`Nieuwe wet parlementair onderzoek'

Minister De Graaf (bestuurlijke vernieuwing, D66) en Tweede Kamervoorzitter Weisglas (VVD) willen dat er op afzienbare termijn een nieuwe Wet Parlementair Onderzoek komt.

Dit bleek gisteren tijdens een door de Kamer en het ministerie georganiseerde studiebijeenkomst met politici en staatsrechtgeleerden in de Oude Zaal van de Tweede Kamer. De Graaf benadrukte vooral dat de ,,grondrechten'' van mensen die moeten getuigen voor een parlementaire enquêtecommissie in nieuwe wetgeving moeten worden vastgelegd. Hij stelde voor een staatscommissie in te stellen, samengesteld uit personen ,,met vele uiteenlopende deskundigheden'', die al rond de volgende jaarwisseling zou moeten komen met een wetsvoorstel. Weisglas benadrukte dat de Kamer op dit punt het recht van initiatief heeft, maar ook hij wil in nauw overleg met de regering komen tot een nieuwe wet.

Het `recht van enquête' is het zwaarste en het oudste controle-instrument van de Tweede Kamer, zo betoogden de sprekers gisteren. Volgens Weisglas zijn er ,,goede redenen'' om de wet die dateert van 1850 en die volgens hem inmiddels lijkt op een ,,historisch gegroeide lappendeken'' te wijzigen. Net als vele sprekers na hem wees de Kamervoorzitter op gebrekkige getuigenbescherming, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen, de status van de inmiddels gebruikelijke ,,voorgesprekken'', geheimhouding en de status van archieven.

Getuigen die moeten verschijnen voor een parlementaire enquêtecommissie zijn in alle gevallen verplicht te antwoorden en hebben dus niet het recht om te zwijgen als ze met hun uitlatingen zichzelf beschuldigen. Bij de commissie-Van Traa, die tien jaar geleden onderzoek deed naar de opsporingsmethoden van de politie, werd zelfs een cel vrijgehouden, zodat onwillige getuigen onmiddellijk in gijzeling zouden kunnen worden genomen.

Weisglas wil nu eerst de resultaten van de studiedag bespreken met het presidium van de Tweede Kamer.