Een opeenstapeling van typisch Duitse paradoxen

Passend was het dat de Nationale Reisopera de Nederlandse première van Hans Werner Henze's opera Der Prinz von Homburg zaterdag liet plaatsvinden in Den Haag op de dag dat koningin Beatrix terugkeerde uit Thailand. Daar droeg het staatsbezoek van de Oranje-vorstin bij aan de vrijlating van veroordeelden. In Der Prinz von Homburg, een fascinerend gecompliceerde opera naar het toneelstuk van Kleist, wordt de tot de doodstraf veroordeelde titelheld gered na de tussenkomst van prinses Natalie van Oranje.

De prins van Homburg heeft insubordinatie gepleegd door tijdens een veldslag tegen de Zweden in 1675 niet te wachten op de bevelen van de keurvorst van Brandenburg. Hij wordt door de krijgsraad ter dood veroordeeld en de keurvorst, zijn vader, wil dat vonnis ook ten uitvoer brengen. Befehl ist Befehl, regels zijn er tegen willekeur. Prinses Natalie van Oranje verdedigt haar prins, haar geliefde, en pleit voor menselijk gevoel. De keurvorst geeft toe: ,,Als hij het vonnis onrechtmatig acht, maak ik het ongedaan en spreek hem vrij!''

De prins van Homburg lijkt uit de problemen. Maar dan begint het verhaal van Der Prinz von Homburg (1960) pas echt en ontwikkelt zich de opeenstapeling van Duitse paradoxen, die de non-conformistische componist Hans Werner Henze (1926) zijn vaderland na de Tweede Wereldoorlog deed ontvluchten naar Italië. De prins neemt de quasi-genadig uitgestoken hand van de keurvorst niet aan. De prins mag het vonnis over zichzelf uitspreken, maar hij acht zijn doodvonnis niet onrechtmatig: hij is immers opgegroeid met Duitse normen en waarden. Hij wil leven, maar ook sterven, want op zijn geweten rust een schuld. ,,Als ik deze schuld betwist, dan wil ik niets van zijn genade weten.''

De prins zit met zijn rechtlijnigheid hopeloos in de klem, net zoals de personages in Griekse antieke tragedies. En al lijkt het verhaal uiteindelijk toch nog goed af te lopen, regisseur Gerardjan Rijnders concentreert zich op de wisselende en dubbelzinnige betekenis daarvan door de eeuwen heen. Kleist schreef zijn omstreden toneelstuk Der Prinz von Homburg over de consequenties van het Duitse militarisme en discipline in 1811. Dat was tijdens de Napoleontische oorlog en 1811 was ook het jaar waarin Kleist op 34-jarige leeftijd zelfmoord pleegde nadat hij zijn geliefde Henriette Vogel had gedood.

Het prachtlievende decor van Paul Gallis toont een wereld op een breukvlak van alle tijden tegelijk. De 17de-eeuwse handeling wordt geplaatst voor een heroïsch en triomfalistisch bouwwerk in een 18de-eeuwse lusthof onder een 19de-eeuwse dreigende lucht en de koninklijke hoogheden nemen plaats op een 20ste-eeuws stoeltje. Het decor herinnert aan de esthetiek van meesterontwerper Karl-Ernst Herrmann, vooral dankzij de boompjes links en rechts in een soort etalages. Soms frisgroen, dan weer kaal verdord symboliseren ze de afwisseling van menselijk gevoel en kadaverdiscipline in Kleists omstreden stuk, soms zo Duits, dan weer zo on-Duits.

De officieren, ook de prinses van Oranje die een eigen regiment heeft, nemen het voor Homburg op, ze komen in opstand tegen de keurvorst en beroepen zich op hogere wetten dan de wil van de vorst. Bismarck, die Duitsland met ijzeren vuist aaneensmeedde, vond de prins van Homburg maar een slapjanus, met zijn doodsangst. De Oostenrijkse dichteres Ingeborg Bachmann, die voor Henze de tekst van Kleist bewerkte, paste die soms met naoorlogse politieke correctheid ingrijpend aan. Bij Kleist zegt de keurvorst over de prins: ,,Hij zal u leren wat militaire discipline en gehoorzaamheid zijn.'' Bij Bachmann eindigt die zin met: ,,wat vrijheid en waardigheid zijn.''

Aan het begin van de opera is de prins van Homburg een dromer, die omvalt van verliefdheid. En in die surrealistische toestand, los van de werkelijkheid, eindigt hij ook na een klassieke beproeving. Hij zal geblindoekt zogenaamd worden geëxecuteerd. Hij `ziet' dan zijn onsterfdelijkheid in de hemel en dat brengt hem het aardse leven terug. Maar als hij dat beseft, valt hij weer om en dan ligt hij daar voor dood.

Kanongebulder, zegt de keurvorst, moet hem uit zijn droom helpen – een typisch Duitse oplossing. Maar vervolgens is de realiteit alweer een droom. De prinses van Oranje en de keurvorst zingen dat het gevoel alleen ons redden kan. En die redding is dan : ,,Op naar het slagveld!'' Allen, prins, prinses van Oranje èn keurvorst, zingen tot slot: ,,In 't stof wie vijand is van Brandenburg!''

Zoals in de loop der geschiedenis iedereen het zijne ziet in Kleist, zo doen Gerardjan Rijnders en zijn dramaturge Janine Brogt dat hier ook. In haar toelichting disputeert Brogt met Henze, die de prins presenteert als een utopist. Brogt en Rijnders geloven wel in dromen maar hebben geen geloof in die utopie van Henze, die ze in de 21ste eeuw alweer zien als voorbije 20ste-eeuwse historie.

De voorstelling eindigt dan ook in een opmerkelijk eigentijdse en illusieloze strekking. De ironie van de lofzang op het menselijk gevoel en de gelijktijdige drang om naar het slagveld te trekken is zonder meer toepasbaar op de Irak-oorlog. Het is het aloude Romeinse en toen al ironische `si vis pacem, para bellum': als je de vrede wilt, bereid je dan voor op de oorlog.

Terug van avantgardisme is ook Rijnders' enscenering, die de conventie en het naturalisme niet schuwt, maar wel op een interessant niveau effectueert. De Nationale Reisopera heeft een uitstekend zingende en acterende cast bijeengebracht. Daniel Broad is perfect in zijn verwarring tussen droom en discipline, Annelies Lamm is een keurvorstin die zich onmiddellijk neerlegt bij de wens van de keurvorst, een onverzettelijke rol van Kenneth Garrison. Giorgia Milanesi speelt een prachtig personage als de prinses van Oranje, die alle Duitse vanzelfsprekendheden `in Frage stellt'.

Der Prinz von Homburg is een aansprekend kostuumstuk, een spannende thriller maar vooral een denkstuk, waarvan men de tekst via de boventiteling op de voet moet volgen. Henze's aangenaam te beluisteren muziek – door avant-gardisten vroeger verfoeid – wordt treffend gespeeld door Holland Symfonia. Henze illustreert en onderstreept de vele wendingen in het verhaal alert met verwijzingen naar tal van muziekstijlen: grote expressieve gebaren, intieme passages, onverschrokken fanfares, militaire marsmuziek en militaristische trommeltjes. En onmiskenbaar Duits kanongebulder.

Voorstelling: Der Prinz von Homburg van H.W. Henze door de Nationale Reisopera en Holland Symfonia o.l.v. Rolf Gupta. Gezien: 24/1 Lucent Danstheater Den Haag. Tournee t/m 21/2. Inl. (053) 4878500.