EU-kandidaat Turkije

In het hoofdartikel (19 januari) stelt NRC Handelsblad inzake het beginnen van EU-toetredingsonderhandelingen met Turkije terecht dat: ,,een kritische opstelling aan de hand van de (Kopenhagen)-criteria die de EU heeft opgesteld blijft de juiste procedure''. Echter, dit is vandaag de dag reeds het geval. Het is geen geheim dat het koord van de criteria voor Turkije strakker is aangetrokken dan voor andere EU-kandidaten.

Turkije is immers groot (70 miljoen inwoners, gelijk aan de tien toetredende landen), relatief arm en islamitisch. Echter, in landen als Roemenië en Bulgarije, waarmee reeds onderhandeld wordt (toetreding voorzien in 2007), is de economische ontwikkeling en de positie van minderheden (zigeuners) even slecht of nog veel slechter dan in Turkije. Ook mensenrechten zijn volgens onder meer Amnesty International in verschillende kandidaat-landen een groot probleem, evenals onder meer in Spanje.

Turkije stelde zich kandidaat in 1987, maar kreeg het perspectief op lidmaatschap reeds aangeboden in 1963 bij de ondertekening van het associatieverdrag. In 1999 werd het kandidaat-lidmaatschap door de EU aan Turkije toegekend (na een afwijzing in 1997), waarna in december 2002 de toezegging werd gedaan dat de EU eind 2004 zal besluiten over het al dan niet beginnen van toetredingsonderhandelingen met Turkije op basis van de Kopenhagen-criteria.

De door deze krant voorgestane procedure wordt dus reeds gevolgd en de Europese politici hebben tijd genoeg gehad om de aarzelingen inzake Turkije bespreekbaar te maken en denktanks de implicaties van een Turks lidmaatschap te laten onderzoeken.

Nu de Turkse regering de daad bij het woord lijkt te voegen inzake de EU-ambities en criteria en zich flexibeler opstelt inzake Cyprus, zullen de Europese leiders, mits Turkije voldoende vooruitgang heeft geboekt met de criteria, ook de daad bij het woord moeten voegen. Het gebrek aan discussie en de sluipende besluitvorming is geen Turks probleem maar een probleem van de EU.