Kok bagatelliseert rol van Nederland in Kosovo-conflict

Tijdens een hoorzitting over de Kosovo-crisis hield oud-premier Kok zich gisteren zonder zichtbare problemen staande. De invloed van Nederland was beperkt, betoogde hij.

In de Haagse rechtbank deed gisteren voor de verandering de grote internationale politiek zijn intrede. Zestien slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers van NAVO-bombardementen op Belgrado en Nis uit 1999 hopen namelijk de staat der Nederlanden op te zadelen met een schadeclaim. Ze verwijzen daarbij naar de steun die het tweede kabinet-Kok gaf aan de luchtaanvallen op doelen in Servië in de Kosovo-crisis. Het kabinet zond destijds F-16 gevechtsvliegtuigen om mee te doen.

Gisteren speelde zich het voorspel af van wat mogelijk een rechtszaak wordt. Op een hoorzitting voelden rechter-commissaris P.A. Koppen en de advocaat van de eisende partij, mr. N.M.P. Steijnen, zowel oud-premier Kok als oud-minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) aan de tand over de besluitvorming van toen. Het ging met name over de omstreden aanval op een studio van de Servische staatsomroep RTS in Belgrado eind april en over het bombardement op het centrum van de stad Nis op 7 mei 1999.

Het was wennen voor de betrokkenen. Niet zozeer voor Kok en Van Aartsen, die er als doorgewinterde (oud-)politici wel aan gewend zijn stevig te worden ondervraagd. Beiden leken zich in de rechtszaal meer op hun gemak te voelen dan de rechter-commissaris en de advocaat. In een moeizaam juridisch steekspel probeerden die laatsten de grenzen af te tasten van het soort vragen dat bij zo'n oriënterend verhoor mag worden gesteld.

De vragen dienden zich te beperken tot de feitelijke toedracht van de besluitvorming, zo was vooraf afgesproken, en Koppen hield daar strikt de hand aan. Steijnen ergerde zich zo aan de opstelling van Koppen dat hij aan het einde van de dag verzocht om een andere rechter-commissaris. Pas over enkele weken zal de zogeheten wrakingskamer van de rechtbank besluiten of dit verzoek wordt toegewezen. Tot dan ligt de zaak stil. Steijnen zelf maakte overigens geen overtuigende indruk. Hij kwam soms met citaten, waarvan hij de bron niet precies kon aangeven, en had moeite zijn vragen helder te formuleren.

Intussen raakte noch Kok, noch Van Aartsen ook maar een ogenblik in moeilijkheden. Beiden verdedigden de bombardementen. Van Aartsen legde uit dat er al voor de luchtaanvallen afspraken waren gemaakt over verschillende fasen waarin steeds meer doelen zouden mogen worden aangevallen. Het doel van de aanvallen was de toenmalige Joegoslavische president Milosevic terug te krijgen aan de onderhandelingstafel over de situatie in Kosovo.

Kok verklaarde overigens vooraf niets te hebben geweten over de specifieke aanval op de RTS-studio. Net als bij zijn verhoren tijdens de Srebrenica-enquête en de enquête naar de Bijlmerramp, gaf Kok aan dat de rol van de premier in het Nederlandse staatsbestel maar beperkt is. ,,Als primus inter pares heeft hij een klankbordfunctie voor collega's'', aldus Kok. De voormalige premier zei zich tijdens de Kosovo-oorlog vooral te hebben verlaten op informatie van Van Aartsen en De Grave. ,,De lijn loopt via ministers. Zo hoort het en zo is het altijd geweest.''

De beide oud-bewindslieden verdedigden eveneens het gebruik van clusterbommen op doelen in Nis, waarbij Nederlandse vliegtuigen overigens niet meededen. De bedoeling van de betreffende aanval was het vliegveld van Nis inclusief vliegtuigen in één klap uit te schakelen. Door een technisch mankement kwamen de bommen echter op een naburig ziekenhuis en een markt terecht.

De toenmalige minister De Grave, die later ook nog in de zaak zal worden gehoord, had naar aanleiding van het tragische incident in Nis Nederlandse F-16 gevechtsvliegtuigen geïnstrueerd tot nader order geen clusterbommen meer af te werpen, verklaarde Kok.

Ook al kwam hij geen ogenblik in het nauw, toch had het verhoor iets ontluisterends voor Kok. De Kosovo-oorlog was toch al niet zijn finest hour. In de eerste dagen van de strijd hulde Kok zich destijds tot ergernis van velen in stilzwijgen. Bij zijn verhoor gisteren schilderde Kok, die acht jaar lang de machtigste politicus van Nederland was, een beeld van marginale invloed van de Nederlandse regering op het verloop van de strijd. ..U moet goed begrijpen dat de ministerraad niet op de stoel van de NAVO zelf kon gaan zitten'', hield Kok de rechter-commissaris voor. Alleen als het de inzet van eigen Nederlands materieel en manschappen betrof, lag dat anders.

Juist door de beperkte rol van Nederland bij de bombardementen lijkt er een gerede kans dat de rechtbank de zaak uiteindelijk niet ontvankelijk verklaart. Waarom zouden de slachtoffers en de nabestaanden van de slachtoffers immers juist bij Kok en de leden van zijn toenmalige kabinet moeten zijn voor hun schadeclaim, terwijl veel machtiger landen beduidend meer invloed op de gang van zaken hadden?

Op de publieke tribune zagen sympathisanten van de slachtofers de moeizaam verlopende verhoren gisteren met gemengde gevoelens aan.

,,Wat een slap zootje'', fluisterde een van hen tegen het einde van de verhoren.