Haji's vrezen eerder dieven dan terroristen

Eind deze week begint de Haj, de jaarlijkse grote pelgrimstocht naar Mekka. Van extra veiligheidsmaatregelen tegen terroristen is niet veel te merken.

In de bus naar de Saoedische heilige stad Medina zitten pelgrims uit Duitsland, Albanië en Macedonië. De Duitse moslims blijken fervente aanhangers van de Turkse Hezbollah, een extremistische groep die in de jaren negentig honderden Turken heeft vermoord die in hun ogen niet islamitisch genoeg waren. Op hun beurt lieten vele extremisten het leven in de strijd met het Turkse leger en de politie. Ter nagedachtenis van deze shahied, martelaren, zingen de mannen uit Duitsland strijdliederen. Veel liederen kennen ze niet uit hun hoofd. ,,Het is verboden hier demonstratief te zingen,'' zegt een van hen, die vorig jaar ook al hier was op Haj, de jaarlijkse grote pelgrimstocht die ieder moslim geacht wordt ten minste éénmaal in zijn leven te volbrengen. ,,Veel kaffirs [ongelovigen] hier,'' klaagt een andere jonge Duitse Turk over de Saoediërs en sommige pelgrims die wat hem betreft een lesje zouden kunnen leren. Het is dat hij en zijn maten de heilige plaatsen respecteren.

De aanhangers van Hezbollah uit Duitsland zijn niet bang dat moslimextremisten tijdens de eind deze week beginnende Haj in actie komen: ze denken dat die uit een gelijk respect voor de heilige plaatsen en uit angst dat ze hun laatste krediet bij moslims verspelen, geen aanslagen zullen plegen in Mekka of Medina. De pelgrims zijn meer beducht voor dieven die hen willen beroven van hun met kralen, textiel en goedkope electronica volgepropte tassen en koffers.

Hoewel de aanloop tot de Haj tot nu toe rustig verloopt, wordt de onbezorgdheid van de pelgrims niet door de feiten geschraagd. Sinds 11 september 2001 hebben Osama bin Ladens terreurnetwerk Al-Qaeda en daaraan verbonden groepen meer aanslagen gepleegd in islamitische landen dan in het `vijandige' westen. In Tunesië, Pakistan, Kenia, Indonesië, Saoedi-Arabië, Marokko en Turkije hebben ze honderden mede-moslims gedood. Zelfs het `heilige' Saoedi-Arabië fungeerde herhaaldelijk als het slagveld van terroristen. Begin november bliezen twee militante moslims zich op in Mekka. Een paar dagen eerder werd volgens de Saoedische autoriteiten een aanslag op pelgrims in Mekka voorkomen.

De Haj is het belangrijkse ritueel voor de islamitische gemeenschap en daarmee de ultieme kans voor terroristen. Een geslaagde aanslag hier zou het koningshuis, de officiële `Hoeder van de Heilige Plaatsen', veel meer schade toebrengen dan een aanslag elders in het land. Saoedi-Arabië heeft dan ook de veiligheidsmaatregelen rond de Haj verder verscherpt, verklaarde kroonprins Abdullah onlangs. Hij waarschuwde iedereen die de vreedzame sfeer rondom de Haj zou willen verstoren. ,,Alle pelgrims moeten zich concentreren op hun religieuze plichten en zich verre houden van activiteiten die de Haj en de rust van medepelgrims kunnen verstoren'', zei Abdullah. Hij maakte echter niet bekend wat de maatregelen precies inhielden.

Op de meeste controleposten worden de rijen bussen met pelgrims slechts sporadisch doorzocht. Op straat zijn geen extra militairen en agenten te zien. Bij de ingangen van de Moskee van de Profeet in Medina en de Grote Moskee in Mekka controleren medewerkers van het ministerie van Hajzaken in burger de tassen van pelgrims zoals ze dat al jaren doen. Ze jagen meer op fototoestellen en mobiele telefoons met een camera dan op wapens. Het is ten strengste verboden foto's te maken in deze heilige gebouwen. Lichamen en geldbuidels worden niet gecheckt. In Medina begeleiden militairen wel de menigte bij het graf van Mohammed, in Mekka stellen ze zich tijdens de gebeden in rijen op om snel in te grijpen bij een plotselinge, ongewenste demonstratie of andere calamiteiten.

