toe is. ,,Maar dat rechtvaardigt nog geen humanitaire interventie'', zei hij. ,,De regering-Bush kan de oorlog in Irak niet als een humanitaire interventie rechtvaardigen, en evenmin kan [de Britse premier] Tony Blair dat'', zei hij.

rapport www.hrw.org