`Desnoods laten we ze onderduiken'

De inwoners van het Friese Witmarsum kennen de tachtig asielzoekers in hun dorp van gezicht. Uitzetting dreigt nu. `We zorgen dat deze mensen weg zijn voordat de politie hen komt halen.'

De Somalische Hibo (19) gaat niet meer naar school. Evenmin als haar broertje van zeventien jaar. ,,Omdat we geen geld hebben'', zegt ze bedrukt. Beiden zaten op het vmbo. Zij deed de richting zorg; hij werd opgeleid voor een baan in de horeca. Ruim acht jaar wonen ze nu in Nederland, in opvangcentra verspreid over het land. In 1998 werd de asielaanvraag van de Somalische familie (moeder Shamis en vijf kinderen) afgewezen. Omdat ze geen reisdocumenten kunnen bemachtigen vanuit Somalië kunnen ze niet terug. Ze wonen al jaren in een alternatief opvangcentrum voor vluchtelingen in het Friese Witmarsum, gemeente Wûnseradiel.

Dit centrum, dat onderdeel uitmaakt van een kloostercomplex, werd vorig jaar gesloten door het COA, de Centrale Opvang Asielzoekers van het ministerie van Justitie. Zo'n 35 asielzoekers hadden geen dak meer boven hun hoofd. De Somalische familie behoorde daar ook toe. Jos Buis, een verontruste burger, riep de Stichting Vluchtelingenzorg Wûnseradiel in het leven. Die huurt nu een deel van de houten noodgebouwen en zorgt voor geld voor het levensonderhoud van de acht gezinnen die als `de asielzoekers van Wûnseradiel' worden aangeduid. Het geld wordt opgebracht door particulieren en de gemeente, die de stichting op last van de gemeenteraad subsidieert.

Afgelopen vrijdag maakte minister Verdonk (Vreemdelingen Zaken en Integratie) het kabinetsbesluit bekend dat de komende drie jaar 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers worden gedwongen Nederland te verlaten. Ruim 2.300 asielzoekers krijgen op grond van een eenmalige pardonregeling alsnog een verblijfsvergunning. Voorwaarde is dat ze al meer dan vijf jaar in de eerste asielprocedure zitten en dat de rechter nog geen uitspraak heeft gedaan. Ruim 200 anderen mogen blijven omdat hun situatie schrijnend is. Het gaat veelal om vluchtelingen die ernstig ziek zijn of last hebben van (oorlogs)trauma's.

Het besluit van Verdonk heeft bij veel gemeenten tot gemengde gevoelens geleid. Zij vrezen dat het gedwongen vertrek van de 26.000 asielzoekers tot veel onrust zal leiden bij de autochtone inwoners en dat een deel van de vluchtelingen uiteindelijk in de illegaliteit zal belanden. Veel asielzoekers wonen al vele jaren in Nederland, hebben hier kinderen gekregen en zijn onderdeel geworden van de lokale gemeenschap. ,,Door zo weinig vluchtelingen alsnog een status te geven'', waarschuwt burgemeester Theunis Piersma van Wûnseradiel, ,,creëert Verdonk grote maatschappelijke onrust. Burgers accepteren niet dat juist de gezinnen met kinderen die hier al vele jaren zijn, straks door de vreemdelingenpolitie naar een vertrekcentrum worden gebracht om alsnog te worden uitgezet.'' Wethouder Karel Helder (PvdA) laat het zover niet komen ,,We zullen zorgen dat deze mensen weg zijn voordat de politie hen komt halen'', kondigt hij aan.

Piersma en Helder verzetten zich, net als tal van andere burgemeesters en wethouders in Nederland, vluchtelingen- en kerkelijke organisaties en actiecomités in buurten en op scholen tegen hety besluit van het kabinet. Buis van de Stichting vluchtelingenzorg Wûnseradiel zegt onderduikadressen te zullen zoeken, als het écht zover komt dat ze onder dwang worden uitgezet.

Het alternatieve opvangcentrum in Wünseradiel is in de afgelopen maanden volgestroomd met asielzoekers die verspreid over de provincie Friesland uit de reguliere opvang werden gezet en op straat rondzwierven. Tachtig zitten er nu, afkomstig uit landen als Soedan, Angola, Vietnam, Rwanda, Somalië, het voormalige Joegoslavië, Turkije, Syrië, Irak en Iran.

Feriba (37) en haar 16-jarige dochter komen uit Iran. Ze dwaalden in november twee dagen over straat, van kerkgebouw naar gemeentehuis. Wietze Potijk van het Steunpunt Vluchtelingen Friesland ontfermde zich, na een telefoontje van een kerkbestuur, over hen en richtte een kamer voor hen in in het opvangcentrum in Witmarsum. De dochter gaat nu in het nabijgelegen Bolsward naar school. ,,Ze zit in de vierde, de examenklas'', zegt Fariba trots, door haar tranen heen.

De Iraanse is nog elke dag bang, zegt ze, dat ze weer wordt uitgezet en op straat beland. Ze bezoekt een psychiater en slikt 22 verschillende medicijnen. Ze kan al maanden 's nachts niet in slaap komen. Feriba vluchtte drie jaar geleden uit Teheran. Haar man verdween om politieke redenen in de gevangenis en er kwamen thuis dreigbrieven dat de politie ook op zoek was naar haar en haar dochter. Ze vreesde voor hun leven en week naar Nederland uit. ,,Als ik mijn moeder in Iran bel'', zegt ze, ,,dan drukt ze me op het hart hier te blijven. We worden nog steeds gezocht, er komen nog steeds brieven van de politie dat we ons moeten melden. Maar ik weet niet hoe lang ik nog in deze onzekerheid kan leven.''

Ook de Turks-Koerdische Ferha (37) heeft het daar zwaar mee. Ze woont sinds kort met haar drie kinderen in het centrum in Wûnseradiel, na tal van omzwervingen door het noorden van Nederland. Haar man vluchte zes maanden geleden naar Luxemburg nadat hij haar en haar 13-jarige dochter voor de zoveelste keer in elkaar had geslagen. Potijk van het Steunpunt Vluchtelingen Friesland bekommert zich al jaren om haar en is bezorgd over haar veiligheid. ,,Straks wordt ze ook nog eens het slachtoffer van eerwraak door haar man.''

Het opvangcentrum voor asielzoekers in Witmarsum staat recht tegenover het statige, gerestaureerde gemeentehuis in het centrum van het ruim 1.800 inwoners tellende dorp. Iedereen komt elkaar dagelijks op straat tegen en de jongere kinderen uit het opvangcentrum zitten op de basisschool in het dorp. ,,De maat en schaal van de asielproblematiek hier is stukken kleiner dan in de grote steden'', zegt burgemeester Piersma. ,,Daardoor hebben de asielzoekers hier een gezicht.''

De wethouders in de Friese gemeenten die zich met de asielzaken bezighouden, komen donderdag bijeen, heeft wethouder Helder net per e-mail vernomen, ,,Om te overleggen hoe ze, bij voorkeur samen met de andere twee noordelijke provincies, kunnen voorkomen dat ,,straks duizenden asielzoekers in de illegaliteit verdwijnen'', aldus Helder. Burgemeester Piersma hoopt dat alle gemeenten de komende weken op een rijtje zetten welke asielzoekers beslist niet uitgezet kunnen worden. Op basis van die lijst moet de Tweede Kamer, volgens de burgemeester, dan nog maar eens bekijken ,,of men niet wat te voorbarig heeft ingestemd met de uiterst krappe pardonregeling van Verdonk''.