Met een blij hart in 't vaderland

George Weah behaalde zijn grootste sportieve successen bij AS Monaco, Paris Saint-Germain en AC Milan. In 1998 werd hij gekozen tot Afrikaans voetballer van de eeuw. Tegenwoordig zet hij zich in voor de wederopbouw van zijn door een burgeroorlog verscheurde land Liberia. Een 16-jarige jongen: ,,Hij is mijn enige voorbeeld.''

De man die in 1998 werd gekozen tot Afrikaanse voetballer van de eeuw speelt zes jaar later op een hobbelig veldje waarop de lijnen met zand zijn getrokken en de bal de vreemdste stuiters maakt. De ploeggenoten die hij aanspoort meer druk te zetten schoten tot voor kort alleen maar met kogels. Sommigen dragen geen schoenen. De meeste jongens reiken nauwelijks tot zijn borst.

George Manneh Oppong Weah is terug naar huis gekomen. Terug naar dat West-Afrikaanse landje waar hij bij clubs als Clara Town en Invincible Eleven zijn schitterende voetbalcarrière begon. Terug naar de hoofdstad Monrovia die hem twee jaar geleden heeft uitgespuugd. Eerst werd hij uitgejouwd door teleurgestelde fans nadat hij met het nationale voetbalelftal thuis met 2-1 van Ghana verloor en daardoor de kwalificatie voor de Africa Cup miste. Daarna verklaarde gangsterpresident Charles Taylor dat Weah voortaan ,,schietschijf'' was. Eerder hadden mannen van Taylor ook al een van de huizen van Weah geplunderd en twee nichten van hem verkracht.

Maar Taylor zit sinds augustus vorig jaar in ballingschap in Nigeria en daarmee is ook een einde aan veertien jaar burgeroorlog in Liberia gekomen. Weah komt helpen bij de wederopbouw van zijn land. Als ambassadeur van het kinderfonds UNICEF van de Verenigde Naties voert hij vier lange dagen campagne voor ontwapening van de kindsoldaten en hun terugkeer naar school. Bijvoorbeeld door mee te spelen in een partijtje tussen twee opvangcentra voor kindsoldaten. Ze juichen als hij laat zien dat hij nog steeds een geweldige dribbel in huis heeft. Ze reageren nog uitzinniger als hij onderuit gehaald wordt. De kinderen hebben hem eerder minutenlang toegezongen: ,,Weah, we houden van jou.''

We verzamelen ons bij het bescheiden, witte eenverdiepingshuis van Weah, vlakbij het Samuel K. Doe-stadion dat twee maanden geleden nog door duizenden vluchtelingen werd bevolkt. Binnen op het massieve audiomeubel, naast de leren sofa's, staat een groot portret van Weah als Afrikaanse koning, met het opschrift: `Koning George Weah verovert de wereld'. Een foto uit 1995 toen hij werd gekozen tot beste voetballer van Afrika, van Europa en van de wereld. Voor de deur staat een BMW met het kenteken: `1-golden'.

We reizen in konvooi, met zwaarbewapende VN-soldaten in vier volgepakte militaire pick-ups, elk met een mitrailleur op het dak. Tenslotte zijn rebellen en regeringsmilities nog altijd niet ontwapend. Als we bij een markt vast komen te zitten in het verkeer en honderden mensen zich verdringen om maar een glimp van Weah op te kunnen vangen, vormen de haastig uit de auto's gesprongen soldaten een levend kordon. Weah blijft ontspannen wuiven.

Hij is een nationale held. De ene na de andere spreker zal het die dag zeggen, bij het kinderopvangcentrum van Don Bosco, bij het ministerie van Onderwijs, bij de lagere school in Kingsville, een dorp even buiten de stad. ,,Hij was de enige Liberiaan op wie we tijdens de burgeroorlog trots konden zijn'', zegt Adolphus Twea, voorzitter van voetbalclub Eleven Trouble Makers. ,,Hij liet de wereld zien dat Liberianen meer konden dan elkaar vermoorden.'' De 16-jarige Patrick Boyce, wiens beide ouders door rebellen zijn gedood, noemt hem ,,mijn leidsman, mijn voorbeeld, mijn enige voorbeeld''. Weah heeft hem net beloofd dat hij zijn scholing betaalt.

