Prachtconcert KCO

Met wisselend geprogrammeerde concerten in Utrecht, Nijmegen en Rotterdam bereidt het Koninklijk Concertgebouworkest zich voor op een Amerikaanse tournee met negen optredens aan oost- en westkust. Aan de oostkust heeft het orkest zijn eigen `American Friends', in het westen is het orkest sinds 1990 niet meer geweest. Maar daar kennen ze nog wel de Zweedse dirigent Herbert Blomstedt, die de tournee heeft overgenomen na de afzegging van Riccardo Chailly. Blomstedt is eredirigent van het San Francisco Symphony Orchestra, dat hij tussen 1985 en 1995 leidde. Nu is Blomstedt, dit jaar vijftig jaar in het vak, dirigent in Leipzig, waar hij volgend jaar wordt opgevolgd door Chailly.

Het concert in Utrecht had gisteravond plaats op de dag dat het muziekcentrum Vredenburg precies vijfentwintig jaar bestond, afgelopen vrijdag voortijdig gevierd met een gala. Het Concertgebouworkest speelde hier de vierde symfonieën van Beethoven en Tsjaikovski. Een concert met de vijfde symfonieën van deze componisten lijkt aantrekkelijker, en dat geldt nog sterker voor de zesde symfonieën: geen groter contrast tussen de vredige Pastorale van Beethoven en de rampzalige Pathétique van Tsjaikovski.

Maar met dit toporkest en met deze vitale en energieke dirigent worden ook deze twee `vierdes' een opmerkelijk prachtconcert, waarin men die `zesdes' zich al hoort aankondigen. In Beethovens robuust en dramatisch gespeelde Vierde dient het onweer uit de Pastorale zich al aan. En het monumentale openingsdeel van Tsjaikovski's Vierde loopt met die wringende melodieën en schetterende fanfares al vooruit op de schokkende apocalyps van de Zesde. Het Scherzo met de fameuze pizzicati klonk perfect, lenig en aan het slot losjes wegwaaiend. De furore was groot, zodat ook nog een Dvorák-toegift kon worden gerepeteerd. In Amsterdam hoor je zoiets nooit, helaas.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Herbert Blomstedt. Herh. met ander programma (Mozart, Brahms): 30/1 Nijmegen; 31/1 Rotterdam.