Meer reclame, goedkopere verlichting

Rotterdam heeft geen bezwaar tegen reclame op straat. Het mag zelfs nog meer worden. ,,Hoe meer reclame, hoe lager de kosten voor de stadsverlichting.''

Anders dan Amsterdam en Den Haag kent Rotterdam een `ja, mits'-beleid voor buitenreclame. ,,Het college vindt dat reclame bij een grote stad hoort en ruimte biedt aan ondernemers om hun producten en diensten aan te prijzen.'' De gemeente wil daarom ,,reclame niet verder beperken dan nodig is om excessen tegen te gaan''.

Een `concept-reclamebeleidsnota' die een `nee, tenzij'-beleid bepleitte onder het motto ,,het is beter reclame op een beperkt aantal objecten uit te voeren, die daarmee ook werkelijk opvallen'', verwees het college vorig jaar naar de prullenbak. Een nieuwe nota is in de maak.

,,In Rotterdam mag alles'', zegt een woordvoerder van Van Puffelen Buitenreclame. Van Puffelen `doet' in Rotterdam de `driehoeksborden' – driezijdige borden die rond de voet van lantaarnpalen worden opgesteld, vooral in gebruik voor publieksbeurzen en andere kortdurende evenementen. Hoeveel driehoeksborden er momenteel in de stad staan weet de woordvoerder niet (,,dat verschilt per seizoen''), wel dat ,,we in principe alle lantaarnpalen tot onze beschikking hebben'' en dat ,,de vraag naar driehoeksborden nog steeds groeit''.

Speciaal voor cultuur richtte de gemeente drie jaar geleden de `Culturele Affichering Rotterdam' op (CAR). CAR creëerde 1.500 nieuwe `plakplaatsen' ten behoeve van affiches voor toneel, muziek en dergelijke. Het gaat om `clusters' van `frames' op plaatsen waar anders werd wildgeplakt (pilaren onder viaducten), maar ook op plekken die tot dan toe afficheloos waren, zoals twee wit betegelde spoortunneltjes. Ook CAR voorziet groei. ,,We denken dat er uiteindelijk ongeveer tweeduizend frames komen'', aldus een woordvoerder. De frames kunnen behalve door de culturele sector ook worden gehuurd door `semi-commerciële culturele instellingen/evenementen'. ,,De grens is: heeft het met vrije tijd te maken?''

Van Puffelen Buitenreclame heeft de (onderkant van) de lantaarnpalen ,,ter beschikking gekregen'' van CityTec Reclame, een zelfstandige business unit van CityTec (`gespecialiseerd in het verzorgen van actief straatmeubilair op de gebieden openbare verlichting, verkeer, bewegwijzering en buitenreclame'). CityTec is een dochteronderneming van ENECO Energie, dat bij de verzelfstandiging van het Rotterdamse Elektriciteitsbedrijf NV GEB in 1992 het `economische eigendom' van alle lantaarnpalen in de stad meekreeg.

Sinds die tijd mag CityTec/ENECO deze lantaarnpalen ,,voor reclamedoeleinden exploiteren'', aldus een convenant terzake, en ,,strekken de baten in mindering op de kosten van de openbare verlichting''. Met andere woorden: hoe hoger de opbrengsten uit reclame aan de lantaarnpalen, des te minder hoeft de gemeente voor de straatverlichting te betalen.

CityTec Reclame verhuurt met name lichtbakken: inwendig verlichte reclamebakken met aan twee zijden reclame. In principe komen alle bijna honderdduizend lantaarnpalen in de stad hiervoor in aanmerking, maar volgens een woordvoerder ,,moet je dit nuanceren''. ,,Het is een ongeschreven regel dat je het niet in woonwijken doet. Trouwens, daar is ook weinig belangstelling voor.''

De woordvoerder schat dat ongeveer eenvijfde van de lantaarnpalen in de stad reclame draagt. ,,Deze stad heeft best veel buitenreclame als je het vergelijkt met andere steden. Maar dat komt ook doordat het hier goed is geregeld. Hier heeft de gemeente gezegd: we luisteren naar de vraag van de markt. In andere steden heb je meer wildplak.'' Het aantal lichtbakken heeft ,,de afgelopen jaren een groei doorgemaakt, maar die is er nu uit''. De woordvoerder: ,,We zitten tegen het verzadigingspunt aan.''

Behalve reclame aan lantaarnpalen, trammasten, peperbussen en elektriciteitskasten is er ook nog die op abri's, billboards en in vitrines. Van deze laatste twee categoriën wordt een aantal vrijgehouden voor gemeentelijke informatie. Zo waren afgelopen zomer om beurten in vitrines en op billboards de hoofden van de verschillende wethouders te zien.

Op de vraag van een raadslid of ,,de gemeente geen voorbeeldfunctie heeft door minder reclame voor zichzelf te maken'', antwoordde de verantwoordelijk wethouder van buitenruimte ontkennend: ,,Gemeentelijke reclame hoort bij een moderne manier van communiceren met de burgers.''