Moord: pindakaas, hagelslag en gif

De 27-jarige chemicus Bart S. uit Heerlen smeerde op 22 juli vorig jaar gif op het broodje pindakaas met hagelslag van zijn vriendin Judith Notermans. Daarmee vermoordde de chemicus volgens het openbaar ministerie (OM) koelbloedig zijn partner. Na zes weken gaf S. de moord opeens toe, omdat zijn geweten opspeelde. Had hij dat niet gedaan, dan was de zaak nooit rondgekomen, stelt zijn voormalige advocaat.

S. moet zich morgen voor de rechtbank verantwoorden. Hij vertelde de politie dat hij de boterham van zijn 30-jarige vriendin insmeerde met de zeer giftige stoffen natriumazide en theobromide.

Judith Notermans werd op 22 juli vorig jaar op haar werk in Sittard onwel. Ondanks snelle medische hulp overleed zij enkele uren later in het ziekenhuis. Voordat de vrouw bewusteloos raakte, vertelde ze aan collega's dat haar vriend het broodje pindakaas met hagelslag had gesmeerd.

De politie pakte de chemicus vijf dagen na het overlijden van zijn vriendin op, maar hij ontkende aanvankelijk iets met de zaak te maken te hebben. Weliswaar werden op zijn werk in zijn bureaula zeer giftige stoffen gevonden, maar het Nederlands Forensisch Instituut trof in het restant van het broodje niet dezelfde soort giftige substanties aan.

Volgens de voormalige advocaat van S., J. van Riet, is de Heerlense gifmoord een bijzondere en bizarre zaak. ,,Hij heeft de perfecte moord bekend. Het Nederlands Forensisch Instituut had het zeer giftige natriumazide niet aangetroffen bij het slachtoffer. Als mijn cliënt niet had bekend en de stoffen niet bij naam had genoemd, was het bewijs flinterdun geweest. Dan was hij hoogstwaarschijnlijk al na de pro forma-zitting vrijgekomen.''

Advocaat R. Corten, de nieuwe raadsman van Bart S., zegt dat er tijdens de zitting morgen meer duidelijkheid komt over het motief van S.