Dwingende films vol weemoedige schoonheid

Wat een lef. Langzaam trekken regenwolken over de heldere avondhemel. Het beeld wordt gaandeweg donkerder, maar de camera blijft kijken. De camera wacht onbeweeglijk tot de hemel bedekt is en het beeld donker. En dan nóg blijft de camera wachten. Dankzij het geluid van vogels die zingen bij het allerlaatste licht weet de beschouwer dat hij nog steeds naar de lucht kijkt. Dan, eindelijk, draait de camera weg. Wat een lef om zó lang te wachten, om de tijd zó sterk te vertragen.

De Engelse kunstenaar Tacita Dean (Canterbury 1965) houdt niet van camerabewegingen en van in- en uitzoomen. Ze zoekt naar een statische opname die dingen laat gebeuren binnen het frame van het beeld, in plaats van dat de camera de dingen volgt. Hierdoor wordt de beschouwer zich bewust van het kader van de lens, hij kijkt door de lens met de filmer mee. Zo ontstaat voor het publiek een ander tijdsbesef. De tijd, als traag ritueel, is een van de belangrijkste elementen van Deans werk.

Dit wil niet zeggen dat haar films real time zijn. Evenmin is het geluid altijd het synchrone geluid, ook al lijkt dat wel zo te zijn. Dean is niet tevreden met vertraging van tijd alleen. Ze wil ook een verhaal vertellen, met een begin en eind. Hiertoe monteert zij haar materiaal zorgvuldig. Soms is het verhaal eenvoudig. In Pie (2003) zoeken eksters bij het vallen van de avond hun plek voor de nacht in de toppen van een boom, hun silhouetten steken scherp af tegen de oranje lucht. In zeven minuten steeds meer gekwetter en steeds meer duisternis. Soms is het verhaal lang en dramatisch. Zoals het verhaal over David Crowhurst, die in 1968 meedeed aan de eerste solo-zeilrace rond de wereld en die uiteindelijk alle radiocontact verbrak en zelfmoord pleegde door van zijn kleine trimaran te springen; zijn boot met de logboeken is later teruggevonden.

De precieze montage, opbouw en beeldregie van Deans films, die in tijd variëren van zeven tot twintig minuten (althans degene die op haar overzichtsexpositie in De Pont worden vertoond) zijn zo dwingend dat het onmogelijk is ze niet van begin tot eind te bekijken. Dit geldt zelfs voor de trilogie Boots (2003), waar drie keer, in het Frans, Duits en Engels, gedurende twintig minuten nagenoeg hetzelfde verhaal wordt verteld. De protagonist Boots, zo genoemd omdat hij een loodzware orthopedische schoen heeft, dwaalt door een leegstaande art deco-villa. Hij haalt fictieve herinneringen op aan het leven dat hij hier ooit leidde met de mooie Blanche. Het ritme van zijn zware schoen en zijn twee stokken echoot door de zalen, het zonlicht weerkaatst op de houten vloeren. De opnamen verschillen in de drie versies op subtiele wijze. In de ene versie zijn de shots vooral frontaal, in een andere diagonaal. Iedere versie eindigt met het verdwijnende avondlicht. Het verhaal van Boots, marmer, spiegels en smeedwerk, de strenge, harmonieuze architectuur die hier en daar in verval is, het is alles van een grote, weemoedige schoonheid.

Het werk van Dean is doordrongen van dit nostalgisch verlangen naar een andere tijd en plaats. Zij is, zegt zij, geïnteresseerd in dingen die ooit ontworpen zijn vanuit een ideaal maar die nooit goed gefunctioneerd hebben en die vervolgens achtergelaten zijn. Zoals de trimaran van Crowhurst die nu ligt te vergaan op een Caraïbisch eiland. Op ditzelfde eiland staat ook Bubblehouse, een futuristisch, ballonvormig huis dat gebouwd is in de jaren zestig en dat weerstand zou kunnen bieden tegen iedere tropische storm. Het is nooit voltooid, want de eigenaar, een Franse projectontwikkelaar, belandde in de gevangenis vanwege frauduleuze fiscale handelingen.

Een hoogtepunt is de film Baobab (2002, 10 minuten). Dean filmde de apebroodbomen op West-Madagascar, in zwart-wit. Ze doemen op als brontosaurussen, met huidplooien, wratten en navels op hun gedrongen stammen. De opnamen zijn weer heel lang. Dean filmt uit de hand, of van haar schouder, zodat er een lichte trilling is die haar aanwezigheid voelbaar maakt. Uiterst langzaam verandert het beeld, het roept het langzame leven van de bomen op. Koeien wandelen grazend het beeld binnen, hun klaaglijk geloei verbindt zich met de ziel van de baobabs. De film is korrelig, `zacht', zodat er geen zwart en wit maar alleen grijstonen zijn, en het licht is zó gering dat het, ook al schijnt de zon, bijna schaduw is. Misschien is het verlangen om het licht tastbaar te maken wel de diepste drijfveer van Tacita Dean.

Tentoonstelling: Tacita Dean. T/m 16 mei in De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. Di t/m zo 11-17u. Inl. www.depont.nl.