De lange wachttijden op het vliegveld van Jeddah, waar 80 procent van de 1,5 miljoen buitenlandse pelgrims binnenkomen, wordt niet veroorzaakt door veiligheidsmaatregelen. Wel door de masssale toestroom van pelgrims, door voordringeners en traag werkende douaniers. De pelgrims worden opgevangen in een van de twaalf enorme aankomsthallen. Elke hal bestaat uit drie grote achter elkaar gelegen zalen. De eerste is een voorwachtkamer, waar het wachten begint. Jonge Saoediërs vullen de formulieren in van analfabete pelgrims. In de tweede hal controleren geüniformeerde douaniers de reisdocumenten. Enkele meters verderop worden de paspoorten nogmaals bekeken, dit keer door mannen in burger. Voor de ingang van de bagageruimte werpt een Saoediër, een jongen nog, een zoveelste snelle blik op de reisdocumenten. De koffers gaan op de scanband.

Digitaal afgenomen vingerafdrukken of een irisscan van elke pelgrim om terroristen af te scheiden van `pure' gelovigen zoals Saoedische autoriteiten hadden aangekondigd in de media, ontbreken. ,,De maatregelen bij aankomst zijn niet anders dan vijf jaar geleden'', zegt een ervaren delegatieleider van een groep moslims uit Nederland.

De organisatie van het grootste jaarlijkse festival in de wereld is geen kinderspel. De Saoediërs hebben 13.772 – veelal aftandse – bussen met 651.371 zitplaatsen vrijgemaakt voor het vervoer van de pelgrims in en tussen de twee heilige steden. In Mekka staan meer dan 10.000 artsen, verpleegsters en paramedici paraat in 13 ziekenhuizen en 161 gezondheidscentra, waar in geval van nood 4.231 bedden vrijgemaakt kunnen worden.

Voor de Haj worden in Mekka in totaal 2,5 moslims uit binnen- en buitenland verwacht. Ze bezoeken de Ka'aba, de zwarte steen op de binnenplaats van de grote Moskee en het epicentrum van de islam, en andere plekken die een cruciale rol hebben gespeeld bij de openbaring van hun religie. Om de toestroom naar Mekka te beperken heeft Saoedi-Arabië quota toebedeeld aan islamitische landen. Zo mag een land niet meer dan één pelgrim op 1.000 inwoners op Haj sturen. Saoediërs zelf mogen eens in de vijf jaar op Haj. Tijdens de Haj is Mekka, de geboorteplaats van de profeet Mohammed, de meest overbevolkte stad van de wereld.

Tienduizenden gastarbeiders maken de Haj mogelijk. Jonge Bengalen en Afghanen houden de straten en de moskeeën schoon, verpleegsters uit de Filippijnen en Indonesië verzorgen de zieken, en buschauffeurs uit Egypte dragen zorg voor het vervoer. Allen zijn ze moslims. Zowel Mekka als Medina zijn verboden gebied voor niet-moslims.

De regie is in handen van de Saoediërs. Die nemen de paspoorten in beslag als de pelgrims het vliegveld verlaten. De buschauffeur zal de paspoorten bij aankomst afleveren bij maktab, door Saoediërs bemande bureaus die de reis van de pelgrims regelen. Bij vertrek herhaalt dit ritueel zich. Zo voorkomen de autoriteiten dat de pelgrims afwijken van het Hajprogramma. Iedereen moet na de pelgrimage weer het land verlaten. Illegale achterblijvers zijn een even grote doorn in het oog van Saoedische autoriteiten als terroristen. Begin dit jaar heeft Saoedi-Arabië flinke boetes opgelegd aan 150 bedrijven die pelgrims voor de kleine bedevaart, umra, vliegen naar Saoedi-Arabië. Die werden verantwoordelijk geacht voor het feit dat 270.000 umra-pelgrims illegaal achterbleven. Veel umra-pelgrims blijven langer om ook hun grote bedevaart te volbrengen. Volgens de autoriteiten maken velen van hen zich schuldig aan bedelen, diefstal en prostitutie. Alle illegalen werden dit keer voor het begin van de Haj gedeporteerd.