`Getuigenis van misbruik onbruikbaar'

Herinneringen aan seksueel misbruik die tijdens therapie naar boven komen, kunnen niet worden gebruikt in een juridisch proces. Therapeuten dienen ook geen getuigenverklaringen af te leggen over hun eigen patiënt. Juridische waarheidsvinding is geen taak van de therapeut.

Dat schrijft de Gezondheidsraad, die de regering adviseert over medische vraagstukken, in het rapport `Omstreden herinneringen' dat vandaag is verschenen.

Voormalig minister Borst van Volksgezondheid vroeg de Gezondheidsraad in 2000 advies te geven over de vraag of het mogelijk is seksueel misbruik te vergeten, en het zich later weer te herinneren. En of al het seksueel misbruik dat mensen zich herinneren ook werkelijk heeft plaatsgevonden.

Uit het rapport blijkt dat het mogelijk is dat herinneringen aan traumatische gebeurtenissen als seksueel misbruik na een tijd verdwenen te zijn geweest, weer boven komen. Maar het is evengoed mogelijk dat de herinneringen fictief zijn, ook al worden ze door de patiënt als echt ervaren.

Volgens de Gezondheidsraad moeten therapeuten patiënten daarom niet aanzetten tot juridische stappen. Zij moeten een patiënt er bovendien op wijzen dat therapie en rechtspraak elkaar soms, al dan niet tijdelijk, kunnen uitsluiten. Bepaalde persoonlijkheidskenmerken van een patiënt, een suggestieve benadering van een therapeut en het gebruik van technieken als hypnose of droominterpretatie om herinneringen boven te halen, kunnen leiden tot fictieve herinneringen. In het rapport schrijft de raad: ,,Een suggestieve werkwijze van de therapeut als de patiënt herinneringen ophaalt, vormt door haar sturende werking het grootste risico voor het ontstaan van fictieve herinneringen.''

Hoe vaak dit gebeurt is niet bekend. Medio jaren negentig kreeg de werkgroep Fictieve Herinneringen, van ouders die door hun kinderen beschuldigd werden van seksueel misbruik, tientallen meldingen van aangeprate herinneringen binnen. Dat aantal neemt de laatste jaren af, aldus prof. dr. W. Everaerd, die de commissie van de Gezondheidsraad voorzat.

De commissie vindt dat therapeuten beter geschoold moeten worden en meer moeten weten over wetenschappelijk onderzoek naar het geheugen.

Daarnaast zouden ze richtlijnen moeten maken en patiënten beter moeten informeren over de werkwijze en effectiviteit en de nadelen van diverse vormen van psychotherapie.

Interview pagina 3