Havengroei Rotterdam

In het hoofdartikel ,,Meer havengroei nodig'' wordt de suggestie gewekt, dat wij zo snel mogelijk de Maasvlakte moeten uitbreiden en de haven zo groot mogelijk moeten houden, omdat wij anders een `koppositie' dreigen te verliezen (NRC Handelsblad, 2 januari).

Het eerste misverstand is dat het `grootste' van Rotterdam louter het gevolg is van het feit dat Rotterdam tevens een oliehaven is. De meeste andere havens zijn dat per definitie niet. Haal die factor eraf en Rotterdam is gelijk eenderde kleiner. Ook is de factor `stukgoed' overdreven. Weliswaar heeft Rotterdam 7 miljoen TEU (1 TEU is 1 container van 20 voet) overgeslagen, maar in verhouding tot Antwerpen (6) en Hamburg (6) kan men moeilijk van een afgetekende koppositie spreken. Beter is om een vergelijking te trekken met Singapore (18,6) en Hongkong (25,5) om de betrekkelijkheid aan te tonen. Nog belangrijker echter is of dit onze economie iets oplevert.

Tot in de jaren '60 van de vorige eeuw was overslag van stukgoederen een arbeidsintensieve bezigheid en was een drukke haven derhalve een bron van werkgelegenheid. Die tijd is voorgoed voorbij. De toegevoegde waarde zit nu ín de container en wordt bepaald door wat Chinezen erin stoppen en Polen en Tsjechen eruit transformeren.

Als wij dus enorm investeren in de uitbreiding van de Maasvlakte en in een 5,5 miljard kostende `afvoergoot' (Betuweroute), dan is dat fijn voor de industrie rond Sjanghai en Krakau of Bratislava, maar het zet geen zoden aan de dijk voor Rotterdam en regio zelf. Laat staan voor schatkist en economie.

Erger nog: aanleg en onderhoud van deze kunstwerken leveren méér kosten dan baten op.