Weah staat al langer bekend om zijn vrijgevigheid. Sinds het begin van de jaren negentig hield hij in zijn eentje de nationale ploeg overeind. Hij betaalde de salarissen, hij kocht de shirts, hij saneerde de schulden.

Ook richtte hij een voetbalclub op, speciaal voor kinderen, de Junior Professional Football Club. Enige voorwaarde voor het lidmaatschap is dat iemand trouw naar school moet gaan. Als ambassadeur van UNICEF trok hij sinds 1997 het land door om de aandacht te vestigen op kinderrechten en aidsbestrijding. Hij organiseerde benefietwedstrijden waarvan de opbrengst naar de oorlogsslachtoffers ging. Nelson Mandela noemde hem ooit ,,the African pride'', de trots van Afrika.

In een land waar de oorlog vrijwel alle politici en zakenlieden heeft gecorrumpeerd en waar zelfs kinderen bloed aan hun handen hebben, vertegenwoordigt Weah `het goede', de hoop. Misschien dat daarom zijn woorden zo'n geweldige indruk maken op het publiek, waar hij ook verschijnt. Als hij zegt dat hij er niet over uit kan dat een kind volgens de grondwet geen president kan worden, maar wel een legercommandant. Als hij verklaart dat wie naar school gaat door strijdende partijen niet meer misbruikt kan worden omdat hij een eigen mening bezit. Of als hij bezweert dat hij ,,als echte Liberiaan altijd zal terugkomen om met jullie te delen wat ik heb''. Dit is een man die Liberianen nog kunnen geloven.

Hij is één van hen, geboren in een van de arme wijken van Monrovia. Alsof er andere zijn. Opgevoed door zijn oma. In één van de vele jeugdbendes terechtgekomen. Gered, naar zijn eigen zeggen, door zijn geloof, de islam.

Hij voelt zich zichtbaar thuis tussen het volk dat hem heeft voortgebracht. Hij danst mee met de meisjes uit het opvangcentrum en zijn armen bewegen al even sierlijk als zijn benen. Hij zingt luidkeels mee met het schoolkoor dat het `Terug-naar-school'-lied zingt. Ook op het ministerie van Onderwijs gaat hij nog steeds gekleed in het voetbalkloffie dat hij 's ochtends voor het partijtje met de kinderen heeft aangedaan. En tot het einde van de dag neemt hij de enveloppen met bedelbrieven geduldig in ontvangst.

Onderweg in de auto vertelt hij dat het hem elke seconde heeft pijn gedaan in de twee jaar dat hij zijn land niet kon bezoeken. Zijn gezin woont in Florida en hij heeft een Frans paspoort. ,,Maar hier ligt mijn oorsprong. Hier wonen mijn vrienden en familie. Dit is het land waarvan ik hou.

,,Ik moet alles doen wat in mijn vermogen ligt om mijn land te helpen'', zegt Weah, terwijl hij zijn trendy bril van zijn neus neemt en het zweet van zijn gladgeschoren schedel wist. ,,Niet omdat ik me daartoe moreel verplicht voel. Onder een plicht bezwijk je. Maar omdat mijn hart dat ingeeft. Ik word er blijer van.''

Hij heeft afgelopen zomer doelbewust besloten om een einde te maken aan zijn voetbalcarrière, vertelt hij. De 37-jarige vedette die zijn hoogtijdagen beleefde bij Monaco, Paris Saint-Germain en AC Milan, sleet zijn laatste drie jaar bij Al-Jazeera, een club in de Verenigde Arabische Emiraten.

Die club belt hem nog wekelijks op met de vraag of hij dan toch alsjeblieft wil komen coachen. En Weah zou ooit graag als coach willen werken. Volgende maand volgt hij weer zo'n trainingsseminar. ,,Maar ik moet nu eerst mijn land helpen. Ik moet Afrika helpen. Als trainer kan ik niet genoeg tijd aan UNICEF besteden. Ik denk dat ik mijn land heel veel heb te bieden. De mensen vertrouwen op mij. En nee, ik heb geen politieke ambities. Al zou ik best tot president gekozen willen worden van de Liberiaanse voetbalbond.''