Onderzoek: AOW-kosten inzet van generatiestrijd

Jongeren hebben het geloof in de betaalbaarheid van de AOW massaal opgegeven, maar ouderen verwachten dat hún AOW-uitkering op het huidige niveau gehandhaafd blijft. De verwachtingskloof blijkt uit onderzoek van het NIDI, het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut in Den Haag.

Twee NIDI-onderzoekers, H. van Dalen en K. Henkes, constateren dat ,,de verschillende leeftijdsgroepen diametraal tegenover elkaar staan''. Meer dan de helft van de ondervraagden tot 44 jaar verwacht een ,,forse verlaging van de AOW-uitkering'', zo blijkt uit hun onderzoek, dat is gepubliceerd in het `huisblad' Demos van het NIDI. Per saldo verwacht bijna de helft van de ondervraagden (48 procent) de komende tien tot vijftien jaar een AOW-crisis.

De uitkomsten van het onderzoek zijn opmerkelijk, vindt Van Dalen, omdat het tot nu toe zo was dat jongeren wel solidair zijn met de oudere generatie. ,,Dit is het eerste signaal dat er niet veel vertrouwen is in de AOW.''

De AOW-uitkeringen worden betaald door een premie te heffen op de werkende bevolking. Wanneer de premiebetalers van nu het vertrouwen in de financierbaarheid van hun eigen AOW verliezen, dreigt een vertrouwenscrisis rondom de AOW. Voor aanvullende pensioenen bovenop de AOW spaart meer dan 90 procent van de werknemers via zijn werkgever bij een pensioenfonds of verzekeraar.

In andere Europese landen (Frankrijk, Duitsland, Italië), waar werknemers niet of nauwelijks hebben gespaard voor pensioen, is het wantrouwen in de publieke pensioenvoorziening overigens nog veel groter.

Nederlanders blijken een duidelijke voorkeur te hebben voor economisch getinte maatregelen om de kosten van de vergrijzing te bestrijden. Afschaffing van vervroegd uittreden is nu bijvoorbeeld populairder dan in 1990, terwijl de steun is gedaald voor belasting- en premieverhogingen om de AOW te betalen.

Controversieel is echter verhoging van de pensioenleefijd: 21 procent van de ondervraagden vindt dat de meest aantrekkelijke beleidsmaatregel, maar 16 procent juist de minst aantrekkelijke. Maatregelen van bevolkingspolitiek, zoals meer immigratie en meer kinderen per paar, blijken echter op weinig steun te kunnen rekenen.

Meer kinderen stimuleren vindt 37 procent de minst aantrekkelijke beleidsmaatregelel, meer werknemers uit het buitenland aantrekken vindt 26 procent het minst aantrekkelijk. Het aantal voorstanders van deze opties is relatief gering (samen 10 procent).