Vrije schoolkeuze

Het komt weinig voor dat bijzondere scholen bepaalde leerlingen weigeren, heeft de Onderwijsraad vastgesteld. Vandaar dat bijzondere scholen meer dan de helft van de allochtone achterstandsleerlingen in Nederland voor hun rekening nemen. De meeste ouders sturen hun kinderen nu eenmaal naar bijzondere scholen, ook de allochtone. De segregatie tussen `zwarte' en `witte' scholen valt dus niet samen met de scheiding tussen openbare en bijzondere scholen. Er zijn ook `zwarte' of `witte' protestantse, katholieke of andere bijzondere onderwijsinstellingen. Dat het bijzondere onderwijs gemiddeld een wat lager percentage allochtone leerlingen heeft dan het openbare, komt door de locatie van veel bijzondere scholen in welgestelde, `witte' wijken. Als die bijzondere scholen openbaar zouden worden gemaakt, zouden ze even wit zijn als nu. Het schrappen van het grondwetsartikel 23, dat gelijke overheidsfinanciering van openbaar en bijzonder onderwijs garandeert, betekent dus geen einde aan de segregatie op scholen.

Desegregatie staat weer op de politieke agenda. Een schietpartij in een zwarte vmbo-school heeft de kwestie alleen maar dwingender gemaakt. De parlementaire commissie integratiebeleid heeft aanbevolen dat scholen ,,niet-vrijblijvende'' afspraken maken om achterstandsleerlingen onderling te spreiden. Minister Van der Hoeven van Onderwijs werkt aan convenanten tussen openbare en bijzondere scholen over de spreiding. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Verscheidene afspraken tussen scholen tot desegregatie in het verleden zijn mislukt. Goudse schoolbesturen hielden zich bijvoorbeeld niet langer aan de afspraak zodra het aantal achterstandsleerlingen een bepaald percentage oversteeg. Ook in andere gemeenten mislukten de afspraken.

Kansarme allochtonen concentreren zich zo sterk in de grote steden dat desegregatie daar niet meer mogelijk is zonder de omliggende gemeenten daarbij te betrekken. Die omliggende gemeenten doen nu al hun best leerlingen die de achterstandsomgeving van de grote steden ontvluchten te weren. De meeste ouders stellen ook niet op prijs dat hun kind voor de desegregatie lange tijd naar een afgelegen school in een vreemde omgeving onderweg is. Dat is de voornaamste reden waarom de overheden in Amerika zijn opgehouden met het gedwongen per bus vervoeren van schoolkinderen naar andere wijken.

Minister Van der Hoeven denkt – net als de parlementaire commissie integratiebeleid – aan het vergroten van keuzemogelijkheden van ouders. Een goed plan, maar niet gemakkelijk uitvoerbaar. Ouders van kansarme kinderen zouden op tijd op de hoogte moeten worden gesteld van de mogelijkheden elders. Dat veronderstelt dat ouders in een achterstandssituatie sterk gemotiveerd zijn om hun kind goed onderwijs te laten geven en dat ze hun kind in een onbekende welgestelde wijk naar school willen laten gaan. Dat is vaak niet het geval. Gemotiveerde ouders zullen er alles aan doen hun kind wel op de school van hun keuze te krijgen. Dat is te prijzen. Bij alle mogelijke maatregelen tegen segregatie, moet die vrije schoolkeuze voorop staan.