Terug in it heitelân

De Friese karmelietenpater en verzetsheld Titus Brandsma kreeg zaterdag in zijn geboorte- stad Bolsward een museum. De `opmerkelijkste katholiek' van de vorige eeuw komt weer thuis.

Toen Titus Brandsma in januari 1942 in de Scheveningse strafgevangenis (het `Oranjehotel') werd opgesloten, voelde de verzetsheld zich niet eens ongelukkig: ,,Ik ben er helemaal thuis, in dat kleine celletje.'' Een cel was de karmelietpater gewend. In 1898 trad hij in het klooster in Boxmeer. Zijn kloostercel was voor hem een thuisbasis. Hier bracht Titus vanaf zijn zeventiende een groot deel van de dag door. Hij kon er bidden en studeren.

Beide cellen zijn op ware grootte nagebouwd in het zaterdag geopende Titus Brandsma Museum in Bolsward, waar behalve foto's en handschriften ook zijn habijt, zijn zwarte priesterhoed en zijn opgezette kanarie te zien zijn. De beide cellen zijn haast even groot. Strafcel 577 beschreef Titus Brandsma zelf nauwgezet: het smeedijzeren bed met strozakken en dekens, de tafel met een rechtopstaand dambord waarom hij pakpapier had gewikkeld. Daarop plakte hij drie bidprentjes met spreuken. `Prenez les jours, comme ils arrivent' en `Gott so nah, so ferne. Gott ist immer da.' Brandsma zat alleen, ,,maar nooit was Onze Lieve Heer me zo nabij''.

In de strafcel begint hij aan een levensbeschrijving van de door hem bewonderde zestiende-eeuwse karmelietes Teresia van Avila. Zonder hulp van enige literatuur schrijft hij 336 bladzijden vol. Als hij geen papier meer heeft, schrijft hij tussen de regels van een ander boek door.

Titus Brandsma werd geboren op 23 februari 1881 in Ugoklooster, een buurtschap bij Bolsward als Anno Sjoerd. Fries is zijn moedertaal. Op school leert hij pas Nederlands. De erudiete, veelzijdige boerenzoon werd karmelietpater, professor aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen (zijn rede wijdt hij aan het godsbegrip door de eeuwen heen, die ook buiten katholieke kring een beststeller werd) en hij schreef honderden artikelen voor tientallen bladen.

Een jury van het KRO-programma Kruispunt benoemde hem vijf jaar geleden tot de `opmerkelijkste katholiek van de eeuw'. In 1985 werd de gekuifde professor zalig verklaard vanwege zijn

onbuigzame verzet tegen de nazi's, dat hij uiteindelijk met de dood moest bekopen.

Midden jaren dertig waarschuwde hij in zijn colleges al voor het nationaal-socialisme. Begin 1942 bezocht hij namens kardinaal De Jong diverse katholieke krantendirecties om hen ervan te overtuigen NSB-advertenties te weigeren. De bezetter, die hem ,,een gevaarlijk man'' vond, pakte hem kort daarna op. Brandsma verbleef zes maanden in gevangenisschap en overleed op 26 juli 1942 in het concentratiekamp Dachau.

Met de opening van het museum is Brandsma terug in Friesland en daar zou hij vermoedelijk tevreden over zijn. Hoewel hij maar elf jaar in it heitelân woonde, bleef hij op en top Fries. Hij stond aan de basis van het Rooms Frysk Boun. Voor deze bond schreef hij in een 20-delige schriftelijke cursus Fries. Ook was hij een van de oprichters van de natuurorganisatie It Fryke Gea en bedacht hij de naam `Fryske Akademy'. Begin jaren dertig pleitte Brandsma als lid van de Provinciale Onderwijsraad bij Haagse Kamerleden voor een eigen Friese leerstoel. Die kwam er in 1934.

Met behulp van tien panelen wordt in het museum een beeld gegeven van zijn leven. Op een van de panelen hangt prominent een tekst een de pater. ,,Ja, je bent de hoeder van je broeder, schep contact, niet vragen, niet omzien, niet oordelen. Gewoon helpen.''

Voorzitter Tjebbe de Jong van het museum vertelt over een recent ontdekte kant van Brandsma. ,,Deze man van woord en geschrift kon ook fröbelen. Dat was een grote verrassing.'' De Jong doelt op een nog nimmer getoond voorwerp dat door de pater is gemaakt, een houten kruisje met een kartonnen Christus. De pater plaatste de crucifix onder een stolpje en gaf het aan ene Johanna van der Steen in Bolsward. Jarenlang stond het kleinood anoniem te verstoffen in het Museum Catharijneconvent in Utrecht. Tót in de stolp een briefje werd gevonden waaruit blijkt dat Brandsma de maker is. De Jong: ,,Wie Johanna van der Steen is weten we nog niet; ook niet waarom hij het voor haar heeft gemaakt. Er blijven nog een boel vraagtekens over.''

Titus Brandsma Museum, Grote Dijlakker 11, Bolsward. Tel. 0515-581799 Openingstijden di t/m zo van 13-17 uur

Zie ook: www.titusbrandsmamuseum.nl